Tsjaad: Lokken Europees Parlement en NGO’s een burgeroorlog uit?

Bernard Lugan (2021)

Terwijl, door een ‘wonder’, de situatie in Tsjaad nog niet (? ) ontploft is na de dood van Idriss Déby, en dit alleen omdat een sterke macht het politieke vacuüm heeft opgevuld dat door zijn verdwijning is ontstaan, heeft het Europees Parlement zojuist de CMT (militaire overgangsraad) opgeroepen om “met spoed een pluralistisch democratisch proces op gang te brengen” door op te roepen tot een surrealistische terugkeer naar “de constitutionele orde en de eerbiediging van de democratische waarden” door de macht over te dragen aan “actoren van het maatschappelijk middenveld”, teneinde “een vreedzame overgang door middel van vrije en eerlijke democratische verkiezingen te waarborgen”.

Totaal onwetend over de breuklijnen van de etnische tektoniek van Tsjaad en de chaotische geschiedenis van het land sinds de jaren 1960, verblind door de ideologie van de democratie, had de “machine” van Brussel nies beters kunnen doen om de ideale voorwaarden voor chaos te creëren. Deze onaangepaste houding hoeft niet te verbazen, want in werkelijkheid is deze blindheid het gevolg van het “lobbyen” van onverantwoordelijke NGO’s die het ideologische web weven waarin zij het Brusselse parlement gevangen houden. Achter dit standpunt staat onder meer het merk “Brot für die Welt”, de organisatie van Duitse protestantse en evangelische kerken, dat van “CCFD Terre solidaire”, dat van “Agir ensemble pour les Droits humains”, dat van “Misereor”, de organisatie van Duitse katholieke bisschoppen, en dat van Acat (Actie van christenen voor de afschaffing van foltering). En de lijst kan nog wel even doorgaan…

In naam van “op hol geslagen christelijke deugden” hebben deze grotendeels confessionele NGO’s gewetensvol de weg gebaand voor de ontwrichting van Tsjaad, dat nochtans een onmisbare grendel is voor de regionale stabiliteit. Indien de CMT een democratisch proces op gang zou brengen, zou de electorale etno-mathematica van Tsjaad de macht in handen geven van de meest talrijke, d.w.z. de zuidelijken. Sinds de onafhankelijkheid draait het politieke leven van Tsjaad echter om de belangrijkste etnische groepen in het noorden, namelijk de Zaghawa, de Toubou van Tibesti (de Teda), de Toubou van Ennedi-Oum Chalouba (de Daza-Gorane) en de Arabieren van Ouadaï, die minder dan 25% van de bevolking van het land uitmaken (zie mijn boek Les guerres du Sahel des origines à nos jours). De NGO’s en de Europese afgevaardigden weigeren echter in te zien dat de geschiedenis van het land sinds de onafhankelijkheid wordt geschreven rond hun langdurige interne betrekkingen, hun bondgenootschappen, hun breuken en hun min of meer kortstondige verzoeningen. Het is rond hen dat alle oorlogen in Tsjaad sinds 1963 zijn uitgevochten. Van hun betrekkingen hangt de toekomst van het land af, terwijl de meerderheid van de bevolking slechts toeschouwer-slachtoffer is van hun verdeeldheid en hun ambities. Hier zijn we in de wet van “parlementaire democratie…”.

Indien de huidige Tsjadische leiders zouden toegeven aan het door de NGO’s geïnspireerde Europese dictaat, zou Tsjaad in een oorlog vervallen zoals Mali, met een minderheidsbevolking in het noorden die het zuidelijke democratische totalitarisme weigert dat uitsluitend op de wet van het getal is gebaseerd.

Tsjaad moet dus de democratische chantage en zijn handlanger, het verfoeilijke en hypocriete neokolonialisme van medelijden en emotie, verwerpen. De burgervrede staat op het spel. Laten we niet uit het oog verliezen dat het democratische dictaat dat door het socialistische Frankrijk aan generaal Habyarimana werd opgelegd, de breuken in de Rwandese samenleving heeft doen ontstaan en vervolgens heeft verergerd, hetgeen tot de genocide heeft geleid (zie mijn boek Rwanda: un génocide en questions).

Meer in het algemeen, en tenzij zij tot in de eeuwigheid gekoloniseerd willen blijven, moeten de Afrikanen de zwermen NGO’s die op hen afkomen verjagen. Wat kunnen deze organisaties, die bestaan uit marginalen en gepensioneerden uit het Noorden, wier altruïstische motieven verhullen dat zij maar al te vaak zelf op zoek zijn naar oplossingen voor hun eigen existentiële of materiële problemen, hun op lange termijn brengen? Afgezien van zeldzame uitzonderingen op medisch gebied of zoals in het geval van bepaalde bewonderenswaardige organisaties zoals de Orde van Malta, verstikken deze “kleine blanke mannen” Afrika letterlijk onder het gewicht van hun humanitaire jeremiades, onder hun “kleine” projecten met “kleine” capaciteiten, gedragen door “kleine” ambities, alles ondersteund door “kleine” middelen en vooral door een totaal gebrek aan perspectief en coördinatie.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: Le blog officiel de Bernard Lugan (robothumb.com)



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , ,