“Een totale migratiegolf”

Gesprek met R. Scholz, Zuerst! (2021)

Advocaat gespecialiseerd in staatsrecht  en voormalig minister van Defensie van de Bondsrepubliek, prof. Rupert Scholz, heeft het tijdschrift Zuerst! een interview gegeven over de ramp in Afghanistan en de toestand van de natie.

Professor Scholz, de veiligheidssituatie in Afghanistan is fragiel. De overhaaste terugtrekking heeft de ontwerpfouten van de hele militaire missie overduidelijk aan het licht gebracht. Maar weegt het feit dat de Duitse regering blijkbaar probeert haar politieke mislukking goed te maken door de grens opnieuw open te stellen voor Afghaanse migranten, niet nog zwaarder?

Scholz: De overhaaste terugtrekking uit Afghanistan is een echte ramp waarvoor ook Duitsland verantwoordelijk is. Het is duidelijk dat Afghanistan werd bestuurd met volledig verkeerde verwachtingen of hoop voor de toekomst. Het resultaat is een totale ramp, waarvoor zelfs 59 Duitse soldaten het leven hebben moeten laten. Dit alles kan niet worden opgelost door de grenzen open te stellen ten gunste van de Afghanen. Natuurlijk moet er worden gezorgd voor de Afghanen die voor de Bundeswehr of de nieuwsbladen van de Duitse administraties in Afghanistan hebben gewerkt. Omdat ze bedreigd worden door de Taliban. Maar dit alles kan alleen worden gewaarborgd door het asielrecht en de strikte controle daarop. De openstelling van de grenzen voor Afghanen, zoals in 2015, kan niet opnieuw worden overwogen.

In een interview uit 2018 met Die Welt betreurde u al “dat het recht op asiel al lang is ingehaald door een immigratiegolf van enkele honderdduizenden mensen”. Naast Afghanistan neemt ook de migratiedruk toe via het Middellandse-Zeegebied, de Balkan en Oost-Europa. Bedreigt deze “immigratiegolf” ons weer?

Scholz: De totale migratiegolf die in 2015 door de federale regering op gang is gebracht, heeft ons zo’n twee miljoen migranten gebracht, maar daarnaast ook aanzienlijke wetsovertredingen vastgesteld. Dit mag niet herhaald worden. Duitsland is nu al het land met het grootste aantal migranten na de Verenigde Staten, hoewel Duitsland een betrekkelijk klein land is en geenszins economisch almachtig.

Het interview met Die Welt ging destijds ook over uw voorstel tot wijziging van artikel 16a van de grondwet inzake het asielrecht. Wat is de bedoeling hiervan?

Scholz: Artikel 16a van de grondwet, dat het recht op asiel waarborgt, wordt gewoonlijk ten onrechte gedefinieerd als een zuiver recht op vrijheid, d.w.z. dat men ervan uitgaat dat iedereen ter wereld het recht heeft om in Duitsland asiel te krijgen. Dit is echter niet juist. Het recht op asiel is in feite in de eerste plaats een recht op sociale uitkeringen; en aan het recht op deze uitkeringen zijn ook duidelijk grenzen gesteld – te beginnen met het vermogen om ze te ontvangen, via integratieproblemen tot de financiële en sociale gevolgen. Dit moet ook worden verduidelijkt in de huidige tekst van artikel 16 bis van de basiswet.

In het verleden heeft u herhaaldelijk gewaarschuwd dat de kosten van de massale immigratie de “veerkracht van de welvaartsstaat” op de proef zouden stellen. Is er behoefte aan een bovengrens?

Scholz: In bovengenoemde zin wordt de “veerkracht van de verzorgingsstaat” wel degelijk op de proef gesteld. Daarom is het juist een overeenkomstige bovengrens voor de toelating van migranten vast te stellen. Dit moet ook en vooral gebeuren binnen het Europese kader, vooral omdat bijna alle lidstaten van de EU het tot nu toe volledig oneens waren met het migratiebeleid van Duitsland.

Begin 2020 zei u: “Het migratiebesluit van het najaar van 2015 was ongrondwettelijk en in strijd met het Europees recht.” Op welke manier?

Scholz: Het migratiebesluit van 2015 was ongrondwettelijk omdat het is genomen zonder rekening te houden met de vereisten van het asielrecht overeenkomstig artikel 16a van de basiswet. Zij was ook ongrondwettig volgens Europees recht, omdat de Schengen- en Dublin-verordeningen volgens Europees recht niet in acht waren genomen. Bovenal werden de regels van het Protocol van Dublin volledig genegeerd. Hoewel in dit protocol uitdrukkelijk is bepaald dat een asielzoeker zijn asielprocedure moet voeren in de EU-lidstaat waar hij het eerst aankomt. Dit alles werd gewoonweg genegeerd door de toenmalige Duitse regering en terecht bekritiseerd door andere Europese regeringen, bijvoorbeeld door de Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz.

Afghanistan is echter niet alleen een zaak van algemeen belang met betrekking tot het immigratiebeleid. De recente gebeurtenissen rond het vliegveld van Kabul hebben ook het belang voor Duitsland aangetoond van een gevechtsklaar en ervaren commando speciale operaties. Hoe beoordeelt u, als voormalig minister van Defensie, het huidige beheer van het KSK (commando speciale operaties)?

Scholz: De problemen op de luchthaven van Kaboel zijn slechts één voorbeeld van de algehele ramp van het hierboven beschreven Afghaanse beleid. Juist dergelijke situaties vormen uitdagingen die alleen kunnen worden aangegaan door Bundeswehr-formaties die op dit gebied competent zijn, zoals het KSK. Het is des te betreurenswaardiger en tragischer dat ook dit aspect in het militaire beleid van de Duitse regering jarenlang is veronachtzaamd. De KSK is niet met de nodige aandacht en consistentie opgeleid, ondersteund en ontwikkeld. Integendeel, het tegendeel is over het algemeen het geval geweest – in die mate zelfs dat leden van de KSK die alleen maar legitiem patriottisme hebben beleden, in diskrediet zijn gebracht.

Ook bij de Bundeswehr is de ontevredenheid over de politieke leiding groot. De investeringen in uitrusting, voertuigen en personeel stagneren, het leger leeft in de schaduw en vliegtuigen en schepen zijn vaak ongeschikt voor de strijd. Tegelijkertijd nemen echter de taken in internationale missies, zoals op de oostflank van de NAVO in de Baltische staten of in het crisisgebied van West-Afrika, toe. Begrijpt u deze tegenstrijdigheid?

Scholz: Het is waar dat er in de Bundeswehr veel rancune bestaat jegens de politieke leiding. Helaas is het ook zo dat investeringen in uitrusting, opleiding en personeel absoluut noodzakelijk zijn. Decennialang heeft onze staat onvoldoende zorg gedragen voor de Bundeswehr – tot de opschorting van de dienstplicht, die nog steeds moeilijk te rechtvaardigen is. Het is mogelijk de stap te zetten naar een beroepsleger en af te zien van de verplichte militaire dienst. Dit veronderstelt echter dat op het gebied van het personeelsbeleid de nodige overgangsregelingen worden getroffen. Maar dat is nu juist wat men van meet af aan heeft genegeerd toen de militaire dienstplicht werd afgeschaft. De internationale taken die aan de Bundeswehr zijn toegewezen, zijn in wezen gerechtvaardigd, met name op basis van het bondgenootschapsbeleid, bijvoorbeeld in de Baltische staten en in de Sahel-regio. Maar wat in dit alles ontbreekt is een werkelijk fundamenteel en verstrekkend strategisch concept. Decennialang heeft Duitsland niet eens nagedacht over een militaire strategie en dus over de eerste voorwaarde voor een echte defensiecapaciteit.

Over een ander onderwerp: hoe beoordeelt u als specialist in staatsrecht de veelbesproken uitspraak van het Federale Constitutionele Hof over de klimaatbeschermingswet?

Scholz: Ik ben van mening dat de bovengenoemde beslissing van het Federale Constitutionele Hof niet juist is. Hoe belangrijk klimaatbescherming ook is, en hoe voor de hand liggend de toepassing van artikel 20 bis van de grondwet ook is, het Bundesverfassungsgericht heeft de kwestie op dit gebied overgeïnterpreteerd of overdreven. Dit arrest komt dus neer op een bescherming van grondrechten die reeds voor toekomstige generaties geldt – zelfs met de consequentie van subjectieve toepasbaarheid voor de huidige milieubeschermingsverenigingen en dergelijke. Artikel 20a van de grondwet, dat ik destijds als voorzitter van de paritaire constitutionele commissie van de Bundestag en de Bundesrat heb geformuleerd, is geenszins een bepaling van subjectief recht, maar een uitsluitend objectieve bepaling van staatsrecht. Het Bundesverfassungsgericht heeft hiermee in zijn beslissing onvoldoende rekening gehouden. Hetzelfde geldt voor de toekomstvisie, die geladen is met grondrechten. Het Bundesverfassungsgericht heeft in al zijn rechtspraak tot op heden benadrukt dat beslissingen over met name de toekomst van de infrastructuur, met inbegrip van de klimaatbescherming, gepaard gaan met een hoge mate van politieke discretionaire bevoegdheid van de in elk concreet geval handelende overheidsorganen en slechts normatief in hun geheel worden geformuleerd. Het Federale Constitutionele Hof heeft deze beginselen gedurende verschillende decennia herhaaldelijk benadrukt – en terecht. In het huidige besluit gebeurt echter letterlijk het tegenovergestelde, wat – naar ik vrees – een averechts effect zal hebben in plaats van het te rechtvaardigen in het klimaatbeschermingsbeleid van morgen.

De polarisatie van het klimaat- en milieubeleid wordt uitgevoerd met ethisch nobele woorden. Bestaat het gevaar dat de moraal het wint van de wet?

Scholz: Dit gevaar bestaat nog steeds en is nog groter geworden door de bovengenoemde uitspraak van het Federale Constitutionele Hof. In onze gehele politiek is het onderscheid tussen moraal en recht altijd te zwak, en vooral wanneer wij menen een bepaalde morele eis te moeten steunen, overdrijven wij die zozeer, dat zij zelfs normatief bindend zou moeten zijn. Er moet echter altijd een onderscheid worden gemaakt tussen moraal en recht. De democratische rechtsstaat vereist democratisch recht omwille van het recht en niet ten behoeve van de soms zeer singuliere morele eisen van individuele belanghebbenden.

Het in twijfel trekken van het toepasselijke recht in de asielkwestie, de inperking van de grondrechten in het kader van de Coronapandemie, de uitspraken van het Federale Constitutionele Hof van politieke of morele aard, het verlies van vertrouwen in de politiek: verkeert de rechtsstaat in een crisis?

Scholz: De constitutionele rechtsstaat is in ons land nog grotendeels intact. Maar de kritieke symptomen stapelen zich meer en meer op, en het is hier dat voorzichtige tegenmaatregelen moeten worden genomen. Geen enkele rechtsstaat komt letterlijk uit de lucht vallen. Een functionerende rechtsstaat moet worden gehandhaafd, gevoed en ontwikkeld ten aanzien van de respectieve bedreigingen. Helaas ontbreekt het in ons land steeds meer aan dit besef. Het resultaat is een verlies van vertrouwen in de politiek. De besluiten inzake de pandemie van het coronavirus zijn ook vanuit het oogpunt van de rechtsstaat in vele opzichten problematisch. Hier heeft zich een regulerend primaat van de uitvoerende macht ontwikkeld, dat in vele opzichten ook in conflict is gekomen en nog steeds komt met de grondrechten die in de rechtsstaat voorrang hebben. Ook dit heeft geleid tot een substantieel verlies van het wezen van de liberale rechtsstaat en zijn stabiliteit.

Met name de eens zo machtige volkspartijen, de CDU en de SPD, vertegenwoordigen nu nauwelijks 50% van het electoraat, het ledental loopt terug en er is een tekort aan gekwalificeerde jongeren in hun rangen. Is de klassieke notie van de “volkspartij” (red. noot: toegeschreven aan de christen-democraten en de sociaal-democraten) een verlaten model?

Scholz: Decennialang is de stabiliteit van onze constitutionele democratie gebaseerd geweest op het primaat van de twee grote volkspartijen, de CDU/CSU en de SPD. Hun concurrentie en hun oriëntatie op de bevolking als geheel maakten hen tot overeenkomstige volkspartijen, de CDU/CSU vanaf het begin en de SPD op het laatst na het Godesberg-programma. Dit heeft een beslissende bijdrage geleverd tot de stabiliteit en de vitaliteit van onze democratie. De concurrentie tussen deze twee grote volkspartijen was echt gunstig. De situatie is intussen echter aanzienlijk veranderd. Het aantal partijen is toegenomen, er zijn splinterpartijen bijgekomen, alsmede partijen op de grens van rechts en links.

U bent zelf sinds 1983 lid van de CDU, u bent minister van Defensie van de Bondsrepubliek geweest en u bent betrokken geweest bij vele functies en mandaten voor de Unie. Hoe ervaart u de inhoudelijke uitholling (Entkernung) van uw partij?

Scholz: Het doet mij inderdaad pijn dat de CDU/CSU wordt uitgekleed. Ik heb dit proces jarenlang moeten observeren en ik heb er vaak mijn kritiek op geuit. Maar het is altijd zonder succes gebleven.

Met de focus op de middenklasse in het midden en na jaren van grote coalitie, was een duidelijke afbakening met de AfD vanzelfsprekend. Niettemin zijn er overeenkomsten en samenwerking op gemeentelijk en informeel niveau, vooral in de nieuwe federale staten. Is de uitsluiting van de AfD op lange termijn houdbaar?

Scholz: Er is dus, perfect waarneembaar, de aanzienlijke programmatische uitholling van de CDU, die nog steeds toeneemt. In een dergelijke context moeten de kiezers worden gerespecteerd en mogen zij niet worden gedemoniseerd of eenvoudigweg als extremisten worden bestempeld. Een dergelijke aanval op de kiezers is absoluut ondemocratisch en zeer gevaarlijk voor het voortbestaan van onze democratie. In die zin ga ik ervan uit dat een uitsluiting van de AfD op den duur nauwelijks houdbaar zal zijn. Tenminste als de AfD niet het risico loopt uit elkaar te vallen. Er zijn aspecten die erop zouden kunnen wijzen dat een dergelijke ontwikkeling mogelijk is.

Professor Scholz, hartelijk dank voor dit interview.

Vertaling: elementen

Oorspronkelijke tekst: https://zuerst.de/2021/11/02/totale-migrationswelle-ex-verteidigungsminister-prof-rupert-scholz-im-zuerst-interview/

En: “Une vague migratoire totale” – le professeur Rupert Scholz, expert en droit constitutionnel et ancien ministre de la défense, répond aux questions de ZUERST ! : Euro-Synergies (hautetfort.com)



Categorieën:Demografie, omvolking

Tags: , , , , , , , , , , ,