De intellectuele en artistieke wereld: in dienst van een politiek project

Aude de Kerros (2021)

“De kunstwereld is dient voortaan een politiek project. Daarbij zijn, in naam van de verdediging van de vrijheid, artistieke en intellectuele vrijheden opgeschort. Het is aan de kunstenaars en de kunstliefhebbers om de middelen te vinden om de vrijheid weer centraal te stellen in het artistieke project.”

Boeket tulpen, Jeff Koons , opgedragen aan de slachtoffers van de aanslag op Bataclan. Paris, 13/12/2019. //01JACQUESWITT_Tulipe001/1912131437

Tijdens de Koude Oorlog (1948-1991) werd het Westen ook wel “de vrije wereld” genoemd. Economische vrijheid werd in de hoofden van de mensen verbonden met het idee van intellectuele en artistieke vrijheid, begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden leken. Toen het Sovjetsysteem ineenstortte en de wereld een periode van hegemonie inging die door Amerika werd gedomineerd, werd het duidelijker dat sommige landen grote economische vrijheid konden genieten en toch geen vrijheid van gedachte, pers, godsdienst of levensstijl kenden. Dit geldt met name voor moslimlanden. In sommige landen kan het regime meer dan autoritair zijn en toch nog niches van vrijheid hebben, zoals in China waar de economie vrij genoeg is om kleine ondernemers de kans te geven zich te ontwikkelen en zeer grote internationale bedrijven de kans te geven zich te vestigen. Intellectuele vrijheid is zeer beperkt, maar er bestaat enige vrijheid in de kunsten.

 Vrijheid en vrijheden

Sinds 1991 heeft de “vrije wereld”, met name in het Westen, zich in een onverwachte richting ontwikkeld: het economische leven wordt afgeknepen door morele beperkingen, normen, wetten en voorschriften die op alle gebieden toenemen, zelfs op het gebied van ideeën, kunst en wetenschap.

Met name in Frankrijk is het intellectuele en artistieke leven de laatste veertig jaar ingekaderd: subsidies hebben de officiële kunst bevoordeeld, wat ten koste gaat van particuliere initiatieven en dus van elke concurrentie.  In dit land, dat bekend staat om zijn vrijheid van meningsuiting en het prestige van zijn intellectuelen en kunstenaars, zien we de oplegging van uit Amerika geïmporteerde culturele omgangsvormen: moralisme, manicheïsme, verplichte consensus.

 Verborgen totalitarisme?

De ineenstorting van het Sovjet-systeem en de openstelling van China voor de wereld hebben in Amerika de behoefte doen ontstaan om een consensuele ideologie te smeden, een wereldkunst, waarbij de verschillende beschavingen die als een bron van conflicten werden beschouwd, worden uitgewist. Alleen de schepping van een wereldcultuur gebaseerd op “mensenrechten” zou de hegemoniale overheersing met een bescheiden en deugdzame sluier kunnen bedekken.

De agenten van deze invloed hadden voordien de culturele koude oorlog gewonnen en de Europese wereld gedeeltelijk onderworpen aan een conformisme dat gericht was op New York.  Nu moesten ze het uitbreiden tot de rest van de wereld. Het was niet langer een kwestie van manipulatie tussen westerlingen! Het was noodzakelijk om van de grond af aan een cultureel en artistiek cement te creëren, een manier van denken, leven en kleden die door iedereen en overal gedeeld werd.

Meer dan ooit is de wereld van intellectuelen, kunstenaars en economische leiders het doelwit van beïnvloeding. Zij kunnen druk uitoefenen op verkozen ambtenaren en politieke regimes!

We leren veel over het proces door te kijken naar het systeem van “internationale hedendaagse kunst”, zijn platforms die op alle continenten zijn geïnstalleerd, zijn netwerken die in staat zijn om financiële waarden, bekendheid, discours, hyperzichtbaarheid te creëren. Het is een keten van circulatie van ideeën, van productie van waarde: aan het hoofd, de miljardairverzamelaars, dan de media, deskundigen, hypergalerijen, veilingzalen, beurzen, vrijhavens en museuminstellingen, kunstenaars, productiebedrijven van kunstwerken. Het resultaat is een expressie die overal zichtbaar is, globaal, minimalistisch, identiteit deconstruerend, uitgeroepen tot de enige “hedendaagse kunst”. Het is astronomisch geciteerd, de enige die “bankabel” en winstgevend is, de enige die “internationaal” wordt verklaard, de enige die het maatschappelijke dogma van de mensheid en haar toekomst draagt, de enige die gender, klimaat, immigratie, enz. beschermt!

De methodes van onderwerping: inventaris

Coöptatie of wissen

De regels van het spel zijn duidelijk: als de kunstenaar, de intellectueel, de onderzoeker de nieuwe definitie en functie van kunst, denken en wetenschap niet erkent, is hij of zij uitgesloten van elke erkenning, carrière, financiering, colloquium, zichtbaarheid in de media, internationale circulatie. Het niet voldoen aan de normen is voldoende om de sociale dood te ontmoeten.

Als een “non-conformist” zichtbaarheid verwerft, zal de eliminatie gebeuren door denigratie, beschuldiging in de media of verdoken veroordelingen: geen argumenten, bijvoeglijke naamwoorden! De eerste uitbarsting van kritiek die de dissident zal ontvangen zal zijn: nerd! reactionair! pasticheur! populist! of, in de Amerikaanse stijl: “deplorable! “. Alsof dat nog niet genoeg is, is de tweede klap demoniserend: fascist! extreem rechts!

 De ophemeling van de middelmatigheid

Aangezien de meest erkende ook de meest onderdanige zijn, en hoop kunnen geven aan het grootste aantal, zijn de gecoöpteerde kunstenaars van spectaculaire middelmatigheid. Zij zijn dus alles verschuldigd aan hen die hen wijden. De meest middelmatige artiesten kunnen zich dan vereenzelvigen met de meest erkende en hopen in de kring te komen. Hun onderwerping is dus verworven.

Cognitieve verwarring

Midden in de culturele koude oorlog hadden de kringen van invloed de rol van lokvogel toebedeeld aan intellectuelen en kunstenaars : door kritisch te zijn, afleiders, de-constructeurs, toonden zij aan dat “de vrije wereld” hun revolutionaire engagementen niet alleen niet bestreed, maar ze zelfs consecreerde en subsidieerde. Zo hebben ze massaal de weg naar New York en de Amerikaanse universiteiten gevonden.

Het spel van de invloed, na 1991, in een hegemoniale periode, gaf hun de opdracht een andere lokroep te creëren : de mediaruimte bezetten met voldoende beelden, gemeenplaatsen en ideologische slogans om de illusie te wekken van een globale sociale en menselijke werkelijkheid, om een microkosmos die “op internationale wijze” leeft, het geheel te laten overnemen. Deze hoge sfeer, een kring van financiers, intellectuelen, kunstenaars, mediamensen, enz., zou de echte “hedendaagse” mensheid zijn, terwijl de rest van de wereld mogelijk al in de vuilnisbak van de geschiedenis is gevallen. Een geradicaliseerd liberalisme heeft dus, net als het totalitaire communisme, een gelijk geloof in de fataliteit van de Geschiedenis. Het nieuwe totalitarisme is hier: een unieke mensheid, een unieke kunst, een uniek denken, een unieke wetenschap, voor het unieke goed. Een laatste utopia!?

Zo is een totalitarisme, verborgen in het liberalisme, intellectueel gerechtvaardigd.

Bijdragen tot de eindoverwinning van het globalisme is handelen voor de “triomf van het goede”, het is gaan in de richting van de vooruitgang: de beperking van de vrijheid, het bloedeloze maar dodelijke geweld worden verontschuldigd door de subtiliteit en de zachtheid van de manipulaties die instemming verwekken. Wat is uitgesloten? Steun van het publiek, gemeenschappelijke taal, debat, creatieve diversiteit.

 De semantische afleidingen, de veranderingen van definities

De verandering van definitie van de woorden kunst, wetenschap, museum, schepping, enz. is het eerste grote werk geweest van deconstructie, niet alleen van de westerse beschaving, maar van elke vorm van grote beschaving. Zo is het vroegste begrip dat gedeconstrueerd wordt, rond 1960, de inhoud van het woord “kunst”.

 De woorden “kunst” en “hedendaagse kunst” hebben precies de tegenovergestelde betekenis van elkaar gekregen. Deze omkering veroorzaakte een totale verwarring van alle aangrenzende begrippen, zoals die van intrinsieke waarde en de criteria daarvoor. Evenzo hebben de woorden “kunstenaar”, “kunstgeschiedenis” en “museum” niet meer dezelfde inhoud.  Dit zeer doeltreffende model van manipulatie, waarbij alleen de spelers die geld en macht verdienen de regels van het spel kennen, heeft tot soortgelijke verschijnselen geleid op andere gebieden: universiteit, wetenschap, onderzoek. De cognitieve omsingeling door woordenschat, normen, wetten en moraal wordt compleet wanneer schuld, demonisering en angst op een perverse manier worden toegevoegd. Zo beleefde de hegemoniale periode het in het Westen moeilijk voorstelbare verschijnsel van de criminalisering van kunst en ideeën.

Intellectuele en artistieke plafonds zijn nu vastgesteld. We horen steeds vaker, “je mag dit niet zeggen of dat niet doen! “

Hoe kan er onenigheid zijn in een vrije wereld?

Het Franse voorbeeld toont de tegenstrijdigheid. Sinds het begin van de systematische staatscontrole op de schepping (1981) zijn intellectuelen en kunstenaars in opstand gekomen. De media gaven het niet door, maar demoniseerden het.

Verschillende instellingen (FRAC, DRAC CNAC, enz.), een college van “creatie-inspecteurs”, een aanzienlijk budget, controle op het onderwijs in kunstscholen, de media, kunstcentra, hebben de particuliere wereld van de kunstcreatie om zeep geholpen door oneerlijke concurrentie. Zo werd de onofficiële artistieke diversiteit snel onzichtbaar. Staatskunst werd “totaal”, en verkondigde zichzelf zowel institutioneel als transgressief. Dankzij deze eigenschap kon zij haar officiële kunst de rol van permanente subversie geven. De staat zelf zorgde dus voor afwijkende meningen.

Het keurslijf van conformiteit was voldoende om dit machtsevenwicht tot stand te brengen. Om het te weerstaan is opoffering nodig. Solzjenitsyn zei: “In het Westen heb je de Goelag niet nodig, gebrek aan moed volstaat! “

 Wat in de jaren negentig in de wereld van de kunsten en de “menswetenschappen” is gebeurd, gebeurt nu beetje bij beetje ook in de wereld van de wetenschap.

De schepping, de kennis, het vrije onderzoek, wordt in het Westen meer en meer in de marge bestendigd, met weinig middelen. Verborgen gedachten, verborgen kunst, zijn het resultaat van een verborgen totalitarisme. De onzichtbaarheid van de huidige dissidenten in het Westen is groter dan die van de Sovjetdissidenten van de jaren zestig tot negentig, die toen door de Westerse pers werden gevolgd.

Het boemerangeffect – de deconstructeurs deconstructeerden

In het laatste decennium is de bestaande hegemonie verzwakt. De digitale technologie heeft afwijkende meningen zichtbaar en hoorbaar gemaakt. De verborgen kunst verschijnt in al haar verscheidenheid aan hen die haar zoeken. In dertig jaar tijd is de samizdat (Noot van de vertaler: Russische clandestien uitgegeven literatuur met kritische inhoud) overgegaan van carbon naar fotokopie en vervolgens naar digitaal. Het is dus internationaal geworden. Het debat, het delen van ideeën en kennis, heeft zijn plaats ingenomen in het intellectuele leven. De digitale revolutie heeft sinds 2005 geleidelijk voor grote “verstoringen” gezorgd. Staatsinstellingen, universiteiten, musea, media, enz. zijn niet langer de enige referenties. Zoals in de USSR na 1960, wordt op Internet een parallel magisterium, een alternatieve plaats van debat en intellectueel leven geïnitieerd om een verwerkelijking te vinden. De marges worden levende en actieve centra. De verhouding tussen de mensen en de media, die vroeger asymmetrisch was, is dat niet meer. Het Westen herwint zijn concurrentiemodel ook in kunst, wetenschap en ideeën.

Vele westerse intellectuelen en kunstenaars hebben geleidelijk begrepen hoe zij werden gemanipuleerd en zijn zich bewust geworden van het verlies van hun autonomie. Zij meten hun verantwoordelijkheid. Zij begrijpen dat zij, door hun publiek te manipuleren, zichzelf in de lus van de slavernij hebben opgenomen. Velen van hen worden dissidenten.

De hegemonische ideologie heeft haar onschuld en deugdzaamheid verloren. Het wordt vandaag gezien als een utopie die alleen kan bestaan als ze wordt opgelegd, want kan men aanvaarden afstand te doen van het erfgoed van een beschaving, alle herinnering uit te wissen, zonder dat er geweld is geweest? Is het mogelijk om “tegelijkertijd” vrijheid en globalisme te willen?

Vertaling: OvM

Oorspronkelijke tekst: https://www.revueconflits.com/comment-le-monde-intellectuel-et-aritistique-a-ete-mis-sous-controle-aude-de-kerros/



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , ,