Geopolitiek in de Indische Oceaan

Mk Bhadrakumar (2021)

Het vorige week uitgevoerde Freedom of Navigation maneuver van de Amerikaanse marine toont aan dat de Verenigde Staten de EEZ van India als onderdeel van een “wereldwijde gemeenschappelijke ruimte” beschouwen waar de VS naar eigen goeddunken zal handelen.

De destroyer USS John Paul Jones die afgelopen woensdag langs de Lakshadweep eilanden voor de kust van Kerala voer, heeft Indiase sinofoben in verwarring gebracht.

Een vooraanstaand dagblad merkte het op als een “zeldzame ruzie tussen de twee partners in de Quad-groep” (Quadrilateral Security Dialogue, tussen VS, Australië, India en Japan, nota van de vertaler). Een anti-China-analist twitterde dat het slechts een “mislukte PR-oefening” was van de kant van de Amerikanen. Het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken nam een legalistisch standpunt in, alsof het een antwoord formuleerde op een verzoekschrift voor het Hooggerechtshof van Delhi.

Wat is er aan de hand? Dit is zeker een zeldzame ruzie binnen de gezellige Quad-familie. Maar de Quad is een kleuter. Wat kan er gebeuren als US President Joe Biden hem opvoedt tot een grillige puber?

Vergis je niet, wat er gebeurd is, is het militaire equivalent van het commentaar over de oliereserves in de Perzische Golf vanwege de Amerikaanse diplomaat-geleerde George Kennan. Het waren “onze hulpbronnen”, schreef hij, onontbeerlijk voor Amerika’s welvaart, en daarom zou de VS er controle over moeten krijgen wat natuurlijk ook gebeurde.)

De zeebodem van de Zuid-Chinese Zee en de Indische Oceaan herbergen een onvoorstelbare rijkdom aan minerale rijkdommen – hier bevindt zich potentieel the last frontier. De John Paul Jones gedroeg zich als een hond die zijn territorium afbakent. Het spookbeeld van een acute toekomstige machtsstrijd – niet alleen met China of Rusland, maar ook met Europese rivalen – waart door Washington. Met hun tragische koloniale geschiedenis hebben de Indiërs de neiging te vergeten.

Zo keert Groot-Brittannië na 65 jaar terug naar “het oosten van Suez”. De 65 000 ton metende HMS Queen Elizabeth, het nieuwste vliegdekschip van Groot-Brittannië, vaart voor zijn eerste inzet naar de Indische Oceaan.

De hoogdravende titel van het indrukwekkende 114 pagina’s tellende document dat vorige maand door de Britse premier Boris Johnson werd vrijgegeven, zegt alles: Global Britain in a Competitive Age: The Integrated Review of Security, Defense, Development and Foreign Policy.

Vanaf pagina 66 onder de ondertitel “The Indo-Pacific Tilt” zegt het document, nogal expliciet: “De Indo-Pacific-regio is de groeimotor van de wereld: de thuisbasis van de helft van de wereldbevolking; 40% van het mondiale bbp; enkele van de snelst groeiende economieën; in de voorhoede van nieuwe mondiale handelsakkoorden; toonaangevend voor en gebruikmakend van digitale en technologische innovatie en normen; sterk investerend in hernieuwbare energie en groene technologie; en van vitaal belang voor onze doelstellingen op het gebied van investeringen en veerkrachtige toeleveringsketens.

“Indo-Pacific is al goed voor 17,5% van de Britse wereldhandel en 10% van de inkomende buitenlandse directe investeringen, en wij zullen eraan werken om dit verder uit te bouwen, onder meer door middel van nieuwe handelsakkoorden, dialogen en diepere partnerschappen op het gebied van wetenschap, technologie en data”.

Het rapport concludeert dat Groot-Brittannië “ook meer dan voorheen de nadruk zal leggen op de Indo-Pacific, omdat dit gebied van groot belang is voor veel van de meest urgente mondiale uitdagingen in het komende decennium, zoals maritieme veiligheid en concurrentie in verband met wetten, regels en normen”.

In de maand april zal de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian in India arriveren om de politieke dialoog voort te zetten. Ook belangrijk is dat het 42 500 ton zware vliegdekschip Charles de Gaulle een aanvalsgroep leidt om in twee fasen te oefenen met INS Vikramaditya in de Arabische Zee en de Indische Oceaan.

Zonder dit grote geheel te zien, zal India door het bos geen bomen zien.

Er zijn vier dingen in de verklaring van de 7e Vloot van de US Navy op vrijdag die de aandacht trekken. Ten eerste wordt in de allereerste zin beweerd dat deze operatie voor de vrijheid van navigatie (FONOP) plaatsvond “binnen de exclusieve economische zone van India, zonder India’s voorafgaande toestemming te vragen”.

Ten tweede, de verklaring wrijft het er in goed in: “India eist voorafgaande toestemming voor militaire oefeningen of manoeuvres in zijn exclusieve economische zone of continentaal plat, een eis die in strijd is met het internationaal recht. Deze operatie voor de vrijheid van navigatie (FONOP) heeft de rechten, vrijheden en het wettig gebruik van de zee, zoals erkend in het internationaal recht, verdedigd door de buitensporige maritieme claims van India aan te vechten.”

Weten de Indiërs dit dan niet? Natuurlijk weten ze dat. Maar de VS moeten aan het hele gebied van de Indische Oceaan (IOR), inclusief Pakistan – en aan Europese hoofdsteden – duidelijk maken dat India’s stijgende ambities niet ongecontroleerd zullen blijven.

Ten derde wordt in de verklaring van de Amerikaanse marine benadrukt dat FONOP’s “aantonen dat de Verenigde Staten zullen vliegen, varen en opereren waar het internationaal recht dat toestaat”. Interessant is dat dit de standaard anti-China taal is van Mike Pompeo.

Het mag duidelijk zijn dat dit geen zeldzame feit is. Vandaag de Arabische Zee, morgen de Golf van Bengalen? Vandaag vaart er een oorlogsbodem voorbij, maar morgen kan het de U2 Dragon Lady zijn die op 20 000 meter hoogte het Indiase luchtruim bespiedt en het voorrecht van de VS opeist om in de exclusieve economische zone van India te opereren.

Ten vierde werd de verklaring afgegeven nadat de Indiërs het blijkbaar niet ernstig opnamen dat  FONOP’s “routineus en regelmatig zijn … zoals we in het verleden hebben gedaan”. Vermoedelijk heeft New Delhi dergelijke eerdere incidenten verzwegen. Maar de FONOP-missies “gaan niet over één land, noch over het afleggen van politieke verklaringen.”

Simpel gezegd beschouwen de Verenigde Staten de Indiase EEZ als een deel van de “mondiale gemeenschappelijke ruimte” waar zij haar (vermeende) voorrecht zal uitoefenen om te handelen in haar hoogste nationale belangen, zoals zij dat nodig acht. Het  “partnerschap van de 21ste eeuw” met India zal Washington er niet van weerhouden de Amerikaanse belangen na te streven. 

Waar het op neerkomt is dat India in de regio van de Indische Oceaan niet boven zijn gewicht moet proberen te boksen.

Het is wellicht geen toeval dat Washington deze strenge uitspraak deed op gehoorsafstand van het high level virtuele evenement dat premier Narendra Modi donderdag organiseerde met Wavel Ramkalawan, premier van de Seychellen, voor “de gezamenlijke e-inauguratie van verschillende door India gefinancierde ontwikkelingshulpprojecten op de Seychellen en de overhandiging van een snel patrouilleschip dat door India is geleverd voor gebruik door de kustwacht van de Seychellen”.

Modi noemde Ramkalawan op dramatische wijze een “zoon van India”, waarmee hij zinspeelde op de Bihari-familielijn van de ex-dominee. Maar Washington beschouwt Ramkalawan als de verbeten nationalistische leider van een eilandnatie in de Indische Oceaan die een moeilijke buur is, gescheiden door slechts 1.894 kilometer oceaan van de basis Diego Garcia.

De vestiging van een top-secret militair complex door India op het eiland Assumption van de Seychellen is al erg genoeg, maar het gerapporteerde plan van de regering Modi om een militaire basis in die eilandnatie te vestigen is een heel andere zaak. Voor zover men weet, draagt het medialek de stempel van de Amerikaanse inlichtingendienst.  

Het zal geen verbazing wekken dat New Delhi een onderdanige reactie gaf op de waarschuwing van het Pentagon – rechtstreeks uit het regelboek van Chanakya. Maar nu de Amerikaanse oorlogsschepen over de horizon zijn verdwenen, laten we nadenken over de vraag waar al dat onstuimige Quad-gedoe (“Aziatische NAVO”) India brengt.

De kern van de zaak is dat het ziedende gevoel van rivaliteit van de heersende elites over de opkomst van China leidt tot een verwrongen Indiase mentaliteit. Chinese commentatoren hebben het Indiase establishment herhaaldelijk gewaarschuwd dat zijn aspiraties als grootmacht in het gebied van de Indische Oceaan onrealistisch zijn.

Ze spreken uit ervaring. In tegenstelling tot het Indiase verhaal dat het Quad-lidmaatschap kan worden gebruikt China tot toegevingen te dwingen, denkt Peking dat het Quad-verhaal meer het geopolitieke hoofdpijndossier van India en Rusland en dat het door de interne tegenstrijdigheden geen toekomst heeft.

Chinese geleerden zijn steeds van mening geweest dat, hoewel de hoofdstroom van de Amerikaans-Indiase samenwerking tegenwoordig meer coöperatief dan concurrerend is geweest, “in het specifieke geval van de Indische Oceaan hun respectieve strategische opvattingen over de regionale machtsstructuur diep geworteld zijn en deze zullen steeds duidelijker worden in het geval van de machtsverschuiving” – om de prominente Chinese geleerde Lou Chunhao te citeren, adjunct-directeur van het Instituut voor Zuid-Aziatische Studies aan het China Institute of Contemporary International Relations met hoofdkantoor in Peking.

In een essay uit 2012, getiteld US-India-China Relations in the Indian Ocean: A Chinese Perspective, voegde Lou daaraan toe: “Hoewel de China-factor er altijd zal zijn om de samenwerking tussen de VS en India te bevorderen, zal de ‘democratische vredestheorie’ plaatsmaken voor realistische politiek, en zullen de uiteenlopende belangen van de VS en India in de IOR moeilijk met elkaar te verzoenen zijn.”

De kippen komen thuis om te kakelen.

Vertaling: als

Oorspronkelijke tekst: https://asiatimes.com/2021/04/did-delhi-just-yield-the-indian-ocean-to-the-us/



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , , , , ,