De kracht van de Keltische idee

Olier Mordrel (1967)

Er zijn altijd federalisten geweest in Frankrijk. Maar hun leer is er nooit in geslaagd door te breken, om de reden dat zij de dubbele taboes van latinisme en ondeelbaarheid in acht namen, en om deze goede reden niet in staat waren geweest een eigen mystiek te ontwikkelen.

Het is te weinig bekend dat de Romeinse staatsopvatting – in wezen kolonialistisch – uiteindelijk in Frankrijk, vanaf de 17e eeuw, de Keltisch-Germaanse traditie van individuele, lokale en regionale vrijheden, met het dogma van de absolute monarchie (van goddelijk recht), omvormde tot de tirannie van de Meerderheid in de onveranderlijke lijn van de Rede van Staat, onder de republiek. Er is een fundamentele tegenstelling tussen het Romeinse Caesarisme en het Noordse federalisme. Men kan niet voor het laatste opkomen zonder het eerste te veroordelen.

Keltisme brengt ziel en dynamiek in de federalistische revolutie. En de logica. Het maakt het een krachtig idee. Van een formule van wijs bestuur maakt het een revolutionair programma in de diepte. Daarom durven wij vandaag te geloven in het mogelijke succes ervan tussen de Rijn en de Pyreneeën.

Wij waren een beetje zoals die Duitsers die hun nazionalsozialismus voor zichzelf wilden houden, toen na de overwinning van 1940 iedereen in hun voetsporen wilde treden. Zij betaalden een hoge prijs voor dit egocentrisme. Het kwam niet bij ons op dat anderen zich door het Kelticisme konden laten inspireren, of zelfs het recht daartoe hadden. Buiten onze grenzen was het Keltendom Keltomanie.

Het zou niet eerlijk zijn om dat te blijven denken. De Fransen die zich nu Kelten noemen, doen geen gratuite beweringen op grond van archeologische herinneringen die je doen glimlachen, maar doen een beroep op dezelfde wetten als wij: die van het bloed. Zij weten heel goed wat hun Keltisme is: een viriel geloof in zichzelf. Het is nooit te laat om de verloren zoon in het huis van de stam op te nemen.

Frans Gallië

De figuur van de Galliër was in het verleden een vast onderdeel van de Franse propaganda. De Bretoense gedachte, die slechts een van de vele uitingen van de Keltische gedachte is, kreeg een nog ruimer kader dan dat wat het jonge Echte Bretagne had bedacht, met zijn idee van een groter Bretagne dat zich uitstrekte tot aan de grenzen van Armorica, dat de dynastie van Nominoë onder haar scepter had verenigd. Maar zonder de steun te krijgen van de Neder-Normandiërs, Maigneaux, Angevins en Vendéens, als vreemd aan hun afkomst, sinds de lagere school waar hen Franse waarden bijgebracht werden, als onbewust van hun eigen belangen en zonder enige band tussen hen, behalve via Parijs. Deze keer worden ook zij ipso facto in het diepe gegooid.

In de veranderende wereld die wij thans meemaken, hebben de oude standpunten niet veel betekenis meer en zijn de oude remedies ondoeltreffend. We hebben het Welshe Plaid als voorbeeld genomen. Het is te volgen in termen van volharding en organisatie van de inspanning, maar hier omgezet zou het slechts een illusoire hoop bieden en dat pas na twee decennia van mierenarbeid. Geen enkele plaatselijke hervorming, geen enkele “concessie” van de Parijse staat zou een oplossing brengen voor het probleem van de Europese beschaving, dat voor ons zoals voor alle blanken het probleem is. De fysionomie van Frankrijk zou er niet door veranderen, anders zou een zowel schadelijke als overweldigende invloed op ons blijven worden uitgeoefend. De voortzetting van de Keltische decadentie in Ierland, ondanks de politieke onafhankelijkheid, verkondigt luid genoeg dat het kwaad niet bij de wortel is aangepakt. Onze fout was te geloven dat de crisis een Bretoens fenomeen was. Het is algemeen, in Frankrijk, in Italië, in Duitsland, in Engeland, overal waar de blanke man zijn wet niet meer volgt. Een algemene crisis vraagt om een gemeenschappelijke remedie.

Frankrijk’s mengelkroes

Van de Galliërs naar de “Galliërs”. Iedereen kan zien dat de crisis de hele blanke wereld treft. In ons tragisch isolement is de opening die plaatsvindt, Bretagne’s kans. Het de rug toekeren zou geheel in overeenstemming zijn met onze politieke kortzichtigheid, maar onwaardig voor mannen die na een halve eeuw schoppen in de kont weer op het pad van het gezond verstand hadden moeten komen.

Dus het idee is gelanceerd. Wij schrijven: Europa zal Keltisch zijn of het zal niet zijn! De formule is prachtig. Vleiend, maar gevaarlijk in deze vorm, omdat het iedereen die niet van de Kelten afstamt tegen zich in het harnas jaagt en het afstotende effect van een hebzuchtig pangermanisme teweegbrengt. Het zou beter zijn te zeggen: Europa zal tot stand komen in het teken van het Kelticisme of het zal niet tot stand komen. We hebben een verenigend principe nodig. Ik kan niet anders bedenken dan dit: etnische vrijheid, zonder de ambitie om Kelten te smeden uit de Grieks-Liguro-Arabische-Latijnen van Sicilië, of de Duits-Italianen van de oostelijke Alpen. De Keltische geest van humanisme en verdraagzaamheid zal gemeenschappelijke instellingen doen ontstaan, die alle volkeren van ons oude continent in staat zullen stellen opnieuw aansluiting te vinden bij hun oorsprong, ook de Magyaren, Basken, Albanezen of Litouwers, die 100% vreemd zijn aan het Keltisme.

Keltisch imperialisme? Het zij zo, want het zal het imperialisme van de vrijheid zijn.  

Vertaling: elementen

Oorspronkelijke tekst: « Une idée force : le celtisme » par Olier Mordrel – Barr-Avel



Categorieën:Identiteit

Tags: , ,