Quo vadis Erdogan? Quo vadis Turkije?

Irnerio Seminatore (2021)

De belediging van Europa voor de diplomatieke klap in het gezicht van Ursula von der Leyen is een ongefundeerde protocollaire bluf. Erdogan heeft de bekende regel Ubi major, minor cessat koelbloedig toegepast. Volgens de regels is er slechts één officiële vertegenwoordiger van de Unie, de voorzitter van de Europese Raad, die de rang van staatshoofd heeft en als zodanig het recht van voorrang in de externe betrekkingen. Als hoofd van de uitvoerende macht werd mevrouw von der Leyen behandeld volgens het protocol. Wat is het probleem? Is haar ego superieur aan de instellingen van de 27? Is het voorrangsrecht gebaseerd op de verdiensten die de voorzitter van de Commissie heeft verworven bij het catastrofale beheer van de Covid 19-pandemie? Als de eenheid van Europa van buitenaf zal worden opgelegd, zoals Z. Brzezinski zo helder opmerkte in “Het grote schaakbord” zal,  gezien de uitputting van het oorspronkelijke idee en ideaal, het beheer van de EU gebeuren via een zwaar bureaucratisch apparaat, ver van de steun van het volk.

Kan in deze omstandigheden de troef van deze noodzakelijke impuls komen van een institutioneel aparaat dat verraden is door het feit dat de EU elke opvatting over geschiedenis, macht en de democratische voeding van de macht heeft losgelaten?

In dit opzicht is Turkije het enige land ter wereld dat in Cyprus een deel van de Europese ruimte militair bezet houdt. Daarnaast chanteert het de Europese Unie door te dreigen de immigratiesluizen op grote schaal te openen, in ruil voor de afpersing van 6 miljard euro voor het onderhoud ervan onder de voorwaarden van een migratiepact van een beangstigend cynisme. Het heeft de Islamitische Jihad militair en tactisch gesteund. Het aarzelt niet om in te grijpen in het politieke en territoriale evenwicht tussen Azerbeidzjan en Armenië, en tussen maarschalk K.Haftar en de Tripoli-regering in Libië. Het was ook de staatsconfessionele macht die Bosnië-Herzegovina militair hielp tijdens de Balkanoorlogen en bij de ontbinding van het oude Joegoslavië, en het was de hulp van Turkije, ter ondersteuning van Kosovo tegen Servië, en die van de Jihad tegen de Koerden en de Azeri’s, die de Europese sociaal-democraten zonder eergevoel deed buigen. Erdogan is de “onruststoker” van de Middellandse Zee met zijn olieprospectie in de Griekse territoriale wateren, die een dubbel spel speelt in de NAVO, wapensystemen van Rusland koopt en Russische vliegtuigen neerschiet door “onopzettelijke” ongelukken. Turkije is nog steeds het land dat in staat is de Europese Unie onomkeerbaar te destabiliseren, vanwege het representatieve gewicht dat het in de Europese Raad zou hebben, dat groter is dan het gewicht van Duitsland, en het is zijn islamitische oriëntatie en zijn militante soennisme die het historische antagonisme vertegenwoordigen van de christelijke staten van weleer. Hierdoor zou zij de doodgraver zou worden van het westelijke “norm”-rijk, na de erfgenaam te zijn geweest van Mehemmet, doodgraver van Byzantium en van het Oost-Romeinse Rijk. Wat zal de positie van Turkije zijn in het scenario van een nieuwe technologische en strategische “koude oorlog” en wereldwijde uitdagingen tussen China en de VS?

De huidige multipolaire, mondiale wereld is gefragmenteerd en moeilijk te beheren, en neigt ertoe excentrieke spanningen te creëren die zowel gevestigde als opkomende mogendheden op de proef stellen. Het antwoord van Joe Biden, bij monde van Richard Haass en Charles Kuchpchan van de Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, was een klassieke test van de strategische dialoog tussen grote mogendheden. Dit model is dat van het Congres van Wenen, maar dan in afwezigheid van een overheersende mogendheid en een gemeenschappelijk en gedeeld legitimiteitsprincipe. In de tegenstelling tussen de nieuwe alliantie van technocratisch-democratieën en technocratisch-autocratieën, die wordt bevorderd met het historische doel om stabiliteit te geven aan het systeem, tot nu toe gewaarborgd door de Verenigde Staten, de overheersende mogendheid, blijft het comparatieve voordeel van de Verenigde Staten dat van de allianties. Wat is de “Quid Boni” van de associatie van Turkije, als factor van onzekerheid en ontbinding? Aangezien de samenvoeging van de twee bondgenootschappen zal afhangen van de kwaliteit van de geassocieerden en het vertrouwen dat zij inboezemen, is het de vraag welke boodschap van mondiaal beleid Charles Michel en mevrouw U. von der Leyen zullen voorstellen aan Erdogan en symmetrisch Borrel aan Lavrov, in de concurrentiestrijd die zich aftekent en welke mix tussen legitimiteit en geopolitieke belangen de deelname van Turkije aan de samenwerking/confrontatie van de XXIste eeuw “verenigbaar” en dus levensvatbaar zal maken. Zal het grote gerechtshof van de geschiedenis in staat zijn om de doodvonnissen door ophanging, in gedwongen aftreden, wegens hoogverraad van Europa, aan mevrouw Merkel en mevrouw von der Leyen om te zetten?

(Hieronder “De Europese Unie, Turkije en Eurazië”, gepubliceerd in de Belgische “Revue Générale” N.11/12 van december 2014)

De Europese Unie, Turkije en Eurazië

Geopolitieke analyse van de twee hypothesen toetreding of “geprivilegieerd partnerschap”?

De betrekkingen tussen Europa en Turkije zijn ingebed in een Euraziatische geopolitiek, die wordt gekenmerkt door een drievoudige metamorfose: van geografie, van macht en van strategische evenwichten. De eerste transformatie betreft de belangrijkste continentale massa ter wereld, die van Eurazië, het geopolitieke hart van de geschiedenis; de tweede, de grotere rol van de oceanische ruimten; de derde, de strategische stabiliteit die, na de periode van bipolariteit, omslaat in haar tegendeel, instabiliteit, onevenwichtigheid en politieke fragmentatie.

Om terug te komen op de eerste transformatie, deze gaat over de verandering in de structurerende geopolitieke paradigma’s die een nieuwe lezing van het internationale systeem opleggen en daarmee een nieuwe verhouding tussen het “Rimland” en het “Heartland”. Deze verandering is fundamenteel. In deze lezing behoren Europa en Turkije inderdaad tot verschillende geopolitieke configuraties: Turkije maakt deel uit van het “Heartland”, de “spil van het land” of “geografische spil van de geschiedenis” en Europa maakt deel uit van het planetaire “Rimland”, de ring van landen, die zich uitstrekt van het schiereiland Kamchaka tot de Perzische Golf. Hieruit volgt dat Turkije en Europa twee geografische entiteiten vormen met verschillende projecties en dat hun strategieën niet met elkaar verbonden zijn. Na de ineenstorting van het Sovjetrijk vond Turkije zijn “vitale ruimte” in de centrale massa van de continenten, de “spil van de landen” waar het zijn taalkundige bronnen en zijn diepe geschiedenis herontdekte, met andere woorden, de ideologisering van het verleden en de oorsprong van het Ottomaanse Rijk. Volgens deze lezing wordt Europa gekarakteriseerd als de westelijke landengte van Azië of het Euraziatische “Rimland”, omdat het een integrerend deel is van het planetaire “Rimland”, versterkt door het maritieme wereldsysteem en de eenheid van de oceanen. Het Euraziatische grensgebied wordt gedomineerd door maritieme mogelijkheden, waterregimes en oceaanhandel.

Voor de Europese staten aan de Atlantische rand wordt het dominante “geopolitieke paradigma” na het einde van de jaren negentig Eurazië in plaats van Europa, dat het centrale toneel van het Oost-West-conflict was. Zo verschuift de oude geografische spil van de wereld van Halford J. Mackinder naar de “spil van de zeeën”, het inter-oceanische “sealand” van de Indische Oceaan.

Onder deze nieuwe omstandigheden verliest het uitbreidingsbeleid van de EU als stabiliseringsbeleid in de marge van het Euraziatisch schiereiland zijn relevantie en toont het zijn historische hachelijkheid. Het verliest zijn oorspronkelijke betekenis, die gebaseerd was op een perspectief van integratie van Oost-Europa en Rusland. Het beleid van uitbreiding met nieuwe landen legt, als wet van het politieke bestuur, een beperkte kern van politieke leiding op en het afzien van elk beleid van machtsverdunning.
Vanuit dit oogpunt moeten permanente allianties, geprivilegieerde partnerschappen en ad hoc coalities worden aangenomen. Deze geopolitieke keuzes benadrukken de institutionele en politieke kwetsbaarheid van de Europese constructie. De geografische constanten en de erfenissen van de geschiedenis leggen de federaties in wording immers de verplichting op een sterke macht te hebben, op straffe van ontbinding. De EU moet opeenvolgende verwateringen aan de buitengrenzen van het continent vermijden, omdat zij de onevenwichtigheden die daaruit intern voortvloeien, moet tegengaan. Het her-conceptualiseren van de structurerende paradigma’s van het huidige internationale systeem is een kwestie van politieke luciditeit, strategische intuïtie en historisch perspectief.

Wat Turkije betreft, komt de benadering van het “geprivilegieerd partnerschap” dus voort uit realistische overwegingen, uit een streven naar autonomie en naar convergentie van belangen. De geopolitieke roeping van Turkije is continentaal en bestaat erin zijn verleden te doen herleven. Haar hoofddoel blijft een beleid van stabilisatie rond de Zwarte Zee, de zuidelijke Kaukasus, de Kaspische Zee en Centraal-Azië, in overleg met de Europese Unie. Anderzijds maakt de mondiale aanpak van Europa deel uit van een drieledig perspectief: intercontinentaal, oceanisch en identiteit:

– Het intercontinentale perspectief omvat de Euraziatische ruimte en de Afrikaanse dimensie;

– Het inter-oceanische perspectief wordt bepaald door een netwerk van bases, aanloophavens en belangrijke maritieme punten, die voortvloeien uit overeenkomsten met landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen), waardoor Europa, een voormalige koloniale mogendheid, een mondiale geostrategische speler wordt;

– Het perspectief van de identiteit focust op het onderscheid tussen Europa en Amerika en dus op de politieke en culturele definitie van twee Occidenten, een Europees Occident en een Amerikaans Occident.

Een nieuwe invulling van het uitbreidings- en grensbeleid betekent echter in de eerste plaats dat de structurerende paradigma’s van de internationale orde opnieuw moeten worden geformuleerd, hetgeen impliceert dat de strategische spil van de planeet en de actor of actoren die om de controle daarvan wedijveren, moeten worden geïdentificeerd. Deze herconfiguratie maakt het mogelijk de beslissende regio’s van de wereldrivaliteit te bepalen en, daarbuiten, de grote vraagstukken die de beslissende confrontaties van de mensheid hebben gekenmerkt. In de 21e eeuw zal de beslissende strijd om de hegemonie en het wereldleiderschap worden uitgevochten in Eurazië, tussen de externe macht van het geopolitieke hart van de wereld en de hoofdrolspeler van de dominante continentale massa. Het zal zich afspelen op het marginale front van de continenten (subcontinentale en schiereilandfronten) en dus op de kusten, de kustwateren en de intercontinentale zeeroutes van het mondiale “Rimland”. Daarom zal Europa, om een unitaire strategie in de wereld te bepalen, voorrang moeten geven aan de interoceanische benadering (Atlantische Oceaan, Stille Oceaan en Indische Oceaan) en het project voor een Unie van de landen rond de Middellandse Zee, het Nabije en Midden-Oosten en de Golf, in een continentaal perspectief moeten plaatsen (Zwarte Zee, Zuid-Kaukasus en Centraal-Azië) Turkije en de Iraanse hoogvlakte maken deel uit van dit tweede, hoofdzakelijk continentale, perspectief. Voor West-Europa en Turkije zal de beslissende geopolitieke keuze worden gemaakt door de keuze die eerstgenoemde zal maken met betrekking tot zijn historische relatie met de Russische Federatie. Deze keuze op lange termijn is historisch en zal grotendeels worden bepaald door drie hoofdrolspelers: Duitsland, de Verenigde Staten en China.

In de westelijke periferie van de omwentelingen op het Euraziatische schaakbord spelen Europa en Turkije politiek met hun geografie. Turkije vergroot zijn invloed naar de landen van Centraal-Azië en naar de Golf en oefent een machtsevenwicht uit tussen Rusland, de spil van Eurazië, en de Indische Oceaan, het hart van de oceanische massa’s. In de Kaukasus beïnvloedt het de indamming van Rusland en Iran. In het Middellandse-Zeegebied en de Golf zit het ingeklemd tussen Israël en Egypte, dat zijn banden met Moskou heeft vernieuwd. In dezelfde regio zijn de Koerden, bondgenoten van Israël, bezig met een militaire doorbraak in de richting van de oliebronnen en het terugdringen van de vuurzee van het Kalifaat en de Islamitische Staat, die zich aan zijn deuren uitbreidt.

Terwijl de bipolariteit Europa tot het westelijk deel van het continent had beperkt, geeft de nieuwe fase van de geschiedenis Europa zijn verre verleden en verscheidenheid terug. De uitbreiding van de EU en haar vooruitzichten stellen haar in staat het op te nemen tegen de Euraziatische landmogendheden door de omvang van haar machtsprojectie die gerechtvaardigd wordt door haar zeemacht en haar macht op het schiereiland. Deze projectie wordt mogelijk gemaakt door de toegang tot de kustgebieden van de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en de Kaspische Zee, en tot de Golf, de Indische Oceaan en Zuid-Azië. In het overzicht en op het Euraziatische schaakbord is Europa een onvolledige en onvolmaakte speler, terwijl de Verenigde Staten een wereldarbiter, een belangrijke geopolitieke spil en een dominante speler is.

De grenzen van Europa en de absorptiecapaciteit van de EU

De “buitengrenzen” van Europa zijn een actueel thema en een institutionele kwestie geworden sinds de Raad op 17 december 2004 heeft besloten toetredingsonderhandelingen met Turkije te openen.
De vrees voor een Unie die geen grenzen meer kent, noch naar het oosten noch naar het zuidoosten van het continent, noopt tot het vaststellen van een algemeen ordenend kader voor de externe betrekkingen van de EU. Het gaat dus om twee problematische dimensies, de ene van institutionele aard en de andere van veiligheidsaard.

– Het eerste houdt verband met de “opnamecapaciteiten” van de Europese Unie, en betreft het gewicht en het institutionele evenwicht binnen de Raad van Ministers van de Unie, maar ook de begrotingscapaciteiten en het solidariteits- en cohesiebeleid.
– Het tweede heeft betrekking op de nabijheid van de Westelijke Balkan, een gebied met grote politieke instabiliteit en een groot conflictpotentieel, en de aanwezigheid van hulpbronnen en territoriale aanspraken, die latente of bevroren crises aanwakkeren.

De reorganisatie van de actieve partnerschappen van de landen van Zuid- en Zuidoost-Europa vormt de basis voor de lancering door de EU van een “Stabiliteitspact voor de zuidelijke Kaukasus en de Zwarte Zee in ruimere zin” als ordenend concept en geopolitiek kader voor de heroriëntatie van de regionale veiligheid.

Een betere toegang tot de energiebronnen van Centraal-Azië zal dus van invloed zijn op de wind van liberalisering en politiek pluralisme in de ex-Sovjetlanden. In de logica van hun welbegrepen belangen zou dit de terugkeer van Europa moeten bevorderen in het “grote spel” dat in Centraal-Azië en aan de grens van de “Euraziatische Balkan ” wordt gespeeld door de Verenigde Staten, China, Pakistan en India.

Deze heroriëntatie van het uitbreidingsproces brengt een transformatie van de strategische vergelijking met zich mee, van de Kaukasus naar Centraal-Azië en van het Heartland naar de Perzische Golf, met inbegrip van Turkije.

Projectie van de EU ten aanzien van de Kaukasus en Centraal-Azië

De projectie van de Europese Unie en Turkije in de richting van de Kaukasus en Centraal-Azië zou kunnen beantwoorden aan een reeks doelstellingen :

– de grenzen van de EU, en dus van de ontvankelijke toetredingsaanvragen, vaststellen ;
– van Europa een invloedrijke partner maken in een geherdefinieerd wereldbeleid ;
– dialoog en planning aanmoedigen door de uitdagingen aan te geven die gezamenlijk moeten worden aangegaan (verslechtering van het milieu, overbevolking, fanatisme, pandemieën, natuurrampen) ;
– een agenda voor planetaire veiligheid voor de 21e eeuw vaststellen,

De Europese Unie, de Verenigde Staten en Turkije

Het gemeenschappelijke doel van de EU en de VS in de wereld is het beheer van een beheersbaar systeem en een structuur van geopolitieke samenwerking die zich verzet tegen anarchie – waarvoor nauwe samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid vereist zijn. Buiten de Euro-Atlantische regio, die haar geografische grenzen vindt in de patronen van de Russische geopolitiek die in de 18e eeuw tot stand zijn gekomen, laten de ongelijkheid en het pluralisme van belangen en waarden niet de intieme combinatie van coöperatief leiderschap en democratische hegemonie toe die kenmerkend is voor het Euro-Atlantische gebied.

Deze overwegingen verklaren waarom het verzoek van Turkije om toetreding tot de EU niet ontvankelijk is. Turkije hoort buiten deze continentale lijn thuis, die het land een buitenlands en veiligheidsbeleid oplegt dat wordt gedicteerd door zijn positie als kruispunt op het kruispunt van drie continenten.

De geopolitiek van het Turkse plateau, gedicteerd door zijn functie als Euraziatisch knooppunt, sluit een gemeenschappelijke strategische visie voor Europa uit, maar rechtvaardigt een “geprivilegieerd partnerschap” van uiteenlopende inhoud en vorm.

Turkije tussen integratie en conflict

Turkije bevindt zich halverwege tussen twee ruimten van relatieve integratie en pacificatie, eigen aan West-Europa, en van aanspraken op autonomie en onafhankelijkheid, begrensd door het Midden-Oosten en het Nabije Oosten, de Golf en het oostelijk Middellandse-Zeegebied.

De geopolitiek suggereert een Euraziatische strategie voor Turkije, geworteld in zijn geschiedenis.

In plaats daarvan wordt West-Europa onder druk gezet om als een schiereiland van de landmassa een mondiale strategie van machtsprojectie te ontwerpen.

Kan er in deze antinomie een gemeenschappelijke toekomst tussen de EU en Turkije bestaan die de determinismen van de geografie en de crisis van de bilaterale onderhandelingen, sinds de aanvaarding van de status van kandidaat voor toetreding in 1999, overstijgt? Op welke binnenlandse en internationale beleidskwesties kunnen zij hun gemeenschappelijke doelstellingen toespitsen? Over welke opvattingen van veiligheid, regionaal en mondiaal, en over welke kwetsbaarheden en uitdagingen? Is er een duidelijke convergentie in termen van politiek regime, of zelfs in termen van groei en economisch herstel, waarover de twee belangrijkste Europese landen, Frankrijk en Duitsland, van mening verschillen?

De strategische ambiguïteit van de EU

De Europese dubbelzinnigheden die inherent zijn aan de “grenzen” van Europa, zorgen voor spanningen tussen de EU en Rusland, wat de landen van het Oostelijk Partnerschap betreft, en tussen de EU en Turkije, wat het zuidoosten van het continent betreft. Deze dubbelzinnigheden stellen ons voor een eerste probleem, namelijk of de Verenigde Staten, Rusland en China bereid zijn om de rol van Europa als partner te erkennen. Het spreekt vanzelf dat Europa, om als een dergelijke rol te worden erkend, de demografische en economische vitaliteit die het ontbeert, zou moeten herwinnen en zich de middelen, ook militaire, zou moeten verschaffen om zijn ambities te verwezenlijken (en niet te vergeten het beroemde telefoonnummer dat de heer Kissinger heeft verzocht!)

De tweede vraag is of Europa in de toekomst een eigen politieke en militaire identiteit zal hebben, voordat verdere uitbreidingen het politieke zwaartepunt van Europa ontwrichten.

Tenslotte zal moeten blijken of de EU in staat zal zijn tegemoet te komen aan de Franse opvattingen over de verdeling van de macht binnen de transatlantische instellingen dan wel, omgekeerd, of zij zal buigen voor het Duitse leiderschap, gesteund door de Verenigde Staten.

De regionale gevolgen van de Oekraïense crisis

Het continentale getouwtrek over de uitkomsten van de Oekraïense crisis, de rol van Duitsland als belangrijke onderhandelaar tegenover Rusland, en de uiteindelijke aanwezigheid van de Verenigde Staten op het continent, in de Zwarte Zee en in de Kaspische Zee, beïnvloeden de aard van de betrekkingen tussen de EU en Turkije.

De nieuwe centraliteit van Duitsland in Europa na de ineenstorting van de bipolariteit vereist niet langer dat het het historische bolwerk tegen het Oosten is, dat het tijdens de lange middeleeuwse periode heeft uitgeoefend en tot 1945 heeft volgehouden, een rol die het de gezamenlijke functie van schepper van orde en hegemoon op het continent heeft gegeven.

Zoals Henry Kissinger, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de VS, onlangs zei: “Duitsland moet meer verantwoordelijkheid op zich nemen” in mondiale aangelegenheden.2 Het laat zich gelden op het diplomatieke toneel en wordt de sleutel tot de toetreding van de landen van de westelijke Balkan tot de Unie (Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Macedonië, Montenegro, Servië), waarbij het ook optreedt als bemiddelaar tussen V. Poetin en P. Porosjenko.

De Oekraïense crisis werpt dus het probleem op van het continentale evenwicht met Rusland en dus van de verschillende perspectieven van het Europees-Russische evenwicht, in het licht van de twee nationale lezingen van de Europese strategie, de Franse en de Duitse.

De toetreding van Turkije tot de EU zou namelijk niet alleen de Frans-Duitse betrekkingen in Europa, maar ook de Frans-Duits-Russische bilaterale betrekkingen verstoren, hetgeen rechtstreeks van invloed zou zijn op de Europese ambities in hun geheel, d.w.z. het Unieproject als een continentaal politiek ontwerp.

Het Europese project en de externe spanningen

Bovendien heeft het Europese project, hoewel ondersteund door zijn eigen historische en politieke dynamiek, te kampen met drie externe spanningen: een van Rusland, een tweede van Amerika en een derde van het Midden-Oosten, de Golf en het Middellandse-Zeegebied. Europa kan niet tot stand worden gebracht onder de exclusieve auspiciën van Duitsland, noch op basis van vijandigheid of een nieuwe coalitie tegen Duitsland, omdat deze dilemma’s de Verenigde Staten voor moeilijke keuzes zouden stellen en de ambities van Frankrijk met betrekking tot de specificiteit van zijn internationale rol zouden ondermijnen.

Turkije, de “Russische kwestie” en het strategisch onevenwicht in het zuidoosten van het continent

Zo hebben de crisis in Oekraïne en de annexatie van de Krim de “Russische kwestie” (voorheen de “oostelijke kwestie” genoemd) weer op de agenda gezet, en daarmee de controle over de Zwarte Zee en de Bosporus, kortom de rol van Turkije en de antinomiaanse rol van de Verenigde Staten aan de westelijke toegangspoort tot Eurazië, waar het lot van de wereld op het spel staat.

De destabilisatie van Oekraïne is een geopolitieke verstoring waarvan de repercussies in het oostelijke Middellandse-Zeegebied weldra voelbaar zullen zijn.

Het zou riskant en zelfs onjuist zijn te beweren dat de EU als post-nationale entiteit een nieuw evenwicht zou kunnen vinden met de toetreding van Turkije en een daaruit voortvloeiende betrokkenheid bij het turbulente gebied van het Nabije en Midden-Oosten en de Golf.

Europa, Turkije, Rusland, de Verenigde Staten en Eurazië

Sinds de val van de Sovjet-Unie wordt er een delicaat spel gespeeld tussen Europa, de Verenigde Staten en Rusland, om de controle over Eurazië. Bij dit spel zijn zowel regionale spilspelers zoals Oekraïne, Azerbeidzjan, Turkije en Iran betrokken, als grote geostrategische spelers: Rusland, India, Japan en Indonesië.

De rol van scheidsrechter in dit “spel” wordt gespeeld door de Verenigde Staten, een externe macht op het grote schaakbord van Eurazië, die trachten de invloed van Rusland te verminderen door een as Tasjkent-Bakoe, Tiblisi-Kiev en een energiecorridor Bakoe-Ceyhan tot stand te brengen die de uitvoer van koolwaterstoffen uit de Kaspische Zee mogelijk maakt, door doorvoer door Rusland te vermijden.

Het beleid van de EU ten aanzien van de toetredingsaanvraag van Turkije bestond erin de toetreding van dit land tot de Unie uit te stellen, omdat het door het lidmaatschap een speler zou worden die gelijkwaardig is aan Duitsland wat betreft vertegenwoordiging, besluitvorming en gedeelde soevereiniteit binnen de Europese Raad en het Europees Parlement. Dit zou afbreuk doen aan de diepe logica van de Unie, waarvan het verzoeningsproject de Europese staten betreft en gebaseerd is op een gemeenschap van oorsprong, het christendom en het erfgoed van Rome (rechtsstaat, machtsevenwicht en Augustijnse scheiding van het geestelijke en het politieke), een traditie die later door het Heilige Roomse Germaanse Rijk is overgenomen. Deze toetreding zou een dubbele paradox met zich meebrengen: een niet-Europese staat zou een van de belangrijkste staten van de Unie en de “communitas christiana” worden, een soennitische moslimgemeenschap, islamo-conservatief, zou een fundamentele strategische verandering ten opzichte van de rest van de wereld teweegbrengen.

De toetreding van Turkije tot de EU zou ook de rol van Frankrijk verkleinen en Europa associëren met een samenwerkingspartnerschap met Amerika, waardoor de macht van laatstgenoemde zou worden versterkt bij elke onderneming van invloed en externe overheersing van mondiale aard.

In geopolitieke termen maakt Turkije deel uit van de “Euraziatische Balkan”, met zeer complexe etnische en culturele problemen. Deze problemen zijn verergerd in Oekraïne, Syrië, Iran, de Golf, Afghanistan en Centraal-Azië, met als doel Rusland te verzwakken, door een beleid van roll back en binnen de Europese Unie door het ontbreken van een duidelijke internationale strategie. Deze verzwakking van de EU blijft zonder onmiddellijke oplossing in de regio die zich uitstrekt van Georgië tot Moldavië, Transnistrië en Roemenië, en wordt toegevoegd als een strategische en financiële rem op de toetreding van de Turkse Republiek. Op zijn drempel vormt de mogelijke staat Koerdistan een gevaar voor de politieke stabiliteit van de islamo-conservatieve regering en voor de Turkse nationale samenhang. De opening naar de Arabische staten, na de diplomatieke “breuk” van de minister van Buitenlandse Zaken, A. Davutoglu, en samengevat door de formule “nul vijand” (2000) heeft het vroegere nationalistische beleid omgegooid.

Onder deze omstandigheden kunnen de omwentelingen in het buitenlands beleid van Turkije niet worden gezien als elementen van regionale stabilisatie, die bijzonder noodzakelijk is na de Arabische opstanden en de wending die deze hebben genomen in Syrië, Irak en Egypte.

De Turkse leiders hebben zich geen rekenschap gegeven van de veranderingen die zich in de wereld hebben voorgedaan en met name in het Grote Midden-Oosten, de Golf, het Middellandse-Zeegebied en in Afrika ten zuiden van de Sahara. Het is niet langer de postkoloniale, zwakke, kwetsbare of falende natiestaat die de regulerende structuur blijft van ongelijksoortige sociale groeperingen, maar de geradicaliseerde religies en het obscurantistische geweld van kleine premoderne samenlevingen, jihadistisch of oorlogszuchtig, die hun soevereiniteit doen gelden via het kalifaat, nihilisme en chaos. In deze omstandigheden hebben de Turkse leiders geleerd dat er geen betrouwbare, geïdentificeerde en legitieme gesprekspartners meer zijn om mee te onderhandelen.

De Verenigde Staten en het grote schaakbord

De Verenigde Staten, die als overwinnaars uit de Koude Oorlog tevoorschijn zijn gekomen, hebben steeds minder controle over:

– een internationaal systeem dat niet alleen multipolair maar ook polycentrisch is geworden

– wetteloze gebieden.

Zij moeten hun NAVO-bondgenoten geruststellen om de twijfels weg te nemen over de neergang en het onvermogen van president Obama om de rol van leider van het Westen te spelen. De uitoefening van deze nieuwe versie van het Imperium, gedetritorialiseerd en genetwerkt, moet echter worden ingezet in de fysieke ruimte en om mensen te besturen, volgens de politieke regimes die overeenkomen met hun oude tradities, die vreemd zijn aan het idee van Europa en aan die van Staat en democratie.

De eerste tegenstrijdigheid van het wereldbestuur is dus dat het niet kan worden uitgeoefend binnen het kader van de representatieve democratie of met respect voor de overtuigingen van religieuze minderheden en dus binnen de vormen van het westerse secularisme. De verwerping van de augustijnse scheiding van het wereldlijke en het geestelijke domein, die door het jihadistisch fundamentalisme wordt gehaat en bestreden, legt immers afvalligheid en trouw aan één enkele godheid op, ten koste van slachtpartijen en barbaarsheden uit een ander tijdperk, en dus blinde gehoorzaamheid aan één enkel regime: dat van het kalifaat, dat de moderne Staat, die is voortgekomen uit het Verdrag van Westfalen (1648), de-institutionaliseert.

De drie opties voor het buitenlands beleid van de EU en Turkije

Als, zoals Z. Brzezinski in Het grote schaakbord: “De Europese eenwording steeds meer lijkt op een van buitenaf opgelegd proces en niet een ideaal waarin men gelooft”, en als de Europese gedachte is overgenomen door een log bureaucratisch apparaat dat ver afstaat van de steun van het volk, zodat de Europese Unie de indruk wekt van een conglomeraat van samenlevingen die worden getroffen door een chronische sociale malaise, welke impuls kan Turkije dan nog geven aan een organisme dat zijn interne dynamiek heeft verloren?

Met de val van het Sovjet-imperium in de jaren negentig heeft Turkije, dat een van de belangrijkste geopolitieke scharnierpunten van Eurazië is en over troeven beschikt die de door de geografie nagelaten voorwaarden te overstijgen, getracht zijn nationale identiteit en cohesie opnieuw te definiëren.

Een van de drie opties die de heersende klasse werden geboden:

– toetreding tot de Europese Unie, met als doel een seculiere en moderne westerse staat te worden, in navolging van de erfenis van Atatürk;

– de gematigde islamistische oriëntatie, die een verzoening tussen islam en democratie voorstaat en als correlaat de opening naar de andere Arabische landen van de regio heeft als doel een zone van stabiliteit in de regio te creëren. Deze “nul-vijand”-optie (van Davutoglu 2000) heeft geleid tot een strategische breuk, die de vorm aanneemt van steun aan de islamistische oppositie tegen Bashar Al-Assad, gesteund door Rusland en Iran, en die de ambities van regionale stabiliteit, die door de opeenvolgende crisissen van de Arabische landen is geschaad, tenietdoet;

– neo-nationalisme, ingegeven door de grote Ottomaanse geschiedenis, waardoor hij een nieuwe missie ontdekte ten aanzien van de Turkssprekende en moslimvolkeren van de Kaspische Zee en Centraal-Azië.

Deze drie oriëntaties, met uiteenlopende strategische assen, hebben een reeks onzekerheden in het buitenlands beleid van Turkije gebracht. In feite hebben zij het verzand:
– in de etnische en religieuze conflicten die de regio ondermijnen, de moeilijkheden vergroten en de uittocht van de Koerdisch-Turkse bevolking (d.w.z. 20% van de bevolking in het oosten van het land) uitlokken. Deze laatsten eisen nationale onafhankelijkheid in een strijd waarbij zij aan de zijde staan van de Iraakse en Syrische Koerden.


– in contraproductieve avonturen in het Middellandse-Zeegebied, met de episode van het flottielje van pro-Palestijnse activisten dat naar Gaza werd gezonden met als doel de Israëlische blokkade te doorbreken, met als gevolg dat Israël dichter bij de Koerden, Griekenland en Cyprus kwam te staan
in de weigering om te helpen bij de oplossing van het bevroren conflict met Azerbeidzjan, waardoor Armenië zich aansloot bij het Euraziatische project van Moskou.

In een snel veranderende internationale context heeft de vijandigheid van Iran tegenover de Verenigde Staten en het Westen Teheran ertoe aangezet een inschikkelijker beleid te gaan voeren tegenover het Kremlin, een andere historische tegenstander, terwijl het buitenlands beleid van Turkije, als potentiële leider van een onnauwkeurige en slecht gedefinieerde Euraziatisch-Turkstalige gemeenschap, zich heeft gericht op Centraal-Azië.

Voorstellen voor een “geprivilegieerd partnerschap” tussen de EU en Turkije

Het idee van een “geprivilegieerd partnerschap” als weloverwogen strategische overeenkomst tussen de EU en Turkije is gebaseerd op een reeks duidelijke feiten die uitgaan van nieuwe paradigma’s:

– Eurazië in plaats van Europa

– internationale anarchie in plaats van integratie

– definitie van vitale belangen en dus van een veiligheids- en defensiebeleid in plaats van de ideologisering van waarden (democratie en mensenrechten)

– waarschijnlijke verschuiving van een “logica van permanente” onderhandelingen tussen Europese staten naar een fase van concurrentiële evenwichten of ieder voor zich.

Indien de voornaamste taak van de EU de uitgebreide ontwikkeling van de internationale stabiliteit was, die het conceptuele kader vormt van de integratie van het continent, dan stelt de uitbreiding van deze verantwoordelijkheid in de regio van de Turkse hoogvlakte, de zuidelijke Kaukasus en de Grote Zwarte Zee haar in staat een niveau van politieke verantwoordelijkheid te bereiken dat verder gaat dan de regionale sfeer en de stabiliteit in de wereld bereikt.

In het bijzonder beschikt geen van de belangrijkste regionale partners in het doelgebied over de middelen of de strategische consensus om aanspraak te maken op regionale superioriteit.

Het aangaan van geprivilegieerde en actieve partnerschappen met landen die hebben gekozen voor het regime dat hun roeping tot politieke verandering en internationale openheid het best waarborgt, is de enige oplossing die verenigbaar is met de instandhouding van het Europese project en het behoud van zijn boodschap. Het is vanuit dit perspectief, dat de EU en Turkije gemeen hebben, en niet vanuit een gevaarlijke verwatering van Europa, dat een strategische overeenkomst tot stand kan worden gebracht.

Op het niveau van het internationale systeem vereisen het beheer van de externe betrekkingen en het omkeren van situaties dat de EU beschikt over een sterke politieke persoonlijkheid, een doeltreffende besluitvormingsstructuur en “externe grenzen” die geen bron van misvattingen blijven. Dit vereist een realistische visie op de wereld, want het naast elkaar bestaan van vrede en oorlog is altijd immanent, de dialectiek van tegenstellingen is altijd aan het werk en het besef van de heterogeniteit van de wereld is altijd aanwezig, om te bewijzen dat individuen en volkeren niet gehoorzamen aan dezelfde opvattingen over rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid, over democratie en vrijheid, en dat de diversiteit van politieke regimes en sociale lichamen verschillende soorten ongelijkheden, vijandschappen en conflicten genereert, en daarmee genociden en oorlogen.

Vertaling: OvM

Oorspronkelijke tekst: http://www.ieri.be/en/publications/wp/2021/avril/quo-vadis-erdogan-quo-vadis-turquie

Voetnoten

1 De “Euraziatische Balkan” is, volgens Brzezinski, een etnisch mozaïek, het hart van een uitgestrekte “zone van onbezette macht” en interne instabiliteit. Het gaat om negen landen: Kazachstan, Kirgizstan, Tadzjikistan, Oezbekistan, Turkmenistan, Azerbeidzjan, Armenië, Georgië en Afghanistan. Turkije en Iran kunnen worden opgenomen (zie bijgevoegde kaart).

2 Uittreksel uit de krant Le Monde van 26 augustus 2014



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , , ,