Tegen de “surveillance”-samenleving: de Europese visie op vrijheid

Guillaume Travers (2021)

Het opleggen van de “gezondheidspas” toont aan dat de mogelijkheid van een normaal sociaal leven steeds meer afhankelijk wordt van de naleving van een abstracte, min of meer arbitraire, wettelijke of morele norm. Een pleidooi voor een terugkeer naar de politiek.

De invoering van de “gezondheidspas” roept bij velen het gevoel op dat er een diepe breuk in de openbare vrijheden ontstaat. Dit heeft twee aspecten. In de eerste plaats wordt de openbare ruimte afgesloten, zodat sommige mensen op grond van medische criteria zullen worden uitgesloten. Ten tweede, een privatisering van de controle, aangezien iedereen iedereen zal controleren: een werkgever, zijn werknemers; een restauranthouder, zijn klanten; een echtpaar, hun gasten.

Na een initiële schok is het gemakkelijk in te zien dat deze bewakingsmaatschappij niet zo nieuw is. Het is al jaren aan het broeien en vorderen. Het toegenomen toezicht op de meningsuiting op sociale netwerken, zoals blijkt uit de exponentiële toename van het aantal accounts en berichten dat wordt verwijderd, volgt dezelfde logica: afsluiting van de openbare ruimte, door de zuivere en eenvoudige onderdrukking van de uitdrukkingsmiddelen voor degenen die zich storen; privatisering van de controle, die wordt gedelegeerd aan digitale platforms en specialisten in “verslaggeving” van allerlei aard. Hetzelfde mechanisme is nog steeds aan het werk in de indigenistische beweging, in de beweging van “Sleeping Giants” of in de “woke”-ideologie. In alle gevallen is de modus operandi gebaseerd op de particuliere actie van activisten om iedereen die het niet met hen eens is uit de openbare ruimte te verwijderen.

Het wezen van de openbare ruimte verandert

Wanneer zij voortschrijdt, komt de controlemaatschappij in wezen voort uit een verandering van de aard van de openbare ruimte: de mogelijkheid van een normaal sociaal leven wordt afhankelijk gesteld van de naleving van een abstracte, min of meer willekeurige norm van wettelijke of morele aard. En wie zich niet schikt, wordt onzichtbaar gemaakt, gedegradeerd naar de marge, waar hij niet meer wordt gezien. De openbare ruimte moet een ruimte van homogeniteit worden.

Als deze logica verontrustend is, dan is dat omdat zij een van de millennia-oude erfenissen van onze beschaving ondermijnt, namelijk een specifiek Europese opvatting van vrijheid. Van de oudheid tot de moderne tijd hebben auteurs als Aristoteles (in zijn Politica) en Montesquieu (in zijn Perzische brieven) de vrijheid van Europa verdedigt tegenover wat zij een “oosters despotisme” noemden. Hun gevoelens verschilden niet van die van veel Europeanen vandaag, die met achterdocht kijken naar China’s systeem van “sociaal krediet”, waarbij burgers voortdurend worden gevolgd en beoordeeld, afhankelijk van hun vervoergedrag, het terugbetalen van schulden, enz. en op een “zwarte lijst” kunnen worden geplaatst, uitgesloten van het publieke domein en zelfs van het sociale leven. Hoewel het soms te eenvoudig lijkt, heeft de tegenstelling tussen de vrijheid van de Europeanen en het “oosters despotisme” ten minste één verdienste: zij vertelt ons iets over de manier waarop de volkeren van Europa zich sinds hun ontstaan hebben voorgesteld.

Wat is dan die Europese opvatting van vrijheid? Het meest fundamentele punt is misschien wel dat de vrijheid – om aan het openbare leven deel te nemen, om een mening te uiten – niet wordt bepaald door juridische criteria, maar door politieke criteria. Zo is het in Europa van oudsher niet de conformiteit aan een abstracte rechtsregel die iemand vrij maakt, maar altijd het lidmaatschap van een volk en de verbondenheid met een land. In de wereld van de oude Griekse steden is vrijheid nooit absoluut. Het is de tegenhanger van het politieke burgerschap: in Athene is men in de eerste plaats vrij omdat men Athener is. Als een Athener kan deelnemen aan het openbare leven van zijn stad, en zeer uiteenlopende meningen kan uiten, dan is dat niet omdat alles aan iedereen is toegestaan, maar omdat de waarborg van een andere aard is: niet een van buitenaf gegeven regel, maar een verworteling. Met andere woorden, de politieke bandenvormen de eerste voorwaarde voor vrijheid. Hetzelfde overheerst in de wereld van de middeleeuwse gemeenschappen, of we nu denken aan de vrijheden van de communes of aan die van de religieuze broederschappen of ambachten. Vrijheden zijn altijd verbonden met bepaalde gemeenschapsbanden: het is omdat men tot een stad of een gilde behoort dat men bepaalde voorrechten geniet in de openbare ruimte (uitoefening van een beroep, enz.). Vrijheid en eenheid van de gemeenschap zijn onafscheidelijk.

Een omwenteling in de beschaving die van ver komt

In de moderne tijd zijn er twee krachten die aansturen op het loslaten van dit politieke concept van vrijheid. In de eerste plaats was er de “logica van de rechten” die uit de Verlichting voortkwam en door de Franse Revolutie werd overgenomen, en die ertoe leidde dat steeds meer abstracte rechten in de wet werden opgenomen. Door deze logica wordt de toekenning van individuele rechten losgekoppeld van elke politieke gezindheid (deze rechten gelden “voor alle mensen”) en raken we er vooral aan gewend vrijheden te zien als iets dat wordt toegekend door een verre en abstracte wetstekst, terwijl we ze vroeger zagen als het resultaat van een bepaalde politieke praktijk binnen een historische gemeenschap. Ten tweede heeft de grote vermenging van volkeren in de afgelopen decennia de neiging gehad het gevoel van politieke saamhorigheid te verbrokkelen, waardoor burgerschap is gereduceerd tot een juridische status, opnieuw een ruimte die door “de wet” wordt ingekapseld.

De controlemaatschappij die in de post-Covid-wereld tot stand komt, versnelt deze ontkoppeling van vrijheid en gemeenschapszin. Sommigen hebben geschreven dat het nu gemakkelijker is om geen papieren te hebben dan geen vaccinatiepasje. Dit is misschien niet zomaar een grap, maar het hoogtepunt van een logica die het deel uitmaken van een gemeenschap devalueert, zodat vrijheid alleen kan worden opgevat als conformiteit aan de meest abstracte norm die mogelijk is. Degenen die morgen in Frankrijk “vrij” zullen zijn, zijn niet de Fransen, maar degenen – waar zij ook vandaan komen – die een QR-code hebben waarvan de echtheid is geverifieerd. Dit is een omwenteling in de beschaving.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://institut-iliade.com/contre-la-societe-de-surveillance-la-conception-europeenne-de-la-liberte-par-guillaume-travers/  



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , , , , ,