Gesprek met Jean-Louis Spieser: in 1918 ontdekten de Fransen in Elzas een volk dat enkel een Duits dialect sprak

Breizh-Info (2021)

De verschijning van het boek Liberté, Egalité…Déportées, uitgegeven door Yoran Embanner, is een klein evenement met betrekking tot Elzas aan het begin van de eerste wereldoorlog.

Het is inderdaad de eerste keer sinds 1918 dat we een ander gezichtspunt hebben dan het officiële: dat van een Elzasser, Anne-Marie Hils, die zich diep Duits voelt. Voor haar zijn de Fransen bezetters. Haar toewijding aan de keizer is vergelijkbaar met die van een Engelsman aan koningin Elizabeth II. Anne-Marie is een innemende jonge vrouw, romantisch, met een sterk karakter: ze is Duits, punt uit!

Het gebied rond Thann werd in 1914 veroverd en de Fransen voerden onmiddellijk een etnische en politieke zuivering door. De inwoners die de pech hadden een Duits familielid te hebben of die, omdat zij Elzassers waren, zichzelf als Duitsers beschouwden, werden gedeporteerd. Zij werden bijna gelyncht door hysterische menigten in de stations van Besançon en Clermont-Ferrand, voordat zij aankwamen in La Chartreuse in Le Puy-en-Velay, een voormalig klooster dat tot gevangenis was omgebouwd. Deze sentimentele en … patriottische getuigenis van een kind uit de Elzas is een zeldzaam document omdat het in tegenspraak is met het nationaal narratief dat beweert dat in 1914 de hele Elzas wachtte op de komst van de Fransen, met de tricolore vlag in de hand. Dit was waar voor sommigen, maar niet voor een groot deel van de bevolking. Meer dan een eeuw later is het tijd om te stoppen met het ontkennen van het bestaan van deze mannen en vrouwen die allen van hun Heimat hielden.

Dit boek werd gepubliceerd in 1918, in het Duits. Jean-Louis Spieser, ook uit de Elzas, vertaalde het in het Frans.

Historische verduidelijking

In het Verdrag van Frankfurt van 1871, dat mede door Frankrijk en Duitsland werd ondertekend, werd bepaald dat de Elzas “ten eeuwigen dage” Duits was. In 1918 annexeerde Frankrijk, tegen het internationale recht in, heel Elzas-Moezel zonder referendum. Het is waarschijnlijk dat, indien er een referendum was gehouden, de meerderheid van de Elzassers er de voorkeur aan zou hebben gegeven Duits te blijven.

De vertaler herinnert aan de vader van de auteur, Karl Hils, de getalenteerde beeldhouwer van de collegiale kerk in Thann. De reden voor zijn verbanning uit het collectieve geheugen? Hij heeft de stad zeker verfraaid, maar hij is geboren in het Zwarte Woud op de verkeerde oever van de Rijn…

Om over dit getuigenisboek te praten, interviewden wij Jean-Louis Spieser.

Breizh-info.com: Kunt u zich voorstellen aan onze lezers?

Jean-Louis Spieser: Hoewel ik een gepensioneerde leraar Frans ben, is mijn moedertaal het Elzassisch, dat ik sprak tot ik naar school ging, waar het verboden was het te spreken. Ik leerde Frans als vreemde taal die rond de jaren zestig alleen in mijn dorp op school werd gebruikt. Elzassisch is een mondelinge variant van het Duits, dus ik ben ermee bekend.

Bijna 20 jaar geleden kocht ik op een rommelmarkt bij toeval voor 1 € een deel van het manuscript van een Elzasser vrouw die eind jaren twintig naar China was gereisd. Ik kocht dit boek in het Duits, dat ik met anderen wilde delen, en om dat te doen moest ik het in het Frans vertalen; ik vond het een leuke oefening en vanaf dat moment volgden de vertalingen elkaar op.

Later kwam ik in een boekwinkel een boek tegen waarin sprake was van de deportatie van Elzassers door de Fransen in 1914, iets waar ik nog nooit van had gehoord. Ik voelde wat een Bretoen die ontdekt wat er in 1870 in het kamp van Conlie is gebeurd, waarschijnlijk moet voelen. Om na te gaan of het om betrouwbare getuigenissen ging en niet om propaganda, ben ik naar vroegere detentieplaatsen gegaan, heb ik archieven geraadpleegd en ben ik op zoek gegaan naar soortgelijke getuigenissen; zo heb ik de tekst gevonden waarvan de vertaling zojuist is gepubliceerd.

Breizh-info.com: Uw boek, Liberté, égalité, déportées… gaat nog wat stof doen opwaaien. Kunt u ons vertellen wie Anne-Marie Hils was, wiens boek u uit het Duits in het Frans vertaalde?

Jean-Louis Spieser: Anne-Marie Hils was een onopvallende jonge vrouw van 27 jaar in 1914. Zij woonde in Thann, een klein stadje aan de ingang van een Vogezenvallei, met haar moeder, haar twee broers en hun kleine zusje. Haar moeder was afkomstig uit Colmar en haar vader, die juist in juni was overleden, was geboren in het nabijgelegen Zwarte Woud aan de andere kant van de Rijn.

Breizh-info.com: Kunt u ons een korte historische herinnering geven aan de situatie in de Elzas in 1914, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak?

In 1914 was de Elzas volgens het internationale recht 43 jaar lang Duits geweest; in 1871 had het Franse parlement namelijk, in ruil voor vrede, de Elzas en Lotharingen aan Duitsland afgestaan (minder dan 20% van de afgevaardigden was hiertegen). De Elzassers waren dus Duitse onderdanen die, toen de oorlog uitbrak, voor hun land vochten. Mijn grootvader vervulde zijn dienstplicht in Berlijn en vocht in de legers van de Kaiser in Rusland. (Dit moet niet verward worden met wat er in 1942 gebeurde: Elzassers, Franse burgers, werden gedwongen ingelijfd in het Duitse leger, ondanks henzelf. Zij worden de malgré-nous genoemd). In 1914 vochten ze voor hun land. In de Elzas dragen de monumenten voor de doden niet de inscriptie “Morts pour la France” maar “À nos morts” (Voor onze doden).

In 1914, om het eenvoudig te zeggen, was er een francofiele bourgeoisie in de stad, maar de meerderheid van de bevolking had gerouwd om het verlies van Frankrijk en was Duits. Punt.  Mijn grootmoeder herinnerde zich met ontroering het broodje dat op de verjaardag van de keizer aan de schoolkinderen werd uitgedeeld.

Breizh-info.com: In het boek wordt gesteld dat er een etnische en politieke zuivering werd uitgevoerd op het grondgebied waar mevrouw Hils woonde.

Jean-Louis Spieser: In 1918 konden de Fransen niet geloven dat ze in de Elzas mensen hadden ontdekt die alleen een Duits dialect spraken. Er werd een etnische sortering van de bevolking ingesteld met de toekenning van vier verschillende identiteitskaarten, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen “autochtone” Elzassers (die er vóór 1871 waren), de “Oud-Duitsers” en hun nakomelingen die na 1871 van de rechteroever van de Rijn waren gekomen, mensen uit gemengde paren, en vreemdelingen uit een geallieerd of neutraal land. De “Oude Duitsers” werden verdreven, hun huizen en winkels geplunderd en vernield. Afhankelijk van het type van hun identiteitskaart (A, B, C of D) werden mensen gediscrimineerd op het gebied van bewegingsvrijheid, de wisselkoers frank/Mark, het stemrecht, enz. De situatie was onontwarbaar in gezinnen waar huwelijken hadden plaatsgevonden tussen autochtone Elzassers en Duitsers van over de Rijn. Waar waren de republikeinse overtuigingen van het recht van de grond, broederschap, gelijkheid en verdraagzaamheid? (vgl. Une épuration ethnique à la française, Alsace-Lorraine 1918-1922 van Bernard Wittmann, ook uitgegeven door Yoran Embanner).

Breizh-info.com: Het boek licht ook een tipje van de sluier op van een beeld van Elzassers die, als bevrijders, de Fransen verwelkomen in 1914. Dit was duidelijk niet het geval voor de hele bevolking…

Jean-Louis Spieser: De nationale geschiedschrijving vertelt dat de Franse “poilus” werden verwelkomd door jubelende Elzassers. Wat de bevolking met vreugde begroette was vrede, het einde van de ontberingen en het einde van de militaire dictatuur. In 1945 waren de mensen echt blij waren bevrijd te zijn van het nazisme. De Duitsers van Hitler vernietigden, de Duitsers van Willem II bouwden en voerden een sociaal beleid dat ver vooruitliep op dat van Frankrijk. De leerplicht, bijvoorbeeld, dateert van het einde van de 19e eeuw. De leerplicht dateert bijvoorbeeld van 1871, 11 jaar vóór Jules Ferry, en de Elzassers genoten sociale zekerheid lang vóór de Fransen! Veel Elzassers waren in 1918 snel gedesillusioneerd. Mijn andere grootvader vertelde me op een dag in het Elzassisch: “We wachtten op de republiek, we kregen de “rebüdik”! ) Het woord “Büdik” komt van het woord “boutique”, dat “bazaar” betekent!

Breizh-info.com: Waarom vond u het belangrijk om deze getuigenis te vertalen? Waarom heeft u gekozen voor de uitgeverij Yoran Embanner, die niet Elzasser maar Bretoens is?

Jean-Louis Spieser: Mijn plezier als vertaler is het om vergeten teksten te vinden en ze een tweede leven te geven. Er zijn veel teksten die de “bevrijding” van de Elzas in 1918 vieren. Ik kende er geen van de andere kant. Maar kunnen we ons voorstellen dat 100% van de Elzassische bevolking de Fransen als bevrijders verwelkomde?  Dat zou alle wetten van waarschijnlijkheid tarten! Ik geef historici (van wie er steeds minder Duits spreken) een ander gezichtspunt en laat ze daarover debatteren.

In de Elzas zijn de uitgevers voorzichtig; ze vinden dat niet alle waarheden goed zijn om te vertellen. Ik heb me natuurlijk tot Yoran Embanner gewend, die al veel boeken heeft gepubliceerd waarin de geschiedenis van de Elzas vanuit een andere invalshoek wordt belicht dan die welke ons op school is bijgebracht.

Het boek dat ik vertaalde werd in 1918 gepubliceerd onder de voornaam van de auteur alleen, Anne-Marie. Zij gebruikte haar familienaam niet om niet herkend te worden en om haar twee broers, die nog steeds in Frankrijk vastzaten, geen kwaad te doen. Ik ontdekte dat hun vader Karl Hils was, een beeldhouwer van de prachtige collegiale kerk van Thann, een opmerkelijk figuur in zijn tijd. Hij was de auteur van een dozijn grote heiligenbeelden die vandaag de dag nog steeds de buitenkant van deze kerk sieren. Duizenden mensen woonden zijn begrafenis bij in juni 1914. De schrijver van de overlijdensadvertentie voorspelde dat zijn naam voor altijd met de stad Thann verbonden zou blijven, maar vandaag de dag kennen nog maar weinig mensen zijn naam. Een plaatselijke historicus beweerde zelfs dat zijn graf verdwenen was… en toch vond ik het onder een laag klimop, net zoals ik zijn nakomelingen in Duitsland vond, die mij foto’s en documenten uit die tijd toevertrouwden. Karl Hils had de stad zeker verfraaid, maar in Thann, waar de Franse troepen in 1914 aankwamen en de hele oorlog niet meer weggingen, had hij een originele tekortkoming: hij was op de verkeerde oever van de Rijn geboren, dus moest hij vergeten worden. 

Door mijn vertaling van enkele andere teksten van Anne-Marie Hils over haar gelukkige jeugd en haar beeldhouwersvader, probeer ik de herinnering aan deze kunstenares te rehabiliteren. 

Breizh-info.com: Heeft u nog andere boeken om aan te bevelen over dit onderwerp?

Jean-Louis Spieser: Ik heb verschillende vertalingen gepubliceerd van Duitse of Elzasser gevangenen in 1914 ( zie mijn website http://www.spieser.eu) maar de meest representatieve is Prisonniers au château d’If et aux îles du Frioul, uitgegeven door David Gaussen, 2017.

Vertaling: elementen

Oorspronkelijke tekst: https://www.breizh-info.com/2021/11/01/173605/spieser-hils-alsace-guerre-allemagne/?fbclid=IwAR2vEB8RVShmVjgQ0blPXmwLmtkNlRcfaKvTlUWpr3MIiU9lWtO6iWNykbQ



Categorieën:Geschiedenis, Identiteit

Tags: , , , , ,