Renaud Camus en de globale omvolkingsideologie

Fabien Niezgoda (2021)

De omvolking is geen “theorie”: het is een waarneming en een waarschuwingssignaal. Achter het recht van de volkeren op historische continuïteit gaat de verdediging schuil van de polyfonie van de wereld – van al wat zij nog bezit dat onvervangbaar is.

Als de uitdrukking “omvolking” nu systematisch geassocieerd wordt met de naam van Renaud Camus, met name door alle journalistieke automatismen rond de “theorie” van de omvolking, kan men slechts betreuren dat zijn geschriften weinig gelezen blijven. Het is met name waar, hoewel dit de niet-lezers geenszins verontschuldigt, dat Le Grand Remplacement[1] niet zo veel gelezen is als de uitdrukking.

In 2011 werd deze titel voor het eerst gebruikt voor een slank boekje met de tekst van drie lezingen, uitgegeven door David Reinharc. Het boek werd het jaar daarop uitgebreid, maar nu in eigen beheer uitgegeven, en vervolgens aangevuld met een belangrijke tekst over Le changement de peuple. Deze kern, waaraan geleidelijk een twintigtal andere teksten werd toegevoegd, vormde uiteindelijk een omvangrijk boekwerk van meer dan vijfhonderd bladzijden, dat thans door de uitgeverij Nouvelle Librairie wordt aangeboden en verspreid.

Wat is de omvolking?

Wat is de “Grand Remplacement”, volgens Renaud Camus? Het is een term, een treffende uitdrukking, de aanduiding van een belangrijke gebeurtenis, een historisch verschijnsel.

Het is geen “theorie”, net zomin als er een “theorie van de Honderdjarige Oorlog” is, een “theorie van de Grote Oorlog”, een “theorie van de Franse Revolutie”, enz. De omvolking is in de eerste plaats een constatering, een vaststelling die gedaan kan worden door hen die de ogen openen voor het historische lot van hun beschaving, die weten en vrezen dat een beschaving sterfelijk is; een constatering en een alarmsignaal, in de lijn van de Rivers of Blood-toespraak die in 1968 in Birmingham werd gehouden door Enoch Powell[2], een van de “twee profeten”, samen met Jean Raspail, aan wie Camus zijn boek heeft opgedragen.

Renaud Camus deed deze vaststelling zelf in de jaren 1990, toen hij een boek aan het schrijven was over het departement Hérault en de oude versterkte dorpen rond Lunel bezocht. Hij vatte wat hij toen zag samen in een eenvoudige formule: “je hebt één volk en bijna in één keer, in één generatie, heb je één of meer andere volkeren in de plaats”.

Maar heel vaak, in plaats van een lucide observatie van het vanzelfsprekende en van de ramp, constateert de auteur een drievoudige reactie, een drievoudige vlucht, een drievoudige ontkenning, in de trant van de door Freud opgeroepen “doorboorde ketel”: de omvolking, zo wordt gezegd, bestaat enerzijds niet, is anderzijds wenselijk en heilzaam, en is tenslotte natuurlijk en onvermijdelijk. Geconfronteerd met deze onsamenhangende argumenten, is het dus noodzakelijk te zeggen wat wij zien, en eerst te zien wat wij zien. Dit is de betekenis van het treffende sprookje Ørop, een van de kostbare teksten die hier zijn opgenomen, gepresenteerd als een ongepubliceerd en onvoltooid verhaal van Andersen. Zoals in De nieuwe kleren van de keizer komt de waarheid uit de mond van een kind, omdat hij het nieuwe dogma negeert dat er geen geschiedenis of mensen meer zijn. “Geschiedenis” is een oude dame die altijd jong is, energiek en grillig, romantisch als de pest, snel verveeld en alleen maar dromend van avonturen, wonden en builen, duistere drama’s, coups d’éclat, theater en staat. Zij haat niets zozeer als ontwijking en terugtrekking, vooral wanneer zij voelt dat deze tegen haar worden georganiseerd, uit wantrouwen jegens haar, om aan haar controle te ontsnappen. Het valt nog te bezien hoe de terugkeer van de geschiedenis, de terugkeer tot de geschiedenis, zal plaatsvinden: door het ontwaken van het volk dat vervangen wordt? Of door de triomf van de vervangers, zodra het “Duits-Sovjetpact” tussen de “twee rivaliserende en voorlopig geallieerde totalitaire systemen”, de vervangers en de islamisten, degene die de vervanging mogelijk maakt en degene die er gebruik van maakt, is verbroken?

Tegen de heerschappij van de valse

Nog vóór de bij uitstek politieke taak, die erin bestaat het verschijnsel van de Grote Vervanging tegen te gaan en de historische continuïteit van de Europese volkeren te vrijwaren, bestaat de taak die de schrijver zich stelt erin te strijden tegen de ontkenning, tegen het occultisme, tegen wat hij het valse, het omgekeerde reële noemt, dit discours – meer dan een discours trouwens, een manier om de wereld te vatten – dat bijvoorbeeld “volkswijken” noemt die integendeel gekenmerkt worden door de afwezigheid van de autochtone bevolking, of dat een andere dan administratieve en Hermogeneske [3] betekenis geeft aan het oxymoron “Franse jihadist”. De valsheid wijdt de heerschappij in van het valse, het valse, het ersatz, het surrogaat, nep, het niet-authentieke. En het is dan ook niet verwonderlijk dat de valsheid onlosmakelijk verbonden is met wat Camus “remplacisme” noemt.

Want als de “theorie van de omvolking” geen theorie is, dan geeft Camus toe dat het, buiten dit verschijnsel en de observatie waartoe het oproept, mogelijk en noodzakelijk is te theoretiseren wat er gebeurt, om de oorzaken ervan te begrijpen. Dit is waar het concept van “globale vervanging” om de hoek komt kijken. Om het begrijpelijk te maken, en zelfs verhelderend, bedacht de schrijver een aantal woorden of uitdrukkingen, of nam hij die welke hij eerder had bedacht over en ontwikkelde ze verder, waarvan hier een selectie zal worden aangehaald: de, Vrienden van de Ramp, davocratie, ongedifferentieerde menselijke materie (UHM)…

Achter het historische, demografische, geopolitieke en sociale fenomeen van de Grote Vervanging kan men een antropologische mutatie waarnemen, de komst van de vervangbare mens, die – voor wie gevoelig blijft voor hoe de mens was vóór het einde van de Geschiedenis – slechts het meest spectaculaire aspect is van de komst van de vervangbare mens. Van de universele buitenwijk tot de toeristische reis, landschappen, architectuur, keuken, kunst, materialen, de wereld zelf, “alles wordt vervangen door zijn gestandaardiseerde, genormaliseerde, vereenvoudigde, getayloriseerde, veredelde, geïndustrialiseerde, gecommodificeerde, gemasseerde, geplastificeerde, goedkope dubbelganger. En het is dit remplacisme, zelf gevoed door de deculturatie en de Petit Remplacement [5], dat de Grand Remplacement mogelijk maakt, want “een volk dat zijn geschiedenis kent en zijn klassieken kent, laat zich niet zaligmakend naar de vuilnisbak van de geschiedenis leiden”.

Achter de migratie-uitdagingen: de komst van de uitwisselbare, vervangbare mens

De omvolking is dus in de eerste plaats een krachtige formule die kan helpen onze ogen te openen en ons de realiteit en de ernst van de migratie-ondergang te doen toegeven – evenzeer als zij kan dienen als een afweermiddel voor hen die er altijd de voorkeur aan zullen geven deze realiteit te ontkennen, of haar goed te praten, of zich erbij neer te leggen. In ieder geval moet worden vastgesteld dat sinds deze formule circuleert – terwijl de zaak zelf wordt bevestigd – de existentiële kwesties die aan de basis liggen van de massamigratie minder gemakkelijk onder het tapijt worden geveegd.

Maar wat een zorgvuldige lezing van “Le Grand Remplacement” rechtvaardigt, buiten deze essentiële formule, dit woord-obus, is de hele beschouwing die het begeleidt en die handelt over mondiaal “remplacisme”: “Een spook waart door Europa en de wereld. Het wordt “remplacisme” genoemd, de neiging om alles te vervangen door zijn genormaliseerde, gestandaardiseerde, verwisselbare dubbelganger: het origineel door de kopie, het authentieke door de imitatie, het ware door het valse, moeders door surrogaatmoeders, cultuur door ontspanning en vermaak, kennis door diploma’s, platteland en stad door de universele buitenwijk, het autochtone door het allochtone, Europa door Afrika, man door vrouw, man en vrouw door robots, volkeren door andere volkeren, menselijkheid door een haveloze, ongedifferentieerde, gestandaardiseerde, naar believen inwisselbare posthumaniteit. ” Als men daarentegen vasthoudt aan het onvervangbare, dan moet men zien wat men ziet, zeggen wat men ziet en, om te begrijpen wat men ziet en wat men weigert, Renaud Camus en zijn woorden, die zelf onvervangbaar zijn, lezen en herlezen.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst : https://institut-iliade.com/renaud-camus-face-au-remplacisme-global-par-fabien-niezgoda/

Voetnoten

Renaud Camus, Le Grand Remplacement. Introduction au remplacisme global, La Nouvelle Librairie éditions, Parijs, 586 pagina’s, €26,50..

[1] “Le Grand Remplacement is zeker niet het beste boek van Renaud Camus, maar het is wel het grote boek van onze tijd; het boek dat zijn auteur in de omgangstaal heeft gebracht”, schrijft François Bousquet ter gelegenheid van de heruitgave (Elements n°190, juni 2021).

[2] Een redevoering waarvan Renaud Camus terecht de in 2019 door de Nouvelle Librairie uitgegeven editie heeft ingeleid.

[3] De tegenstelling tussen Cratylus en Hermogenes, ontleend aan Plato, vormt de kern van Du Sens (P.O.L., 2002), het belangrijkste boek van Renaud Camus.

[4] Interview met Renaud Camus, Elements nr. 181, december 2019.

[5] Renaud Camus, Le Petit Remplacement, Pierre-Guillaume de Roux, 2019.



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , , , ,