No Time to Die:  James Bond en ‘cancel culture’

Giuseppe Del Ninno (2021)

In zijn beste jaren heeft de filmindustrie ook saga’s gekend, films die internationaal succes hebben behaald dankzij een personage, een vertolker, een literaire sage en die vervolgens, juist door dit succes, aanleiding hebben gegeven tot een of meer “sequels”. James Bond is een bijna uniek geval waarin de protagonist van een saga wordt gespeeld door verschillende acteurs, van wie de laatste, Daniel Craig, afscheid neemt van het personage 007, geboren uit de pen van Ian Fleming, in deze No time to die (die de recente gewoonte van distributeurs om de originele titels niet te vertalen, nieuw leven inblaast).

De titel alleen al – No time to die – lijkt in tegenspraak met het einde, dat de held ondergaat. Hele pelotons semiologen, te beginnen met Umberto Eco, hebben bladzijden en bladzijden volgeschreven over de diepgaande betekenis van het succes van deze figuur, die vooral bij een mannelijk publiek populair was: onoverwinnelijkheid, het vermogen om de mooiste vrouwen te verleiden, ironie (die, bijvoorbeeld in de interpretaties van Roger Moore, zelfironie werd), totale vrijheid van handelen met de daaruit voortvloeiende onverdraagzaamheid van “professionele” (in tegenstelling tot bazen die er meestal op uit zijn om zijn initiatief te beperken) en sociale (lees: kortom, dit hele complex van identiteitsconnotaties maakte dat de gemiddelde kijker geneigd was zich te identificeren met de Held, die, gedurende twee uur, ontsnapte aan de middelmatigheid van zijn dagelijks leven.

Welnu, dergelijke bagage wordt volledig uitgepakt en achtergelaten op de set, achtergelaten door Daniel Craig in zijn laatste poging om Agent 007 op het scherm te belichamen (die, let wel, zijn carrière dreigt voort te zetten door deze mythische agent te worden in de gedaante van een donkergekleurd, aangenaam, ambitieus en efficiënt meisje, om te passen in de politieke correctheid van het moment, maar we weten niet of dat ook neerkomt op een aanpassing aan wat de markt vraagt. Tenminste, dat is wat de plot van No Time to Die ons vertelt, door ons een voorproefje te geven van die erfenis).

De film is naar mijn mening echter teleurstellend: een warrig en langdradig script, met dubbelzinnige rollen (op een gegeven moment is het niet duidelijk wie de “good guys” en wie de “bad guys” zijn), al te abrupte “locatie”-sprongen, denderende achtervolgingen en schietpartijen (met slechts één wapenfeit van de beruchte Aston Martin uitgerust met dodelijke opties); zelfs de soundtrack, die bijdroeg tot het wereldwijde succes van de serie, lijkt zwak en anoniem. In deze context is het moeilijk de “cameo” te begrijpen, niet van een charismatische acteur, maar van een stad: het prachtige Matera, waarvan het delicate kluwen van op- en afritten en oude huizen in gevaar wordt gebracht door het geronk van auto’s en motorfietsen, dat losbarst in een moment van vluchtige en tedere intimiteit van onze held met zijn vriendin, in een luxueus hotel. Geheel overbodig voor het verhaal, wij zien het als een eerbetoon aan het “Venetië van de Sassi”, culturele hoofdstad voor 2019.

Twilight Bond

Maar laten we naar de Bond van zijn laatste optreden gaan. Een schemerpersonage had de gelegenheid kunnen zijn voor een film die niet alleen een kaskraker was, maar ook een kwaliteitsfilm; in plaats daarvan faalde de Californische regisseur Cary Fukunaga in zijn opzet. En over saga’s en twilight gesproken, men hoeft maar te denken aan de western van Don Siegel en The Gunslinger van John Wayne om een meedogenloze vergelijking te zien. Craig komt ongeloofwaardig over in zijn nieuwe rol als vader en trouwe metgezel, en bovendien zien we hem als kwetsbaar voor de hinderlagen en mishandelingen die zijn levenslange vijanden hem toebrengen – en niet alleen de mythische ‘Spectre’ – tot de fatale afloop.

Ook de onverbiddelijke rokkenjagerij van de oude Bond, die nooit een van de zogenaamde “Bond girls” liet ontsnappen, behoort tot het verleden: hier, wanneer hij geconfronteerd wordt met een verleidelijke en felle metgezellin, geeft hij gewoon een compliment en loopt weg… Daarbij komt nog de hommage aan de huidige “single dominant thought” die, naast de reeds genoemde erfenis van 007 die aan de zwarte vertolker is doorgegeven, ook de huid van “M”’s secretaresse, Miss Moneypenny, kleurt, waardoor zij er jonger uitziet (nog een verraad aan Fleming).

Wij weten allemaal dat in de 007-films de “politieke vijand” ontbreekt, die, om duidelijk te zijn, in veel spionagefilms wordt vertegenwoordigd door het “Evil Empire” van de Sovjet-Unie: Fleming, die ook ervaring had met spionage voor de Royal Navy tegen het Evil Empire van die tijd (dat van het zogenaamde nazi-fascisme. …), heeft zich vanaf zijn allereerste romans losgemaakt van deze glibberige dialectiek, en zijn pijlen (of liever die van zijn Held) gericht tegen de Grote Misdadigers en de Criminele Organisaties die zich onledig houden met de queeste naar winst en macht.

Of hij de wereld nu bedreigt met kernwapens of – zoals in dit geval – met de resultaten van gesofisticeerd genetisch onderzoek, Bond liep altijd voorop, misschien met de dodelijke wapens bedacht door Dr Q, een briljante Britse wetenschapper van de geheime dienst, die in deze film – mainstream verplicht… – maakt een discrete exit, nauwelijks zinspelend op zijn (ongehoorde) homoseksualiteit. Het kan toeval zijn, maar deze keer zullen zijn duivelse trucs onze held niet redden…

Bestaan er nog goede en slechte kerels?

Op dit punt zijn enkele korte beschouwingen over de drift van de collectieve verbeelding op zijn plaats: de ondergang van een genre als de western, dat decennialang de fantasie van kinderen en volwassenen had getekend, is onder andere het gevolg van schuldcomplexen en een verraderlijk universalisme van het “Westen”; zelfs vanuit semantisch oogpunt kon men niet meer spreken van “roodhuiden”, laat staan van “roodgezichten”: de enige aanvaarde definitie was die van “Amerindianen. En toch was er geen kwaadaardigheid in de “bijval” voor John Fors’ en vele andere regisseurs’ “7th Cavalry”, die, vooral in ons land, Italië, niet neigde tot enige vorm van racisme.

Maar meer in het algemeen heeft de opkomst van het ethisch en cultureel relativisme ook de figuren van het “goede” en het “slechte” veranderd, vooral op het witte doek. De ‘good guy’ had bij momenten trekjes van de ‘bad guy’, die op zijn beurt, in sommige passages, minder ‘slecht’ leek dan we verwachtten. Bijgevolg moest de held-protagonist zich in al zijn dubbelzinnigheid tonen, meer als de doorsneemens dan als het onbereikbare model van de Held, moedig maar met momenten van angst, edelmoedig maar ook meedogenloos, gelukkig maar ook hier en daar aan pech onderhevig, enzovoort, op de weg naar de middelmatigheid die niet doet dromen.

Vertaling: elementen

Oorspronkelijke tekst: https://www.barbadillo.it/101464-no-time-to-die-la-debolezza-di-bond-al-tempo-della-cancel-culture/

En: No time to die: la faiblesse de Bond à l’heure de la cancel culture : Euro-Synergies (hautetfort.com)



Categorieën:film, totalitarisme

Tags: , , , , ,