Guillaume Faye Antiracisme, de tirannie van een perverse elite

Guillaume Faye (2007)

De perverse drang van het huidige recht bestaat erin de onpartijdigheid en het objectivisme van het positivistische recht te laten varen ten gunste van een terugkeer naar een subjectieve en morele rechtvaardigheid. Het arsenaal van het recht, dat is gebaseerd op het beginsel van het recht op leven, is uitgebreid tot heel Europa, en wordt op verschillende manieren is gebruikt. Het arsenaal van zogenaamde “antiracistische” wetten is een oorlogsmachine (en een voorwendsel) tegen de vrijheid van meningsuiting van allen die zich in werkelijkheid tegen de vulgarisatie verzetten.

De links-rechtse regeringen zijn nog repressiever en vrijheidszuchtiger, nog meer pro-immigratie en nog anti-identiteit zal zijn dan een links dat niet hoeft te bewijzen dat het weldenkend is.

De strengere wetgeving het mogelijk  om bij een strafbaar feit dat geacht te zijn gepleegd met een subjectief racistisch motief of xenofobe of antisemitische “intentie”, dit als een verzwarende omstandigheid te beschouwen en dus een zwaardere straf uit te spreken. Dit motief en voornemen zullen door de rechter worden bepaald. Wij verlaten dus definitief het onpartijdige en positivistische recht van de (Franse) traditie om in een para-religieuze logica terecht te komen, in een neo-middeleeuws recht waarin de rechter zal beslissen of de beschuldigde al dan niet een “zondaar” is.

Maar er is meer: met deze nieuwe wet, die begin december (2007, nota van de vertaler) unaniem door links en rechts werd goedgekeurd, stort een deel van het egalitaire republikeinse recht in; en – het toppunt van paradoxaliteit – onze “antiracistische” democratie herstelt een raciaal en etnisch voorrecht, dit keer ten gunste van niet-ingezetenen. Want aangezien het zondige racisme alleen aan autochtone Europeanen kan worden toegeschreven, creëert de nieuwe wet-Lellouche in de praktijk een strafrechtelijke asymmetrie die de autochtonen benadeelt. Stel je een gevecht voor tussen een blanke en een zwarte man, gevolgd door wederzijdse verwondingen. De zwarte man zou bijvoorbeeld tot één jaar gevangenisstraf worden veroordeeld wegens aanranding en mishandeling, terwijl de blanke man een straf van twee jaar zou krijgen, omdat hij onder invloed van racisme zou hebben gehandeld.

De socialisten hadden gevraagd om “homofobe motieven” toe te voegenals verzwarende omstandigheid; deze keer is het er niet doorgekomen, maar maak je geen zorgen, het komt nog wel.

De rechter, de nieuwe anti-hereticus Savonarola, zal gedachten, ideeën en harten peilen. Als je bekend staat om je identiteit of nationalistische gevoelens, kun je maar beter niet in een rechtszaal terechtkomen.

Dergelijke wetten zijn de uitdrukking zelf van de dictatuur van de eenheidsgedachte: rechts schaart zich niet alleen achter de ideologie van links, maar streeft ernaar deze te overtreffen om te bewijzen dat het “moreel” en rechts gezind is en om zijn slechte geweten te bezweren. Deze wet zal de straffeloosheid voor anti-Europese racistische daden van allochtone daders verder aanmoedigen en de defensieve reacties van autochtone Fransen, die zich in hun eigen land steeds meer schuldig voelen, nog meer verlammen.

De Spanjaarden doen zelfs nog meer en nemen, bijna naar de letter, de voorwaarden over van de totalitaire wetgeving van de vroegere volksdemocratieën. Artikel 9 van de nieuwe wet op de politieke partijen bepaalt dat “politieke partijen in hun activiteiten de democratische beginselen en de grondwettelijke waarden moeten eerbiedigen”, op straffe van “onwettigverklaring”, met name indien zij erop gericht zijn “het stelsel van vrijheden te ondermijnen of te vernietigen”. In naam van vrijheid, wordt de vrijheid onderdrukt. Dit is zowel Jacobijns als Orwelliaans. Onder deze democratische beginselen die moeten worden geëerbiedigd, is er natuurlijk het antiracisme en zijn gebruikelijke lading: “het bevorderen van de uitsluiting of vervolging van personen wegens hun ideologie, godsdienst of overtuiging, nationaliteit, ras of seksuele geaardheid”. Met andere woorden, een identiteitspartij die pleit voor het omkeren van migratiestromen, voor nationale voorkeur of beweert de islamisering of homofilie te bestrijden, loopt het risico verboden te worden!

In Zwitserland, een ander land dat onder het juk van het zachte neo-totalitarisme is gevallen, zal de voorzitter van de Vrijheidspartij (identitair), Jürg Scherrer, voor de rechter verschijnen wegens “schending van de antiracistische strafnorm” (2007, nota van de vertaler). Zijn misdaad? Hij beweerde dat veel Kosovo-Albanese asielzoekers een crimineel verleden hadden! Voor de onderzoeksrechter zijn deze opmerkingen “een aantasting van de menselijke waardigheid”! “Menselijke waardigheid”: let op de artistieke vaagheid van dit begrip.

Er zij op gewezen dat deze twee wetteksten opnieuw de vage noties van het gewoonterecht invoeren, waardoor de rechters, bedienden van de hegemoniale ideologie, niet precieze feiten kunnen veroordelen of vrijspreken volgens positieve wetten, maar zondige meningen, volgens morele vermoedens. De inquisitie is terug, meta-religieus en mensenrecht-ig, onder het voorwendsel van een “rechtsstaat”, een “democratie” en een “republiek”.

In werkelijkheid gaat het niet om een strijd tegen discriminatie en geweld, en natuurlijk ook niet om filantropie: de bezielers van deze wetten zijn dezelfde die de criminaliteit, de explosieve corruptie van de heersende klassen, de veelvuldige seksuele afwijkingen, de frauduleuze verrijking, de pornografische uitspattingen, enz. vrijpleiten en verontschuldigen – ad minimum vervolgen.

Om de sociologische categorieën van Pareto, Monnerot en Baudrillard over te nemen, zouden we zeggen:

  •  dat deze stichtelijke escalatie van het recht in de repressieve anti-racistische, anti-“fascistische” vulgarisatie, enz. een omweg is om een neo-totalitaire ideologie te vestigen, geïnspireerd door zowel para-Trotskisme als door de kapitalistisch-globalisistische, identiteitsbestrijdende Europese Unie;
  • dat het systeem, door middel van dit neo-despotische en para-religieuze type wetgeving, ernaar streeft het terrein van de moraal en de censuur te verdringen. Het mechanisme is als volgt : het systeem tooit zich (zoals de gaai van La Fontaine zich met de veren van de pauw tooit) met een valse deugd – de onderdrukking van de zonden van het “fascisme/racisme”, een tendentieuze benaming voor de Europese aanspraken op identiteitsbescherming – om zijn ware agenda te verdoezelen, te verhullen, te legitimeren: permissiviteit in de economische uitbuiting van autochtone Europeanen (globalisering), de legitimering en bagatellisering van corruptie, nepotisme, sociale criminaliteit, de ineenstorting van de morele gezondheid, enz.

Kortom, antiracisme is het ethische scherm, de rechtvaardiging door “corrupte elites” van hun eigen morele degeneratie, van hun misdadig cynisme.

Vrijheid versus concrete vrijheden. Een gangster, een verkrachter, een moordenaar, een stelende politicus hebben rechten. Zij blijven op het heilige gebied van de moraal. Maar wee de Europeaan die verdacht wordt van “racisme” (d.w.z. het verdedigen van de integriteit van zijn Europese volk): hij is vogelvrij.  

Antiracisme is slechts een grof voorwendsel, niet alleen om deze Europese etnische identiteit te versmachten, maar ook om alle vrijheid van meningsuiting te vernietigen, zoals de nieuwe “antiterroristische” wetten die door de Verenigde Staten zijn geïnspireerd. Bovendien wordt dit “antiracisme” alleen ingezet tegen autochtone Europeanen, en niet tegen alle anderen, zelfs niet tegen anti-Europese racisten; een bewijs dat het niet oprecht is.

Een voorbeeld: in november jongstleden (2007, nota van de vertaler) werd in Seine-Saint-Denis een Noord-Afrikaan, Abdehramane F., veroordeeld wegens “aanranding en geweldpleging en racistische beledigingen”, omdat hij de inspecteur die net gezakt was voor zijn rijexamen ernstig had gemolesteerd en verwond. De laatste was West-Indisch en werd een “vuile neger” genoemd. Vergelijkbare incidenten hadden zich echter voorgedaan tegen autochtone Franse inspecteurs, zonder dat er sprake was van een strafrechtelijke verwijzing naar “racisme”.

Het zogenaamde antiracisme-mechanisme is dus, in de zin van Baudrillard, Debord en Delcroix, een simulacrum gebaseerd op een mediaspektakel en op consternatie. De meesters van het Systeem creëren een pseudo-ethiek, ondersteund door een krachtige en fijn uitgewerkte propaganda in de media (TV, school, wetten, enz.) om hun eigen immoralisme te legitimeren. Het is het systeem van de Borgias en de Stalinisten, alleen subtieler.

Wij moeten besluiten met de vaststelling dat het “antifascistische” en “antiracistische” wetgevings- en media-arsenaal niet meer is dan de perverse en opmerkelijk doeltreffende vervolmaking van de tirannietechnieken, waarvan de oorsprong in het Midden-Oosten en het Oosten ligt. En deze tirannie staat momenteel in dienst van de drievoudige alliantie van neo-Trotskistische en ultra-kapitalistische Amerikaans-centrische kosmopolitische ideologieën, maar ook van de veroverende islam, met een volkomen duidelijk doel: elke uiting van opstand en verzet van de Europese volkeren in de kiem te smoren, die gedoemd zijn te verdwijnen in hun onvergankelijke identiteit, en die nochtans het recht aan hun kant hebben.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://guillaumefayearchive.wordpress.com/2007/07/12/la-vraie-fonction-de-l%c2%ab-antiracisme-%c2%bb-nouvelles-poussees-du-droit-liberticide-en-europe/



Categorieën:Identiteit, totalitarisme

Tags: , , , , , ,