Francis Fukuyama en het einde van de Amerikaanse hegemonie

Markku Siira (2021)

Het is ironisch, maar ook enigszins toepasselijk, dat de filosoof en auteur Francis Fukuyama, die in de jaren negentig de loftrompet stak over het “einde van de geschiedenis” en de triomf van de door de VS geleide westerse liberale democratie, nu in The Economist schrijft over het einde van de Amerikaanse hegemonie.

Fukuyama geeft zelfs toe dat de oorzaken op lange termijn van “de zwakte en de recessie van de VS eerder binnenlands dan internationaal zijn”. De academicus probeert ons ervan te overtuigen dat Amerika “in de komende jaren een grote mogendheid zal blijven, maar dat zijn invloed meer zal afhangen van zijn vermogen om zijn binnenlandse problemen op te lossen dan van zijn buitenlands beleid”.

De hoogtijdagen van de Amerikaanse hegemonie hebben immers minder dan 20 jaar geduurd, “van de val van de Berlijnse muur in 1989 tot de economische crisis van 2007-2009”. De VS blijven dominant op militair, economisch, politiek en cultureel gebied.

De verheerlijking van het “Amerikaanse exceptionalisme” heeft echter zijn tol geëist. Volgens Fukuyama “was het toppunt van Amerikaanse arrogantie de invasie van Irak in 2003, toen de Verenigde Staten hoopten niet alleen Afghanistan (dat zij twee jaar eerder waren binnengevallen) en Irak, maar ook het hele Midden-Oosten opnieuw vorm te geven.

De VS overschatte de doeltreffendheid van militair geweld om fundamentele politieke veranderingen teweeg te brengen. Het vrijemarktmodel kwam ook in de problemen. Het decennium eindigt met Amerikaanse troepen die vastzitten in twee oorlogen. De internationale economische crisis heeft ook de ongelijkheden aan het licht gebracht die het gevolg zijn van de door de VS geleide mondialisering.

De unipolariteit van deze periode is nu voorbij en de wereld is teruggekeerd naar een “meer normale toestand van multipolariteit, waarbij China, Rusland, India, Europa en andere centra hun macht ten opzichte van Amerika vergroten”. Of is dit ook maar schone schijn in een geglobaliseerde wereld waar politieke besluiten grotendeels zijn vervangen door marktwerking?

Hoe dan ook, Fukuyama gelooft dat de VS voor grote binnenlandse uitdagingen staan. De Amerikaanse samenleving is sterk gepolariseerd en vindt het moeilijk om over bijna alles consensus te bereiken. Deze polarisatie begon met typisch Amerikaanse politieke kwesties zoals belastingen en abortus, maar heeft zich sindsdien uitgebreid tot een bittere strijd over culturele identiteit.

Zelfs een externe dreiging, zoals het coronavirus, heeft de Amerikanen niet tot elkaar kunnen brengen. Integendeel, volgens Fukuyama heeft de coronacrisis de verdeeldheid en sociale afstand in Amerika vergroot. Maskers en vaccinaties werden politieke kwesties in plaats van volksgezondheidsmaatregelen.

Conflicten breiden zich uit tot alle aspecten van het leven, van sport tot consumentenmerken. De burgerlijke identiteit die Amerika in het tijdperk van de burgerrechten tot een multi-etnische democratie maakte, is vervangen door tegenstrijdige verhalen over de scheidslijnen die historici waarnemen tussen 1619 en 1776 – met andere woorden, of het land werd gesticht op basis van slavernij of de strijd voor vrijheid.

Deze tegenstrijdigheid strekt zich ook uit tot de verschillende realiteiten die beide partijen menen te zien; realiteiten waarin de verkiezingen van november 2020 ofwel een van de eerlijkste in de Amerikaanse geschiedenis waren, ofwel een massale fraude die leidde tot het onwettige presidentschap van Joe Biden. Persoonlijk zie ik geen wezenlijk verschil tussen de regeringen van Trump en Biden; de VS is echt een eenpartijstelsel.

Tijdens de Koude Oorlog en tot in het begin van de jaren 2000 bestond er onder elites een consensus dat de VS hun leidende rol in de wereldpolitiek wilden behouden. De wrede en schijnbaar eindeloze oorlogen in Afghanistan en Irak hebben veel Amerikanen geërgerd, niet alleen door de associatie met moeilijk te begrijpen en te bevatten plaatsen zoals het Midden-Oosten, maar ook door het genereren van een afwijzing van internationale betrokkenheid in het algemeen.

Wat China betreft, dat zich als rivaal van de VS heeft ontpopt, is de consensus duidelijker: zowel Republikeinen als Democraten zijn het erover eens dat Peking een “bedreiging voor de democratische waarden” vormt (d.w.z. voor het door de VS geleide Western-centrisme). Maar deze confrontatie zal Amerika niet ver brengen. Fukuyama vraagt zich af of de VS voorbereid zouden zijn op een militair conflict met China of Rusland. We zijn Afghanistan met een knal binnengekomen, maar hoe zit het met Taiwan of Oekraïne?

Polarisatie heeft Amerika’s wereldwijde invloed al aangetast. De aantrekkingskracht van Amerika is sterk verminderd: de Amerikaanse democratische instellingen hebben de afgelopen jaren niet goed gefunctioneerd, dus waarom zou enig land het Amerikaanse tribalisme en politieke disfunctioneren imiteren? Fukuyama wijst erop dat het modelland van de democratie er na de gebeurtenissen van 6 januari zelfs niet in is geslaagd tot een vreedzame machtsoverdracht te komen.

Biden betoogde dat de terugtrekking uit Afghanistan nodig was om zich te concentreren op het beantwoorden van de “grotere uitdagingen waarvoor Rusland en China ons stellen”. Barack Obama is er nooit in geslaagd een “pivot naar Azië” te maken omdat de VS gefocust bleef op het Midden-Oosten. Fukuyama stelt dat “de huidige regering zowel de middelen als de aandacht van de beleidsmakers naar elders moet verleggen, om geopolitieke rivalen te intimideren en bondgenoten aan zich te binden”.

Fukuyama, die in de jaren negentig de neoconservatieven inspireerde, is vandaag realistischer. Hij betoogt dat het onwaarschijnlijk is dat de VS terugkeren naar hun vroegere hegemoniale positie en dat zij dit zelfs niet moeten proberen. In het beste geval kan het alleen maar hopen op “handhaving van een wereldorde gebaseerd op democratische waarden in samenwerking met gelijkgezinde landen” (d.w.z. zijn eigen belangen nastreven ten koste van zijn vazallen). Alleen de tijd zal leren of de VS hiertoe nog in staat is.

Net als het Britse Rijk in het verleden, zijn de VS zo goed als opgebruikt. Persoonlijk denk ik dat voor internationale kapitaalkringen zelfs een door China geleide wereld niet echt een gruwel is. In de nieuwe situatie kan voor deze kringen zelfs de liberale democratie terzijde worden geschoven, mits haar privileges – namelijk die van de mondiale kapitalistische klasse – ongewijzigd blijven.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://markkusiira.com/ en Francis Fukuyama et la fin de l’hégémonie américaine : Euro-Synergies (hautetfort.com)



Categorieën:Verenigde Staten

Tags: , , , , , , , , ,