Patrick Buisson: Het einde van de traditionele wereld en de opkomst van de hedendaagse leegte

Guillaume Travers (2021)

Een krachtige en hooghartige aanklacht tegen de “kleinburgerlijke revolutie” die het leven van veel van onze tijdgenoten van alle substantie heeft ontdaan.

Tegenover het onvruchtbare Niets

Laten we de stelling van Patrick Buisson in onze eigen woorden samenvatten: het hedendaagse tijdperk, met name de jaren 1960-1975, wordt gekenmerkt door een duizelingwekkende opkomst van de leegte. Over een paar jaar loopt de traditionele wereld leeg. Het platteland loopt leeg. De kerken lopen leeg, niet alleen van gelovigen, maar ook van priesters. Wat er nog over was van het vaderlijk gezag was van alle legitimiteit ontdaan. De mens zelf is leeggemaakt, van alle innerlijk leven, om slechts te leven naar uiterlijke schijn (consumptie, modieuze kleding, lang haar, enz.). Deze grote leegte leek aanvankelijk misschien bevrijdend, een bron van uitbundige creaties, maar zestig jaar later kunnen we haar beter beschouwen voor wat ze was – een onvruchtbaar niets. Dit idee van leegte is in feite de grote moderne gedachte, van de meest abstracte filosofie (antropologie van de “schone lei”) tot de meest banale alledaagse feiten (“zijn hoofd leegmaken” door naar een exotisch strand te gaan): altijd de banden doorsnijden, alles uitroeien wat kan binden.

Wat Patrick Buisson misschien nog het meest verbijstert, is de snelheid waarmee de oude wereld is uiteengevallen. Veel auteurs voeren de ondergang ervan terug tot de Revolutie van 1789, de Industriële Revolutie (Edward P. Thompson, Karl Polanyi), of zelfs de opkomst van de spoorwegen (Eugen Weber). Het einde van een wereld laat ons zien dat aan het begin van de jaren zestig de traditionele wereld nog leefde in Frankrijk. De agrarische riten waren nog springlevend op het platteland, een veelheid van heiligen bevolkte dorpen en wijken, elk dorp had een klokkentoren en een bistro die bijna onafgebroken leefde, mannen voelden de trots om een gezine te stichten, de familienaam prevaleerde nog vaak boven de voornaam, enz. In vijftien jaar is dit bijna allemaal weggevaagd.

Patrick Buisson maakt een nauwkeurige inventaris op: het einde van de boeren, de ineenstorting van de Kerk en de verdwijing van het sacrale, evenals de vervaging van de vaderfiguur. Alle drie zijn nauw met elkaar verbonden. In de agrarische wereld introduceerde de komst van de tractor en het krediet een instrumentele, boekhoudkundige relatie met het land, op hetzelfde moment dat de televisie een einde maakte aan het gemeenschapsleven, door mannen uit de dorpskroeg te halen en hen op te sluiten voor het kleine scherm. Deze dynamiek is nauw verbonden met de erosie van de volksreligiositeit: de heilige cyclus en de oogstcyclus worden losgemaakt, terwijl de Kerk zelf aan haar gezag twijfelt. Beetje bij beetje vertrouwden de mensen meer op machines dan op deze of gene heilige om te hopen op een vruchtbare oogst. Tenslotte viel de afschaffing van de goddelijke Vader samen met de dood van de “pater familias” in een beschaving die verstedelijkt raakte. De menselijke types van het platteland, die hard werken, verdwijnen om plaats te maken voor amusement en consumptie.

Vaticaan II en het verlies van het gevoel voor het sacrale

Het misschien wel krachtigste deel van het gaat over de uitputting van het katholicisme na het Tweede Vaticaans Concilie. In een niet aflatende demonstratie zet Patrick Buisson uiteen welke rol de concilie heeft gespeeld in het opgeven van de volksreligiositeit. De vroomheid van het platteland was altijd doortrokken van heidendom, gebaseerd op de oogst, waarbij altijd ceremonies en feesten (processies) door elkaar heen liepen. Met Vaticaan II werd de Kerk rationalistisch, gericht op het abstracte woord en het individuele geloof ten koste van de gemeenschap. Tegelijkertijd heeft de Kerk, terwijl zij de immense verscheidenheid van heiligen en plaatselijke feesten opgaf, haar armen naar de wereld uitgestrekt, godsdienstvrijheid afgekondigd, zich opengesteld voor de oecumene, verklaard dat zij het heil van alle mensen zocht en niet langer dat van de gelovigen alleen, het Latijn verlaten voor de volkstalen en het spreken over het kwaad en het eschatos opgegeven. Al deze veranderingen veroorzaakten grote verwarring onder het volk.

De gevolgen zijn aanzienlijk, en gaan veel verder dan geloofskwesties alleen. Het zijn alle vormen van het sacrale die de wereld verlaten. “Het eeuwenoude huwelijk tussen het Franse katholicisme en het platteland, gebaseerd op permanentie, stabiliteit, repetitiviteit en de nauwe overeenkomst tussen religieuze en temporele cycli, werd aldus verbroken, evenals het symbolische universum dat eraan verbonden was. “Dit einde van het sacrale valt samen met het moment waarop de dood wordt verworpen om niet meer gezien te worden, wanneer de crematie van lichamen de begrafenis ervan vervangt, niet om zin te geven, maar uit angst dat niemand meer naar de begraafplaats zal komen.

Dit is misschien wel de grootste les van Buissons boek: als we in het hedendaagse tijdperk iets oneindig kostbaars zijn kwijtgeraakt, dan is het wel het gevoel voor het heilige, wat dat ook moge zijn. Dat gewijde, dat zin geeft aan leven en dood, dat het mogelijk maakt je leven te geven voor iets dat groter is dan jezelf. De moderne consument, die als een bezetene ronddoolt in winkelcentra, is de vrucht van deze betekenisvergetelheid.

Het psychologische fundament van onze tijd

Tot slot een woord uit de ondertitel: “Een geschiedenis van de kleinburgerlijke revolutie”. Paradoxaal genoeg wordt er in deze bladzijden weinig melding gemaakt van kleinburgerlijkheid, althans niet expliciet. Maar er komt een wreed portret naar voren. De kleinburger is de hedendaagse homunculus die de grote leegte aanvaardt als een opluchting: opluchting omdat hij niet langer het gewicht van een familie en het gezag van een vader op zijn schouders hoeft te dragen; opluchting omdat hij geen erfenis meer hoeft door te geven (behalve een paar tegoeden op de bank); opluchting, uiteindelijk, omdat hij geen enkele plicht meer heeft, noch tegenover zichzelf, noch tegenover zijn afkomst, noch tegenover zijn gemeenschap. Dat is het vreselijke psychologische fundament van onze tijd.

Met La fin d’un monde laat Patrick Buisson aan diegenen die het nog niet wisten zien dat hij een historicus van de hoogste orde is. Een krachtige frisse wind doet deze bladzijden herleven, geen bron laat de auteur onbenut: de geschreven pers, maar ook televisie- en filmarchieven, liederen, conciliaire documenten, enz.

Het boek staat op gelijke voet met andere klassiekers die gewijd zijn aan het einde van de traditionele wereld, met name het monumentale werk van Eugen Weber over La fin des terroirs, (het einde van de heimat) dat betrekking had op de periode 1880-1914.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: Patrick Buisson : La fin d’un monde et la montée du vide contemporain | Institut Iliade (institut-iliade.com)

Patrick Buisson, La Fin d’un monde, Albin Michel, Parijs, 2021, 528 p., 22,90 €.



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , , , ,