Gesprek met Pierre Bérard: Julien Freund en de definitie van „politiek“.

Gesprek afgenomen door Eléments (2020)

Eléments: U heeft Julien Freund goed gekend. Wat voor een man – en wat voor een leraar – was hij? Heeft u zich in zijn onderricht kunnen vinden?

Julien Freund

Pierre Bérard: Ik ontmoette Julien Freund voor het eerst in Parijs, op een GRECE conferentie in januari 1975. Hij had een lezing gehouden met de provocerende titel Plaidoyer pour l’aristocratie. Aristocratie moet genomen worden in haar etymologische betekenis van “regering van de besten”. Volgens Freund zijn de “beste” heersers diegenen die het best in staat zijn de natie te leiden vanuit het perspectief van het algemeen welzijn, het welzijn van het volk volgens Hobbes. Een paar maanden later ging ik naar Villé, het Elzasser dorp waar hij woonde. Dit was het begin van een eerst hoffelijke verhouding, daarna van een echte medeplichtigheid, die duurde tot aan zijn dood. Hij heeft mij niet als student onderwezen, want hij had reeds in 1972 ontslag genomen uit zijn functies bij de CNRS en de universiteit: hij walgde van de lafheid van zijn collega’s tegenover de egalitaire razernij van de soixante-huitards, die zich in de daaropvolgende jaren in haar meest sinistere aspecten openbaarde, zoals hij had voorzien. Volgens velen was hij een veeleisende en oneindig leerzame leraar. Ik heb dit zelf ondervonden in de vele lezingen die ik met hem gegeven heb. Te midden van jonge en vaak enthousiaste geesten schepte hij er genoegen in al te serafijnse wereldbeelden te ontmantelen. Hij was vrolijk en nooit gierig met zijn tijd.

Ideeën waren zijn passie en hij discussieerde daar graag over met zijn studenten, waarvan de meest interessante, in zijn ogen, de situationisten waren. Gezegd moet worden dat hun culturele niveau niets te maken heeft met het lage niveau van onze huidige antifa’s. In werkelijkheid was hij, onder het mom van een traditionele conservatief, een authentieke dissident.

Eléments:  Julien Freund is de grote denker van “de politiek”. Wat betekent deze term? Wat onderscheidt het niet alleen van de politiek, maar ook van het apolitieke?

Pierre Bérard: Pierre-André Taguieff schrijft, in het boek dat hij aan hem gewijd heeft, dat Freund “een van de weinige denkers over politiek was die Frankrijk in de twintigste eeuw gekend heeft. Hij maakte een onderscheid tussen politiek en beleid. Redenerend als een Aristoteliaan, definieerde hij de politiek als een essentie, d.w.z. een eigenschap die altijd aanwezig is in alle samenlevingen en in alle tijden, een invariant die met de mensheid samenvalt. De andere essenties zijn economisch, godsdienstig, moreel, wetenschappelijk en esthetisch. Daarom is hij anti-liberaal, want het liberalisme beweert de politiek te verdringen door de wetten van de markt. Evenzo beweert hij dat er nooit een natuurtoestand is geweest, in tegenstelling tot wat de contracttheoretici beweren. Deze vaststelling doet hem ook schrijven: “Als er politieke revoluties zijn, is er geen revolutie in de politiek.”

Zijn definitie van politiek berust op drie vooronderstellingen die zoveel dialectische polariteiten zijn: de verhouding van publiek en privé, de verhouding van bevel en gehoorzaamheid, en tenslotte de verhouding van vriend en vijand, deze laatste ontleend aan Carl Schmitt, wiens werk hij zich eigen maakte in het begin van de jaren 1950, toen het vrijwel onbekend was in de Franse juridische en politieke kringen, bij gebrek aan vertaling. Freund, opgevoed in het dialect van de Moezel, was trouwens ook een uitstekend germanist, zoals blijkt uit zijn vertrouwdheid met de geschriften van Schmitt, maar ook van Max Weber, Georg Simmel en Ferdinand Tönnies, wier ideeën hij in de Franse intellectuele wereld bekend heeft helpen maken.

Julien Freund heeft een boek van meer dan 400 bladzijden gewijd aan de uitleg van wat hij bedoelde met het onpolitieke, niet te verwarren met het apolitieke, het anti-politieke of het niet-politieke. “Magisch denken,” schreef hij, “bestaat erin te geloven dat het doel van de ene activiteit bereikt kan worden met de middelen van een andere. “Bijvoorbeeld, de doelstellingen van de politiek verwarren met die van de moraal of de economie. Moreel handelen is niet hetzelfde als politiek handelen. Een beleid dat op de mensenrechten gebaseerd is, zou bijvoorbeeld apolitiek zijn. Hetzelfde geldt voor een beleid dat hoofdzakelijk door economische doelstellingen wordt geleid. Wij leven in een fase van essentieverwarring in Europa, die overeenkomt met een intense depolitisering, die ons tot onmacht heeft gebracht, zowel intern als op het gebied van diplomatie en geostrategie. Julien Freund kon in één enkel postulaat samengevat worden, het Romeinse en Machiavellistische adagium Salus populi suprema lex, dat vertaald kan worden als “laat het heil van het volk de opperste wet zijn”.

Eléments: De vijand, de vijand… we hebben het er nog nooit zo vaak over gehad, althans sinds de dood van Samuel Paty, soms in de woorden van Julien Freund. Kunt u ons iets meer vertellen over deze formule en dit vriend-vijand concept?

Pierre Bérard: Wij kunnen zeker zonder vijand bestaan, maar dat hangt niet uitsluitend van ons af. Julien Freund herinnerde zich graag deze anekdote die zich voordeed tijdens de verdediging van zijn proefschrift in 1965. Jean Hyppolite, een groot specialist van Hegel en aanhanger van de Verlichting, was ontdaan door de vriend-vijand dialectiek die Freund in zijn proefschrift formuleerde. Hij daagde hem uit: “Als u echt gelijk hebt, mij terugtrekken in mijn tuin! ” Waarop Freund antwoordde: “Zoals alle pacifisten denkt u dat u het bent die de vijand aanwijst. Maar het is de vijand die u aanwijst. En als hij wil dat u zijn vijand bent, kunt u de mooiste uitingen van vriendschap doen. Zolang hij wil dat u de vijand bent, bent u dat. En hij zal u zelfs beletten uw tuin te onderhouden. “In werkelijkheid is er alleen politiek waar er een vijand is. Zo hebben sommige mensen ons de oorlog verklaard, maar wij blijken niet in staat tot enige andere reactie dan: “Je krijgt mijn haat niet”. Het is allemaal goed en wel om luid te verkondigen dat wij in oorlog zijn, maar nergens is er sprake van mobilisatie, en in plaats daarvan veel lafheid. En in dit kader zien wij politici, volledig toegewijd aan  de uitbuiting van emoties, aan de korte-termijnverplichtingen, met geen andere visie dan die van een oneindige groei van alles, van immigratie tot productie. Zij zijn de doodgravers van onze beschaving, die de pretentie hebben hun moralistische gepreek aan de hele wereld op te leggen zonder ooit hun tanden te durven laten zien. Trouwens, zijn wij nog wel een volk in de etnische en burgerlijke zin van het woord? De realist Freund zou waarschijnlijk nee gezegd hebben.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: Revue Éléments – « L’avenir, c’est le massacre ! » Penser le politique avec Julien Freund (revue-elements.com)



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , , ,