Geopolitiek van de kunstmatige intelligentie

Eugène Berg (2021)

“Ik vrees voor de dag dat de technologie de mens zal overtreffen”. Albert Einstein vermoedde dat de technische vooruitgang op een dag groter zou zijn dan haar scheppers. Paradoxaal genoeg zijn deze vorderingen nog nooit zo noodzakelijk geweest als in de postmoderne samenlevingen, die worden gekenmerkt door de ontwikkeling van de kunstmatige intelligentie. Wat is de plaats en de invloed van deze laatste in de internationale betrekkingen? Pascal Boniface bespreekt deze kwesties in zijn boek Géopolitique de l’intelligence artificielle.

Na de kernenergie, in 1945-1949, en vervolgens de ruimtevaart, tussen 1961 en 1969, is de kunstmatige intelligentie de nieuwe strategische horizon geworden. Het is een nieuwe 3.0 kracht. Elke belangrijke speler die beweert aan de top van de internationale hiërarchie te staan, moet op dit gebied een beleid ontwikkelen, of zich anders voorbereiden op zijn val. AI wordt een centraal element in de Chinees-Amerikaanse confrontatie. Vladimir Poetin bevestigt dat Rusland niet van plan is van deze digitale revolutie te worden uitgesloten, terwijl Europa en Frankrijk constateren dat zij achterlopen en zich daar zorgen over maken. Israël beschikt over onmiskenbare troeven, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar zijn van plan er aanzienlijke middelen in te steken, Japan, Zuid-Korea en Singapore investeren erin, en India zal zijn confrontatie met China, die niet lijkt te verminderen, niet lang meer uitstellen. Afgezien van deze kopgroep van tien of twaalf landen (waaronder Canada, Italië en Australië) hebben zich reeds 52 landen in de race gewaagd, waarvan er 24 nationale strategieën hebben gepubliceerd met plannen voor financiering, onderzoek of partnerschappen om marktaandeel te veroveren. Dit lijkt enorm, aangezien de toetredingskosten hoog lijken. In feite, zo toont Pascal Boniface aan, gaat de impact verder dan louter machtsrivaliteit. AI kan de manier waarop we leven, werken, reizen en spelen revolutioneren. Op dit ogenblik beslissen wij echter niet, wij zijn toeschouwers van een fenomenaal proces dat zijn eigen weg volgt. Maar is het niet zo gegaan met elke technologische golf, zoals toen John of Ned Ludd (“Kapitein Ludd”, “Koning Ludd” of “Generaal Ludd”), in 1780 twee weefgetouwen hebben vernield, waardoor de Luddisten zijn ontstaan?

De auteur voegt daaraan toe dat de technologische vooruitgang niet of onvoldoende wordt ingekaderd door politieke of maatschappelijke overwegingen, hetgeen niet helemaal juist is. Waarom ook verwijzen naar Stephen Hawking die in december 2014 op de BBC zelfs verklaarde dat “kunstmatige intelligentie zou kunnen leiden tot het uitsterven van het menselijk ras”? Dat zij afhankelijk zal worden van robots (hetgeen nog moet worden bewezen) is één ding, maar dat zij eenvoudigweg zal uitsterven is slechts één hypothese, naast andere. In feite had Aesop met zijn talen de situatie al samengevat: AI is inderdaad een nieuwe “taal”, het beste of het slechtste van alles. Natuurlijk, GAFAM zijn de nieuwe sterren van het internationale nieuws. Deze digitale bedrijven, waarvan sommige amper twintig jaar oud zijn, zijn economische reuzen geworden en hebben ons dagelijks leven overgenomen. Ondernemingen die een generatie geleden nog niet bestonden, zijn nu supermachtige spelers in de internationale betrekkingen, die in staat zijn staten te beconcurreren en in moeilijkheden te brengen. Het debat is nog maar net begonnen, en Pascal Boniface wakkert het aan, maar hij heeft net zomin als ieder ander een oplossing te bieden. Globalisering heeft honderden miljoenen mensen uit de armoede gehaald. Zij heeft ook ongelijkheden doen ontstaan die bovendien hyperzichtbaar waren en de dreiging van het uitwissen van identiteiten met zich meebrachten. Om aanvaardbaar en dus duurzaam te zijn, moet de globalisering gereguleerd worden.

Hetzelfde geldt voor de digitale revolutie en de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Wij moeten de GAFAM in het algemeen dankbaar zijn dat zij ons dagelijks leven vergemakkelijken, ons tot dusver onbekende perspectieven bieden, de communicatie en de toegang tot kennis en informatie vergemakkelijken, de gezondheid verbeteren, het leven verlengen en nog vele andere dingen. Maar ze moeten goede dienaars zijn en geen slechte meesters. Regulering is onontbeerlijk, tenzij we terechtkomen in een extreem scenario van de meest onrechtvaardige samenleving uit de geschiedenis. De staten en het maatschappelijk middenveld moeten deze regelgeving opleggen. De debatten over de komende revolutie zijn niet opgewassen tegen de inzet. Er is nog tijd om de toekomstige gevolgen van de digitale revolutie voor onze samenlevingen en voor de wereldstaat bovenaan onze lijst van zorgen te plaatsen. Zal de G7 de tijd en de wil hebben om deze kwestie aan te pakken, nu de agenda al overbelast is? Het is onwaarschijnlijk dat Joe Biden, met een verscherpt Chinees-Amerikaans conflict in het vooruitzicht, zich het GAFAM-wapen zal willen ontzeggen.

Vertaling: OvM

Oorspronkelijke tekst: Livre – Géopolitique de l’intelligence artificielle | Conflits (revueconflits.com)



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , , ,