De natie, de staat, het recht of de Europese rechtsorde

Hervé Juvin (2021)

Werkseminarie in Krakau. Op uitnodiging van de Stichting “Identiteit en Democratie” zullen juristen, leden van het Europees Parlement, Poolse, Hongaarse, Italiaanse, Duitse en Franse juristen en constitutionalisten, bijeenkomen om de juridische toestand van de Europese Unie te bestuderen en te bespreken. Vanuit zijn paleis en zijn kerken roept Krakau de geschiedenis op, de botsing van de keizerrijken, de altijd teleurgestelde, altijd hernieuwde poging om via de wet grenzen te stellen aan de menselijke begeerten en de macht. Wordt de toekomst van Europa in Polen uitgespeeld?

Polen in het vizier

De huidige gebeurtenissen doen dat vermoeden. Sinds het Poolse Hof van Justitie op 7 oktober heeft geoordeeld dat de artikelen 1 en 19 van het EU-Verdrag in strijd zijn met de Poolse grondwet, ligt Polen onder vuur van de maximalisten van de EU, in naam van het beginsel van “steeds meer Unie”, waartegen niemand zich kan verzetten. Het is verleidelijk om terug te gaan in de lange geschiedenis van tegenstrijdige uitspraken, van “Costa tegen Enel” van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in 1964, waarin het beginsel van de voorrang van de Europese verdragen boven vroegere en toekomstige nationale wetten werd vastgesteld, tot de uitspraken van de drie hoogste Franse rechtscolleges die deze voorrang beperkten tot gebieden die onder de Europese bevoegdheid vallen (het beginsel van de competentie van bevoegdheden), en tot de opeenvolgende uitspraken van het Duitse Constitutionele Hof van Karlsruhe waarin het essentiële beginsel in herinnering werd gebracht: de soevereiniteit behoort in laatste instantie toe aan het volk. Maar wat is het nut? Achter de juridische argumenten gaat een kwestie van politiek schuil. Als de beslissing van de Poolse rechters een agressieve reactie van de Unie heeft uitgelokt, dan is dat omdat zij op ten minste drie punten de essentie raakt.

De legitimiteit van de wet

De eerste is de bron van de wet. Waar komt het recht vandaan, wat is de bron van wetten, en waar is de legitimiteit van het recht op gebaseerd? Generaal de Gaulle zou Jean Foyer, de eerste zegelbewaarder van de Gaullistische restauratie van 1958, de door Alain Peyrefitte gerapporteerde definitieve instructie hebben gegeven: “Eerst de Natie. Dan de staat. Daarna, de wet”. We zijn er nog lang niet. De “rechtsstaat” is een dwingend kenmerk van de Unie, en het zijn juist de Natie en de Staat die aan de wet zijn onderworpen. Het gaat erom een einde te maken aan de rede van de Staat, het debat en het kiesrecht te beperken, de democratie in te kaderen.

En het gaat erom de autonomie van het recht ten opzichte van de nationale politieke machten vast te stellen. Zo wordt de Franse staat aangeklaagd wegens het niet nakomen van zijn “verplichtingen” om de klimaatverandering tegen te gaan – welke verplichtingen precies?

Het is dus zo dat een rechtbank heeft geoordeeld dat de hervorming van de werkloosheidsverzekering in strijd was met de wet – maar wat is die wet in de handen van rechters die bindend zou zijn voor de regering van Frankrijk? De vraag naar de bron van het recht, en van deze “rechtsstaat” die de “Sesam-open-u” van de politieke welwillendheid is geworden, wordt vakkundig ontweken. Want waar komt deze “wet” vandaan die zichzelf zou opleggen aan Naties en Staten, en die het algemeen kiesrecht ongeldig zou kunnen maken? Wie heeft rechters, rechtbanken en de Unie de buitengewone macht gegeven om te zeggen wat de wet is? Als de bron van de wet niet de wil van het volk is, uitgedrukt door algemeen kiesrecht, waar is die dan? Internationale organisaties, supranationale instellingen zoals de Europese Unie, NGO’s en stichtingen, constitutionele hoven en magistraten willen op hun beurt of in combinatie de wet voorschrijven, het recht van de volkeren bepalen en hun uitspraken opleggen tegen de wil van de volkeren in, met name door naar eigen goeddunken de “verklaringen van rechten” te interpreteren, lyrische teksten, strijdverklaringen, die nooit bedoeld waren om in positief recht te worden omgezet.

Men moet echter erkennen dat telkens wanneer de Unie zich beroept op “waarden”, telkens wanneer zij zich beroept op de “rechtsstaat” en het primaat van de verdragen, de vrijheid van de volkeren wordt beknot, de autonomie van de naties wordt verstikt en de afgrond van het recht zich voor de Unie opent.

Verdere beperking van naties

De tweede is de hiërarchie van normen. De poging van de Europese Unie om het domein van het recht uit te breiden zet vraagtekens bij de bewering van Carl Schmitt dat hij die de macht bezit, degene is die de noodtoestand kan uitroepen. Elke gelegenheid, van COVID19 tot de opwarming van de aarde, van de migrantencrisis tot de staatsschuldcrisis, is goed voor een Unie die de naties wil ontnemen wat hun voorrecht blijft, namelijk het vermogen om op te treden. De Unie is voornemens in hun plaats de noodtoestand uit te roepen en te beheren. Op die manier dringt zij binnen in de bevoegdheden die volgens de verdragen aan de staten toebehoren: defensie en veiligheid, diplomatie, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg, justitie en nationaliteitsrecht – bevoegdheden die voortdurend ter discussie worden gesteld door de inmenging van het Europese Hof van Justitie, dat werkt volgens het beginsel dat “alles wat tot de Unie behoort, tot de Unie behoort, en alles wat tot de naties behoort, tot de naties”.

Zo greep de Unie COVID19 aan om zich met de volksgezondheid te bemoeien, hoewel gezondheid een prerogatief van de lidstaten blijft – maar de kans om met “Big Pharma” over commissies te onderhandelen was te mooi! Zo hebben NGO’s en verschillende bewegingen, op instigatie van de Europese Unie, de noodtoestand uitgeroepen tegen de Poolse en Hongaarse regering, die zich in wezen schuldig maken aan het willen beslissen over de wetten en de moraal waarvoor zij zijn verkozen, ongeacht het feit dat Ierland lange tijd buiten vele zogenaamde “Europese” waarden heeft geleefd, van abortusrechten tot het homohuwelijk.

Dezelfde mensen worden beschuldigd van het hervormen van een rechtssysteem dat notoir geïnfiltreerd is door globalisten – en het doet er niet toe dat de manier waarop Poolse rechters worden benoemd sterk lijkt op de manier waarop rechters in Duitsland worden benoemd (gekozen op voorstel van de regerende coalitie). Zo heeft de Unie besloten tot een ecologische noodtoestand, geconcretiseerd in een “Green Deal” met dramatische sociale gevolgen, met oncontroleerbare politieke gevolgen, maar die ervoor zorgt dat mevrouw Van der Leyen in internationale cenakels kan paraderen en haar zelfingenomenheid kan etaleren. En dit is een van de kwesties die op het spel staan in de confrontatie tussen Polen en de Unie; het doen gelden van een algemene bevoegdheid die nergens in de verdragen is terug te vinden, in naam van lyrische citaten over de rechtsstaat, de mensenrechten en de Europese waarden, waarvan president E. Macron is hier des te bedrevener in omdat hij een blanco cheque geeft aan iedereen die er gebruik van maakt, elke inmenging in de exclusieve bevoegdheden van de staten rechtvaardigt en zo ver gaat om het algemeen kiesrecht, de representatieve democratie en die genadeloze uiting van de volkswil die het referendum is, te delegitimeren.

Brexit heeft de Europese mythe aan diggelen geslagen

De derde is politiek. De Brexit heeft de zekerheden van de Europeanisten aan het wankelen gebracht en heeft aangetoond dat naties die ervoor hebben gekozen om tot de Unie toe te treden, evengoed kunnen besluiten om eruit te stappen. Sommigen, zoals Nicole Gnesotto, die Polen uitnodigde onverwijld uit de Europese Unie te stappen (zie “Le 1 Hebdo”, 27 oktober), hebben dit goed begrepen; de Unie is geen gevangenis, en als zij dat wel was, zou zij zichzelf veroordelen. Zoals de Verenigde Staten zich ertoe verbinden te reageren op de ineenstorting van het liberale universalisme, zo moet de Europese Unie voortaan verder gaan dan de totalitaire formule “steeds meer Unie” om grenzen te stellen aan haar project, anders is zij gedoemd te ontploffen. Evenzo moet zij zich ertoe verbinden een antwoord te geven op de onzekerheid die blijft bestaan over de politieke vorm die zij zichzelf wil geven.

Federalisme staat niet meer op de agenda. De uitspraak van Jean Claude Juncker dat “er geen democratisch besluit kan zijn buiten de verdragen om” weerklinkt op de achtergrond van de uitspraken van het Europese Hof van Justitie, de formele waarschuwingen van de Raad en de talrijke verklaringen in het Parlement; het is de opbouw van een Europese natiestaat die op het spel staat wanneer er sprake is van “Europese soevereiniteit”, van “Europese defensie”, van “Europees economisch bestuur”, ook al is het woord taboe en blijft het ongedefinieerd – wie gelooft er werkelijk dat er een Europees volk bestaat? Het alternatief is niet een federatie van natiestaten, noch een imperium, maar de definitie van een supranationale instelling die wordt bestuurd door de Europese natiestaten, die aan haar in volledige soevereiniteit de bevoegdheden overdragen die zij bepalen en die zij altijd weer kunnen terugnemen, en die daarover overeenstemming bereiken door middel van verdragen die worden opgelegd aan hun nationale wetten op de uitdrukkelijk omschreven gebieden, zonder dat hun constitutionele identiteit wordt ondermijnd en zonder dat de enige bron van legitimiteit van het recht, van de statuten en van de verdragen ter discussie wordt gesteld of wordt beperkt de wil van het volk, uitgedrukt door het algemeen kiesrecht en via de verkozen vertegenwoordigers van de volkeren of door middel van een referendum.

De boodschap is duidelijk: wat een verdrag mogelijk maakt, kan een verdrag ook beëindigen. Als netto-ontvangers van Europese fondsen, waarvan Polen veruit de grootste winnaar was en is, kunnen Polen en Hongarije gemakkelijk worden aangewezen als de ideale doelwitten van een Unie die haar gezag moet herwinnen en haar dynamiek moet hervinden. Alles zou er heel anders uitzien indien een sidstaat van de Unie, een nettobetaler, zich ertoe zou verbinden de tovenaarsleerlingen van de Europese hoven terug te brengen tot rede, democratie en legitimiteit. Niet alleen omdat de Unie verstoken zou blijven van het ontmoedigingswapen dat de blokkering van financiering vormt. Maar veeleer omdat de Unie gedwongen zou zijn zich op de merites te verdedigen. Het achter zich laten van het gesloten, naar zichzelf verwijzende systeem, dat zo handig in elkaar zit dat de Unie elk debat weigert waarvoor zij niet de voorwaarden heeft vastgesteld, en immuun is voor elk oordeel waarvoor zij niet de oorzaak, de ontvankelijke argumenten en het eindoordeel bepaalt. Aanvaarden dat de sterke wind van de vrijheden van de burgers over de besloten parlementen en de achterkamerpolitiek van de Commissie waait. Dit is althans wat de kern zou moeten vormen van een geloofwaardig project voor een Unie die haar grenzen aanvaardt, haar resultaten onder ogen ziet en beoordeeld wordt door de enige die daartoe gerechtigd zijn : de volkeren van de Europese naties.

Vertaling: elementen

Oorspronkelijke tekst: https://hervejuvin.com/desordre-juridique-europeen/



Categorieën:Europese Unie

Tags: , , , , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s