Geopolitiek voor nerds

Leonid Savin (2021)

Technologie speelt een cruciale rol in de geopolitiek, hoewel dit feit vaak over het hoofd wordt gezien. De ontwikkeling van maritieme technologieën heeft geleid tot een tweedeling tussen de macht over zee en over land, die in de 20e eeuw werd aangevuld met een dominantie in de lucht en de ruimte. In de 21e eeuw is er een nieuwe dimensie bijgekomen, de cyberspace, die volledig kunstmatig is en voortdurend wordt verbeterd. Het is dus wispelturig en veranderlijk van aard, maar het is ook uiterst belangrijk voor de communicatie en de informatietechnologie.

Het historische voorbeeld van de lancering van de Sovjet-Spoetnik-satelliet in 1957 en de Amerikaanse oprichting van ARPA (later omgedoopt tot DARPA) als reactie daarop in 1958, in het kader waarvan het Internet werd geboren, toont het belang aan van technologie in de geopolitiek – niet zozeer in theorie als wel in praktische simulatie.

Ondertussen is de toegang tot technologie, waarvan de resultaten kunnen worden gekocht en verkocht, niet zo belangrijk als totale controle, autarkie van de gehele technologieketen, en ondernemerszekerheid die voorkomt dat concurrenten gelijkwaardigheid bereiken of een voorsprong nemen.

Dat is de reden waarom de VS de aankoop door China van het Oekraïense lucht- en ruimtevaartbedrijf Motor Sich, dat Beijing in staat zou hebben gesteld vliegtuigmotoren te maken, hebben tegengehouden. Dit was gemakkelijk genoeg voor Washington, gezien de mate van invloed van het Witte Huis op Kiev. Het gehele politieke en inlichtingenapparaat van de VS houdt de wereld nauwlettend in de gaten om ervoor te zorgen dat dergelijke deals geen gevolgen hebben voor de bestaande monopolies van Amerikaanse bedrijven.

Maar tegelijkertijd vormen deze monopolies een risico voor andere landen, zelfs wanneer het gaat om kritieke technologieën. Op 14 december 2020, bijvoorbeeld, waren verschillende Google-apps over de hele wereld gedurende ongeveer een uur niet beschikbaar. Gezien het grote aantal mensen over de hele wereld dat gebruik maakt van de diensten van Google, moet het incident voor veel ongemak hebben gezorgd. Aangezien een aantal westerse IT-bedrijven ronduit toxisch worden voor bepaalde landen, zijn lokale alternatieven en protectionisme essentieel vanuit het oogpunt van de nationale veiligheid.

 Als we dieper graven, kunnen we andere redenen zien. Cecilia Rikap wijst erop dat “intellectuele monopolies niet alleen – of hoofdzakelijk – het resultaat zijn van de interne O&O van reusachtige bedrijven. Hun kennismonopolie is gebaseerd op de toe-eigening en tegeldemaking van de resultaten van hun meervoudige innovatienetwerken, georganiseerd als gemodulariseerde kennisstadia onder leiding van verschillende organisaties (van start-ups tot openbare onderzoeksinstellingen en universiteiten)… De aanhoudende ongelijke verdeling van innovatie in de wereld is een structurele waarheid die nog wordt verergerd door het intellectuele monopoliekapitalisme. Intellectuele monopolies vinden hun oorsprong in de kernlanden van het technologisme, met name in de Verenigde Staten, maar hun effecten verspreiden zich over de hele wereld… Bovendien moeten perifere landen hun eigen agenda opstellen tegen intellectuele monopolies, die onder meer moet bestaan uit het aan banden leggen van alle vormen van extractivisme (gegevens, kennis, maar ook natuurlijke rijkdommen, waarvan sommige essentieel zijn voor digitale waardeketens). “

Het probleem is dat terwijl deze perifere landen nadenken en discussiëren over de gevolgen van deze monopolies, de VS zich reeds inspant om totale autarkie en zelfbevestiging te bereiken.

In een speciaal rapport over grootmachtconcurrentie, opgesteld voor het Amerikaanse Congres en gedateerd 4 maart 2021, wordt herhaaldelijk gewezen op het belang van diverse technologieën – niet alleen op het gebied van bewapening, maar ook netwerktechnologieën, kwantumtechnologieën, biotechnologieën, toegepaste technologieën, enz. Dit alles in de context van Amerika’s geopolitieke confrontatie met Rusland en China.

Daarom vaardigde Joe Biden in april 2021 een uitvoeringsbesluit uit om de toeleveringsketens te herzien die door vier belangrijke Amerikaanse industrieën worden gebruikt – defensie, volksgezondheid, vervoer en IT – om tekorten aan medische apparatuur, halfgeleiders en diverse andere goederen te voorkomen.

De risico’s kunnen velerlei zijn. Het Zuid-Koreaanse SK Innovation, dat accu’s leverde aan Ford en Volkswagen in de Verenigde Staten, is op een zwarte lijst geplaatst wegens diefstal van intellectuele eigendom. Als gevolg daarvan is de levering van Zuid-Koreaanse producten aan de Verenigde Staten geblokkeerd. China wordt door de Verenigde Staten in vele opzichten als een lastige importpartner gezien. Zelfs sommige partners, zoals Canada en de EU, zouden de VS in de problemen kunnen brengen indien zij zouden constateren dat de handels- en economische overeenkomsten ongelijk zijn en Washington ervan zouden beschuldigen te trachten vals te spelen (hetgeen overigens volkomen gerechtvaardigd zou zijn).

Toeleveringsketens zijn van vitaal belang voor technologieën voor tweeërlei gebruik en de defensie-industrie. Dit erkennende, hebben DARPA en Intel in maart 2021 een driejarig partnerschap aangekondigd om ter plaatse applicatieplatforms voor defensie- en commerciële luchtvaartelektronicasystemen te ontwikkelen en te produceren.

Een soortgelijk probleem is ook zorgwekkend voor de EU, aangezien haar afhankelijkheid van invoer uit verschillende landen de laatste jaren dramatisch is toegenomen. Zo is de EU voor nikkel relatief afhankelijk van Rusland (72,5%), terwijl meer dan 30% van de automatische gegevensverwerkende machines, telecommunicatieapparatuur en elektrische machines van de EU uit China worden ingevoerd. De VS leveren meer dan 50% van de motoren en niet-elektrische motoren van de EU, en de EU is sterk afhankelijk van de invoer uit de VS van elektrodiagnostische en röntgenapparatuur, optische instrumenten, medische instrumenten en ruimtevaartprodukten. De EU wordt van ijzererts en koper voorzien door Brazilië, Canada, Chili en Oekraïne.

Het is veelzeggend dat zowel de EU als de VS zich zorgen maken over de soevereiniteit op het gebied van kritieke technologieën, met name de micro-elektronica, en de reden daarvoor is dezelfde: de de-industrialisatie van de afgelopen decennia en de poging om via de mondialisering landen uit te buiten waarnaar de productie is verplaatst.

De wereldwijde instabiliteit doet ook vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de partners – zullen kwetsbare staten hun verbintenissen nakomen als hun politieke of economische situatie verslechtert?

Er zijn ook andere risico’s. Sancties kunnen een langdurig effect hebben op derde landen, omdat zij gewoonlijk worden opgelegd tegen sectoren van de economie die een directe invloed hebben op de economische concurrentie en de defensiecapaciteit van een land. Om de Russische economie schade te berokkenen, hebben de Verenigde Staten defensiebedrijven, onderzoeksinstituten en grondstoffensectoren op de zwarte lijst gezet. Als gevolg van deze beperkingen zijn andere staten niet in staat essentiële producten en diensten aan te kopen. Zo heeft de aankoop door Turkije van het Russische S-400 grond-luchtraketsysteem geleid tot sancties, die op hun beurt Canada’s levering hebben verstoord van…onderdelen die nodig zijn voor Turkse drones.

Sommigen menen dat zelfs de klimaatcrisis de toegang tot essentiële producten en technologische innovaties in gevaar kan brengen.

 De EU is tot de volgende conclusies gekomen met betrekking tot de geopolitiek van bevoorradingsketens:

– handelsdiversificatie brengt aanzienlijke risico’s met zich mee als gevolg van een kwetsbare staat, economische dwang en kwetsbaarheid voor het klimaat;

– een diversificatiestrategie zal waarschijnlijk eerder betrekking hebben op grondstoffen of onderdelen dan op hoogtechnologische gebieden zoals gegevensverwerkers, telecommunicatie of supercomputers, waarvoor grotere investeringen nodig zijn om zelfvoorzienend te kunnen zijn; en

– de huidige handelspartners van de EU bieden een goede basis voor diversificatie.

De lessen die de EU uit het verleden heeft getrokken, tonen aan dat technologie- en innovatieprojecten serieuzer moeten worden genomen en niet aan het toeval moeten worden overgelaten.

Het Minitel-project, dat in de jaren tachtig van start ging als een poging van Frankrijk om zijn eigen internet te creëren en via speciale terminals gratis toegang te verschaffen tot bankrekeningen, de gouden gids en andere diensten, mislukte.

 Ook het ruimteproject Galileo, dat in 1999 werd aangekondigd als een poging van de EU om een eigen GPS-systeem op te zetten, mislukte een paar jaar later. Pas in 2011 slaagde de EU erin haar eerste satellieten te lanceren, die pas in 2019 volledig operationeel werden. Het resultaat is dat het project jaren achterloopt op het schema, driemaal het budget overschrijdt en geen enkele nieuwe innovatie of technologie heeft opgeleverd.

Ook was er de poging om het ecosysteem voor cloudopslag GAIA-X op te zetten, dat in 2020 werd gelanceerd als onderdeel van een poging om de digitale soevereiniteit van Europa te versterken. Tweeëntwintig bedrijven investeerden aanvankelijk in het project, maar het is tot dusver op niets uitgelopen. Het doel van het GAIA-X-project is uiteraard duidelijk: de afhankelijkheid van de cloudopslagservers van de Amerikaanse bedrijven Amazon en Microsoft verminderen. De EU voert ook speciale tarieven en beperkende maatregelen in in de hoop een concurrentievoordeel te behalen. Microsoft is een van de bedrijven die betrokken zijn bij GAIA-X.

De halfgeleiderproductie is een cruciaal onderdeel van de moderne technologie. Tientallen jaren van vooruitgang in de massaproduktie van chips met steeds grotere aantallen schakelingen hebben de economie van de informatica radicaal veranderd en de wereldeconomie ingrijpend hervormd. De revolutie van de personal computer in de jaren tachtig, de internetrevolutie in de jaren negentig en de revoluties op het gebied van smartphones en sociale media in het begin van de jaren 2000 zijn allemaal gebouwd op silicium.

De volgende generatie van baanbrekende industriële en consumententoepassingen op basis van 5G-netwerken zal ook afhankelijk zijn van verbeteringen in de prestaties en de rekenkracht die door geavanceerde chips worden geleverd. Toegang tot geavanceerde halfgeleiders is ook van cruciaal belang voor het mondiale militaire machtsevenwicht vanwege het gebruik ervan in krachtige computer- en AI-toepassingen en toepassingen van het internet van de dingen (IoT), maar ook vanwege de cruciale rol die zij spelen in moderne wapenplatforms van de volgende generatie.

 Momenteel zijn er slechts twee bedrijven – het Zuid-Koreaanse Samsung en het Taiwanese TSMC – die de meest geavanceerde processoren op industriële schaal vervaardigen. Deze industrieleiders produceren momenteel commerciële hoeveelheden 7-nanometer (nm) processoren, terwijl zij streven naar een overgang naar 5 nm en uiteindelijk 3 nm tegen het midden van de jaren 2020. Ter vergelijking: de Amerikaanse embedded chipmaker Intel wil ook graag in volume op 7 nm produceren, maar het bedrijf heeft moeilijkheden ondervonden om dit doel te bereiken en kondigde in juli 2020 aan dat de productie van zijn chips van de volgende generatie zou worden uitgesteld tot 2022.

Momenteel zijn 7 nm-chips – waaronder Huawei’s Kirin 990 system-on-chip, gemaakt door TSMC in Taiwan – de meest geavanceerde halfgeleiders op de markt. HiSilicon, de dochteronderneming van Huawei die chips ontwerpt, heeft samen met TSMC gewerkt aan het nieuwste model in de Kirin-serie, die in 5nm wordt gemaakt.

Ondanks de groeiende bekwaamheid van Chinese technologiebedrijven op gebieden als 5G, kunstmatige intelligentie, mobiele toepassingen en quantumcomputing, loopt Peking nog steeds ver achter op ’s werelds toonaangevende technologieën voor de productie van halfgeleiders. Om hun ambitieuze doelstellingen te bereiken en concurrerend te blijven op de wereldmarkt, doen Chinese technologiebedrijven een beroep op buitenlandse fabrieken om hun meest geavanceerde chips te maken.

China voert zijn inspanningen op om geavanceerde technologieën voor de productie van halfgeleiders onder de knie te krijgen. Via zijn enorme National Integrated Circuit Investment Fund, dat in 2014 is opgericht en in 2019 is geherkapitaliseerd, maar ook via andere regionale en lokale fondsen, heeft het meer dan 200 miljard dollar aan financiering toegewezen, meer dan de voor inflatie gecorrigeerde kosten van de Amerikaanse Apollo-maanvlucht in het tijdperk van de Koude Oorlog. China heeft tot dusver echter slechts beperkte resultaten geboekt. China’s grootste halfgeleiderproducent, Semiconductor Manufacturing International Corporation (SMIC), ligt nog 3-5 jaar achter op industrieleiders Intel, Samsung en TSMC. In augustus kondigde SMIC aan dat het zijn bestaande lithografieapparatuur tot 7 nm zou kunnen opdrijven. Hoewel dit een grote vooruitgang is voor het bedrijf, loopt het nog steeds achter op de marktleiders.

Intel, Samsung en TSMC zijn reeds gedwongen nieuwe manieren te zoeken om samen te werken en de kosten te delen om het huidige tempo van geavanceerde innovatie te kunnen bijhouden. De gecombineerde O&O-kosten en kapitaaluitgaven van Amerikaanse halfgeleiderbedrijven stegen van 40 miljard dollar in 2007 tot 72 miljard dollar in 2019, wat de stijgende kosten weerspiegelt om de Wet van Moore bij te benen. In 2018 liet een andere grote speler, GlobalFoundries – eigendom van het vermogensfonds Mubadala uit de Verenigde Arabische Emiraten – zich effectief terugtrekken uit de race om het wereldwijde leiderschap na de aankondiging dat het zou stoppen met de ontwikkeling van zijn 7nm-kern, voornamelijk vanwege de hoge toolingkosten.

 Een specifiek knelpunt voor SMIC en andere Chinese fabrikanten is de technologie voor extreme ultraviolette lithografie (EUV), een productietechnologie van de volgende generatie die nodig is om over te schakelen op kernen van minder dan 7 nm. EUV, waarbij gebruik wordt gemaakt van ultraviolet licht met kortere golflengten om dunnere circuits met een hogere dichtheid te produceren dan met eerdere productietechnieken mogelijk is, wordt door TSMC en Samsung gebruikt voor het 7nm-procesknooppunt. Intel werkt aan de integratie van EUV in zijn commerciële productielijnen, maar is op problemen gestuit. TSMC, Samsung en Intel vertrouwen op EUV voor hun 5nm-productie.

De ontwikkeling van de computertechnologie is een essentieel onderdeel van deze wedloop. In 2019 ontwikkelde Google een 53-qubit kwantumcomputer, een apparaat dat complexe problemen in ongeveer drie minuten kan oplossen. Dat klinkt misschien niet zo indrukwekkend, maar als je bedenkt dat een niet-kwantumcomputer ongeveer 1000 jaar nodig zou hebben om dezelfde berekeningen uit te voeren, begin je de kracht van kwantumcomputing te begrijpen.

Grote en kleine bedrijven investeren enorme hoeveelheden middelen in de ontwikkeling van kwantumcomputers, en velen zeggen dat het de volgende grote stap in de wereld van de technologie zou kunnen zijn. Volgens sommige ramingen zal de markt voor quantumcomputing in 2025 een waarde van 770 miljoen dollar bereiken. Tussen 2017 en 2018 kende quantumcomputing een “quantum gold rush” waarbij investeerders 450 miljoen dollar in quantumcomputing hebben gestoken.

IBM heeft onlangs plannen aangekondigd om tegen 2023 een 1.000-qubit kwantumcomputer te bouwen. Vervoer neemt ook een bepaalde plaats in binnen fintech.

 Bedrijven als Tesla, Uber, Cruise en Waymo beloven een toekomst waarin auto’s in wezen mobiele robots zijn die ons met een paar tikken op een smartphone overal naartoe kunnen brengen. TuSimple probeert de curve voor te zijn door samen met een aantal strategische partners unieke technologieën te creëren. TuSimple werkt samen met vrachtwagenfabrikant Navistar en transportgigant UPS en voert al tests uit in Arizona en Texas, waaronder autonome drop-off-to-drop-off runs. TuSimple wil in 2024 niveau 4 van autonomie bereiken, wat betekent dat de vrachtwagens zonder menselijke chauffeur kunnen werken onder beperkte omstandigheden, zoals het tijdstip van de dag, het weer of vooraf ingestelde routes.

Opgemerkt werd dat de Chinese auto-industrie ook actief bezig is met de ontwikkeling van autonome voertuigen. Tegelijkertijd hanteert China een geïntegreerde aanpak waarbij 5G-technologie en kunstmatige intelligentie, die nodig zijn om synergie te waarborgen, parallel worden ingevoerd.

Het ecosysteem voor autonome voertuigen van het land maakt deel uit van het nieuwe infrastructuurinitiatief dat in mei 2020 van start is gegaan. Het is opgenomen in het vijfjarenplan en heeft ongeveer 1,4 biljoen dollar aan financiering ontvangen.

De belangrijkste met technologie verband houdende sector in de geopolitiek is uiteraard defensie en veiligheid. In de Verenigde Staten is deze sector gekoppeld aan drie door het Pentagon gelanceerde compensatiestrategieën.

Scott Savitz van de RAND Corporation heeft geschreven over twee van de belangrijkste technologische trends van deze generatie en hun gevolgen voor de oorlogsvoering:

Het eerste is de niet aflatende en snelle verbetering van de informatietechnologie (IT), op uiteenlopende gebieden als gegevensanalyse, kunstmatige intelligentie en augmented reality. Een van de belangrijkste toepassingen ervan in oorlogsvoering is de snelle integratie en analyse van gegevens van gedistribueerde en in netwerken opgenomen sensoren om tijdig bruikbare informatie te genereren in vormen die mensen en machines gemakkelijk kunnen interpreteren.

De tweede tendens is verwant maar verschillend: de toenemende mogelijkheden van onbemande systemen om nuttige missies uit te voeren. Deze mogelijkheden nemen niet alleen toe door geavanceerde informatietechnologieën die meer autonome operaties mogelijk maken, maar ook door verbeteringen op het gebied van materiaalwetenschap, energieopslag, ontwerp en andere gebieden.

Een derde trend, die veel minder wordt opgemerkt, is de verbetering van de sensoren, die kleiner, goedkoper en inzichtelijker worden, minder energie vragen en duurzamer zijn in uiteenlopende omgevingen.

 Geavanceerde technologieën bieden ook in de wapensector een aantal oplossingen waar het leger enthousiast over is. Een van de nieuwste is de elektromagnetische bom – een apparaat dat een krachtige elektromagnetische puls of een krachtige microgolfimpuls genereert. In tegenstelling tot conventionele kinetische energiemunitie hebben elektromagnetische bommen een verwoestend effect op elektronische apparatuur en computernetwerken.

Hoewel dergelijke wapens reeds bestaan, maken nieuwe technologieën het mogelijk krachtiger apparaten te maken.

Natuurlijk determinisme en uiteenlopende percepties van de buitenwereld (met inbegrip van bedreigingen), die de kern vormen van het geopolitieke denken en de strategische cultuur, zullen in de komende decennia niet de overhand krijgen. De technologie zal echter een aanzienlijke invloed op hen hebben, en met deze factor moet rekening worden gehouden bij risicobeoordelingen en toekomstprognoses.

Vertaling: OvM

Oorspronkelijke tekst: http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2021/06/10/geopolitique-pour-les-geeks.html

Bron: Oriental Review



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , , , , ,