Carl Schmitt en de crisis van de liberale democratie

Shahzada Rahim (2021)

Op een bepaald moment zegt Chigaliev, een van de hoofdpersonen in Dostojevski’s beroemde roman Demonen: “Mijn conclusie is in tegenspraak met het idee van waaruit ik begon. Uitgaande van onbeperkte vrijheid, eindig ik met onbeperkt despotisme.” Sinds het einde van de Koude Oorlog begonnen liberale denkers het onderwerp democratie te beperken tot de categorie liberalisme en verklaarden zij dat de liberale democratie het lot van de mensheid was.

Zij hebben echter niet begrepen dat de term politiek een zuiver dialectisch verschijnsel is en zonder tegenspraak geen betekenis heeft. Het was de beroemde Duitse rechtsgeleerde en filosoof Carl Schmitt die de ontologische basis van de politiek definieerde vanuit het perspectief van de vriend- vijand dialectiek. Voor Schmitt hebben alle politieke begrippen een polemische betekenis omdat het hele begrip politiek, voor Schmitt das Politische, is opgebouwd rond de vriend- vijand dialectiek.

Evenzo loopt hij in zijn magnum opus Nomos der Erde vooruit op het feit dat de politiek altijd is voortgekomen uit de verdeeldheid van de mensheid en dat de politieke wereld dus nooit een “universum” is geweest, maar altijd een pluriversum. Integendeel, de zogenaamde liberale opvatting van de gemeenschappelijke mensheid, onder het mom van universalisme en globalisering, is het begin van alle problemen van de politiek.

In de huidige tijd kan de politieke en ideologische dynamiek van een mondiaal hypergeconnecteerde en gefragmenteerde wereld alleen worden begrepen door rekening te houden met het Schmittiaanse concept Großraum (grote of organische ruimte). Door middel van zijn verschillende conservatieve politieke opvattingen, zoals de dialectiek van vriend en vijand, de politieke theologie, Katechon, Großraum en de Nomos, trachtte Carl Schmitt de tegenstrijdigheid te schetsen die inherent is aan de liberale democratie.

Vandaag tonen het stervende liberalisme en de disfunctionele liberale democratie in het licht van de groeiende multipolaire wereldorde duidelijk aan dat de zogenaamde politiek correcte dystopie van het liberalisme een farce was. Na het einde van de Koude Oorlog was het de beroemde commentator van Carl Schmitt, Garry Ulmen, die de wereldorde na de Koude Oorlog voorspelde vanuit het Schmittiaanse perspectief.  Volgens Ulmen zal de wereldorde na de Koude Oorlog worden gevormd door de confrontatie tussen “het einde van de geschiedenis” en Huntingtons “botsing van beschavingen”.

In het algemeen heeft Ulmen zowel de “Spengleriaanse geest” van Huntington’s Clash of Civilizations als de “Hegeliaanse geest” van Fukuyama’s Einde van de Geschiedenis weerlegd. Het valt echter niet te ontkennen dat zowel Fukuyama als Huntington gevangenen zijn van de Wilsoniaanse liberale dystopie en er niet in slagen verder te denken dan liberale categorieën.

Bijgevolg trachtten de Verenigde Staten na het einde van de Koude Oorlog, onder het mom van liberale democratie en globalisering, een wereldrijk te vestigen (een Pax Americana) om hun dorst naar hegemonie en wereldheerschappij te bevredigen. Hoewel enkele liberale geleerden in de afgelopen dertig jaar hebben geprobeerd de fundamentele ideeën van de politieke filosofie van Carl Schmitt nieuw leven in te blazen, hebben zij de revolutionaire vurigheid van Schmittiaanse opvattingen opzettelijk genegeerd om het liberalisme te verdedigen.

De beroemde liberale geleerde Jürgen Habermas verdient het in dit verband te worden genoemd. In zijn verschillende politieke geschriften heeft hij doelbewust gebruik gemaakt van Schmitts belangrijkste filosofische ideeën om de mogelijkheid te onderzoeken van het scheppen van een Kantiaanse kosmopolitische orde op het wereldtoneel. Volgens Habermas kan de Kantiaanse versie van de kosmopolitische wereldorde worden bereikt door via de wereldpolitiek verschillende regionale entiteiten (Großräume) in het leven te roepen. Maar Habermas gaat hier voorbij aan het feit dat het hedendaagse liberalisme zelf het product is van een idee dat ontleend is aan de Kantiaanse romantische filosofie, die zeker niet op dezelfde aangetaste basis kan worden geherstructureerd. Zoals Schmitt schrijft in zijn beroemde werk over de politieke romantiek, “is het aan het individu om zijn eigen priester te zijn. Maar dat niet alleen, hij wordt ook overgelaten om zijn eigen dichter, zijn eigen filosoof, zijn eigen koning en bouwmeester te zijn in de kathedraal van zijn eigen persoonlijkheid. De uiteindelijke wortel van de Romantiek en het Romantische fenomeen ligt in het privé-priesterschap”.

Bij wijze van conclusie  kunnen we stellen dat het individualisme, dat de centrale grondslag vormt van het liberalisme, de mensheid thans naar uniciteit leidt door de technologische drift. Het is een technologische drift binnen het liberale kapitalisme, waarvan de apocalyptische gevolgen werden voorspeld door respectievelijk Martin Heidegger en Carl Schmitt. Zo heeft, vanuit het Schmittiaanse perspectief, het einde van de Koude Oorlog de kwetsbaarheid van de liberale democratie en het liberalisme als de centrale ideologie van de westerse moderniteit aan het licht gebracht: het is tijd om Schmitt opnieuw te lezen om de menselijke beschaving te redden van de homogeniserende uniciteit van de liberale technologie.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: Ex: https://www.geopolitica.ru/it/article/carl-schmitt-e-la-crisi-della-democrazia-liberale  



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , , , , ,