Wat is het Imperium?

Charles Mallet (2014)

Sinds enkele jaren wordt in nationalistische en Euraziatische kringen, met name binnen “Nieuw Rechts”, het begrip imperium opnieuw toegeëigend als een middel tot herstel/oprichting en bestendiging van de Europa-natie of Europa-macht. Dit begrip wordt vaak verward met dat van “Het Rijk” (“Empire” noot van de vertaler), om de eenvoudige en goede reden dat het er etymologisch de wortel van is. Het zou echter raadzaam zijn te verduidelijken wat het imperium is, om alle mogelijkheden ervan te begrijpen, die het eenvoudige perspectief van een “Rijk” in de gewone zin van het woord (d.w.z. in de zin van een supranationale politieke structuur) overstijgen.

 Oorsprong

 Het begrip imperium krijgt vorm in de Romeinse oudheid, meer bepaald in de Republikeinse tijd (ruwweg tussen 509 en 31 v.C.). Etymologisch komt het van “bevelen”, “voorbereiden op”. Het is een soevereine macht die door de goden is gedelegeerd aan consuls, praetors en bepaalde provinciale gouverneurs, wier wil verondersteld werd tot uiting te komen via het volk in de stemming van de vergaderingen (die de magistraten kiezen). Het imperium is dus een soevereine macht (d.w.z. zonder erkenning van een wereldlijke meerdere) om te bevelen en te oordelen, gesymboliseerd door de balken (assen omgeven door staven gedragen door de lictors).

 De bezitter van een imperium kon worden aangewezen als imperator (zegevierend militair leider -vaak consul-, recht hebbend op een triomf in Rome). Onder de Republiek was het imperium niettemin een in tijd en ruimte beperkte macht. Bovendien ondervond zij concurrentie van andere machten, zoals de macht van de tribunen (tribunitia potestas, waardoor de persoon van de tribunen verantwoordelijk werd voor de vertegenwoordiging en verdediging van het plebs van Rome). De burgeroorlogen aan het einde van de Republiek (van 88 tot 31 v. Chr.), waarbij verschillende imperatores wedijverden om de exclusiviteit van het imperium (Marius, Sylla, Caesar, Pompeius, Octavianus-Augustus, Antonius) leidden uiteindelijk tot de komst van de keizerstaat (vanaf de regering van Augustus van 27 v. Chr. tot 14 n. Chr.). C. tot 14 van onze jaartelling) waarin alle machten verbonden zijn aan een permanent imperium in handen van één enkele man: de Caesar Augustus imperator. Imperator wordt een bijnaam, een naam en vervolgens een voornaam van de keizers, de enige bezitters van het imperium.

Op dit punt moeten een aantal fouten niet meer gemaakt worden: Het imperium is niet het “Rijk”. Hoewel het imperium inderdaad aanleiding gaf tot het “Rijk”, hadden de Romeinen geen woorden om het imperiale systeem accuraat te beschrijven als een regeringssysteem op zich, of als grondgebied. Rome en zijn Rijk bleven ondanks het einde van het republikeinse systeem de Res Publica. Het imperium is dus een soort macht en geen politiek systeem of grondgebied, althans oorspronkelijk. Evenzo verwijst “imperator” pas laat naar het ambt van keizer; de imperator was in de eerste plaats een zegevierend krijgsheer.

 Het Romeinse Rijk: een permanent Euro-mediterraan imperium

 Als zodanig weerspiegelt dit begrip de politieke cultuur en de machtspraktijk van de Romeinse keizers: flexibel, pragmatisch, concreet. Hetzelfde geldt voor de aard van de keizerlijke macht, die moeilijk te begrijpen en te definiëren is, omdat zij door het empirisme is opgebouwd (het monarchische karakter ervan is echter niet betwistbaar). In meer dan vier eeuwen is de keizerlijke macht in staat gebleken zich aan te passen aan de meest hachelijke situaties (zoals de “crisis” van de derde eeuw). Het principaat van Augustus, waarin de keizer de princeps, de vorst, primus inter pares was, d.w.z. de eerste onder zijn gelijken van de senatoriale aristocratie; de tetrarchie van Diocletianus (284-305), waarin de macht werd gedeeld door vier hiërarchische keizers; en het christelijke keizerrijk van Constantijn (306-337), waarin de keizer de dominus, de meester was, hadden niets met elkaar gemeen.

Het keizerlijke systeem gaat gepaard met een ideologie die de opperste soevereiniteit van de keizer versterkt. De keizer is onaantastbaar (hij heeft de tribuniaanse macht gemonopoliseerd). Hij moet voor vrede zorgen (de beroemde pax romana die door Augustus werd ingehuldigd), voor de terugkeer naar de gouden eeuw, hij geniet de bescherming van de goden (of God, wiens comte – of metgezel – hij op aarde is, van Constantijn) en een goddelijk charisma (dit is de betekenis van de titel van Augustus). Hij moet de deugden bezitten van rechtvaardigheid, clementie, vroomheid, toewijding aan de Staat. Daarnaast moet het respect voor traditie samengaan met de noodzaak een rijk te federeren dat bestaat uit een groot aantal steden met een prestigieus verleden die gehecht zijn aan hun onafhankelijkheid. Daarin hebben de Romeinse keizers niet gefaald, zoals Lucien Jerphagnon in zijn biografie van Augustinus opmerkt: “Op 3.300.000 km2 rond de Middellandse Zee […] leven tot zeventig miljoen mensen, allemaal verschillend, met hun regionale talen, hun heel eigen goden. Hoewel zij min of meer terughoudend waren om onder Romeins gezag te komen, waren zij over het geheel genomen tamelijk gelukkig met de Pax Romana. Kortom, er was een universalisme ontstaan dat de lokale identiteiten niet uitwiste. Sinds Caracalla (212), […] was men Romeins staatsburger terwijl men Afrikaan, Syriër … ” bleef.

 De aard van de imperiale functie is weliswaar geëvolueerd, maar de grondslag is onveranderd gebleven: een soevereine, transcendente macht, tegelijk civiel, militair en religieus, gesteund door een goddelijk charisma, een bovenmenselijke macht, die naar boven nivelleert, als horizon de pax aeterna heeft, de aanspraken van de middelpuntvliedende krachten terzijde schuift, een gemeenschappelijke oriëntatie geeft aan alle componenten van eenzelfde koine (culturele en politieke gemeenschap), met behoud van hun diepe identiteiten.

Duurzaamheid van het concept

 Het begrip imperium verbergt dus meerdere mogelijkheden, en vormt een valabel project voor Frankrijk en Europa, waartoe wij oproepen. Het is, in tegenstelling tot wat men zou kunnen denken, geen zuiver historisch object dat beperkt is tot de Romeinse geschiedenis, en waarvan het concrete actieterrein in 476 zou ophouden met de val van het Westerse Rijk. De van het imperium geërfde notie van soevereiniteit overleefde in Europa inderdaad in een oneindig aantal vormen: Byzantium, een overlever van het Oosterse Rijk, van de orthodoxe en Grieks-Romeinse christelijke cultuur, waarvan het Russische Rijk altijd als erfgenaam heeft geleefd (“tsaar” is een titel die is afgeleid van die van “Caesar”); Het Heilige Roomse Rijk, een katholiek, Germaans-christelijk Rijk, voortgekomen uit het Karolingische Rijk, dat als visie had het West-Romeinse Rijk nieuw leven in te blazen, getuigt van de doordringendheid van het idee van het Rijk, zelfs onder de barbaren die zich in de laatste jaren van het West-Romeinse Rijk op zijn grondgebied vestigden. Heeft Karel de Grote (Carolus Magnus) zich niet laten kronen door de paus in de stad Rome, volgens het ritueel van de troonsbestijging van de keizers (of de herinnering die eraan overbleef), hervatte hij niet de keizerlijke symboliek, sluimerend sinds de val van het Keizerrijk (keizerlijke bol, scepter, kroon – van het keizerlijke diadeem van de late keizers, zelf ontleend aan de Helleense koningen)? Tenslotte hebben ook de “barbaarse” koninkrijken, in de eerste plaats het Frankische koninkrijk, via de Kerk de erfenis van het Romeinse imperium en de klassieke cultuur overgenomen. De Merovingen (en ook de Ostrogoten, Visigoten en Bourgondiërs), gefascineerd door het keizerlijke prestige, probeerden de pracht en praal van de keizers te imiteren (imitatio imperii). Het is echter de Franse monarchie die is voortgekomen uit het uiteenvallen van het Karolingische Rijk (Capetiërs, Valois, Bourbons) die – naar onze mening – onder de Europese naties de mooiste erfgenaam zal zijn van de Romeinse politieke traditie. De koningen van Frankrijk, vooral vanaf de laatste Capetiërs (tweede helft van de 13e eeuw), gevoed door de herontdekking van het Romeinse recht, zullen het beginsel van de soevereiniteit doen gelden tegenover de machten die haar willen onderwerpen of haar willen afbreken. De Franse koninklijke macht vertoont veel gelijkenissen met en ontleningen aan het Romeinse imperium: het bovennatuurlijke, het totale – of liever absolute -, het goddelijke, het naast elkaar bestaan van burgerlijke, militaire en religieuze aspecten, sommige van de regalia (de bol, de kroon…).

 De politieke versplintering van Europa in de Middeleeuwen en in de Nieuwe Tijd ging dus gepaard met een versplintering van de soevereine macht, van het imperium. Het idee van een federerende soevereine macht is hierdoor niet veranderd. Hetzelfde geldt voor het idee van een verenigd Europa, gedragen door de Kerk, de voornaamste drager van het Romeinse erfgoed. De hernieuwde belangstelling voor het begrip imperium is dus niet het resultaat van een romantische passie voor de Europese oudheid, maar het bewijs dat men, brekende met de moderne positivistische opvatting van de geschiedenis, kijkt naar de organisatievormen van het Romeinse Rijk. Wij beschouwen vroegere vormen van politieke organisatie als levende erfenissen en het is aan ons om ons die opnieuw toe te eigenen (de laatste rijken die indirecte erfgenamen waren van de imperiale visie die in Rome ontstond, verdwenen in 1917 – het Russische Rijk – en 1918 – het Oostenrijks-Hongaarse Rijk en het Duitse Rijk – respectievelijk). Ook al kan dit korte historische overzicht niet pretenderen een overzicht te geven van de complexiteit van het verschijnsel, van de diepte ervan, en van de talrijke nuances die de geschiedenis van de idee van het imperium of zelfs van de idee van het “Rijk” met zich meebrengt, toch hopen wij vooral de oorsprong en de betekenis ervan te hebben kunnen verduidelijken, om er zo goed mogelijk gebruik van te kunnen maken voor reflectie. Het imperium is een zowel flexibele als sterke vorm van politieke macht, die in staat is betekenis te geven aan het idee van soevereiniteit, en het continentale en imperiale politieke gezag van het Eurazisme te articuleren met het streven naar het behoud van autonomieën en nationale identiteiten, gedragen door het nationalisme of zelfs het monarchisme. In een tijd waarin het democratisme, de mensenrechten en het liberalisme hun fase van verval ingaan, is het aan ons om ons te verzetten met een samenhangend en federatief alternatief en ons te verzetten tegen het imperium van het globalisme.

 Vertaling: OvM

Oorspronkelijke tekst: http://lheurasie.hautetfort.com/archive/2014/06/05/qu-est-ce-que-l-imperium-charles-mallet-5385150.html

En: http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2014/06/09/qu-est-ce-que-l-imperium.html



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , ,