1900: de geboorte van het Amerikaans imperialisme

Emanuel Pietrobon (2021)

Kunnen de Verenigde Staten beschouwd worden als een imperium? Deze vraag verscheurt de wereld van de politieke wetenschappen sinds het tijdperk van de Koude Oorlog en de politieke realiteit sinds het tijdperk van de westwaartse en zuidwaartse expansiedrift in naam van “Manifest Destiny” en de Monroe Doctrine.

Politicologen en politici blijven het oneens over de beste definitie van de Verenigde Staten, maar over één punt zijn zij het eens: deze natie kan niet toegeven dat zij een imperium is, vanwege de inherent negatieve waarde van de term, want dit zou neerkomen op toegeven dat de idealen van de generatie van George Washington zijn verraden en dat het nieuwe beloofde land de imperialistische forma mentis heeft geïnternaliseerd waartegen het streed.

In werkelijkheid doet het feit dat het debat nog loopt en nog lang niet is afgelopen niet ter zake, want de cijfers van het buitenlands beleid van de VS zeggen meer dan 100 boeken, meningen en theorieën: 800 militaire bases aanwezig in 80 landen, 200.000 soldaten ingezet in de wereld – een derde daarvan in het Midden-Oosten -, 64 biljoen dollar uitgegeven aan militaire interventies en oorlogen in het Midden-Oosten en Azië sinds 11 september 2001, op zijn minst 81 ondubbelzinnige inmengingen in verkiezingen van 1946 tot 2000, 72 mislukte regimewissels tijdens de Koude Oorlog (en evenveel successen), en in het 223-jarige bestaan, 208 missies of aanwezigheid in het buitenland in het kader van in oorlogen, multinationale missies, het omverwerpen van vijandige regeringen en/of het onderdrukken van revoluties.

Met feiten en cijfers gestaafd, kunnen de Verenigde Staten terecht worden gecategoriseerd als een zogenaamd informeel imperium, een imperiale entiteit die de voorkeur geeft aan protectoraten boven koloniën en de controle over haar domeinen handhaaft door openlijk en heimelijk interventionisme, economische (en politieke) interdependentie tussen het centrum en de periferie, en instrumenta regni zoals entertainment (Hollywood) en religie (evangelisch protestantisme).

Het eeuwige dilemma van het imperium heeft echter nog één element nodig om definitief te worden opgelost: een datum. Kortom, wanneer vond de transformatie van de Verenigde Staten naar een imperium plaats? Het antwoord kan verrassend overkomen: tijdens de presidentsverkiezingen van 1900.

De geboorte van het imperium

De Verenigde Staten zijn geen imperium geworden met pogingen om de Monroe-doctrine in praktijk te brengen, en zelfs niet als gevolg van de vertaling van het “Manifest Destiny” in het westelijk deel van de Stille Oceaan of als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, maar als gevolg van hun ingrijpen in de Cubaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Filipijnse Revolutie.

We schrijven 1900: twee jaar zijn verstreken sinds de oorlog tussen Washington en Madrid om de controle over Havana, en de kiezers moeten kiezen tussen de Democraat William Jennings Bryan en de zittende Republikein William McKinley. Niet de binnenlandse economische situatie, maar het buitenlands beleid zal centraal staan in de platforms van beide politici en zal de Amerikaanse publieke opinie polariseren.

McKinley was een voorstander van buitenlandse interventie, altijd en overal, en een aanhanger van het kolonialisme – de oproep om te gaan stemmen vond plaats tegen de achtergrond van de Amerikaanse pogingen om de Filipijnen in te lijven na ze van het decadente Spaanse Rijk te hebben afgepakt – terwijl Bryan een berouwvolle oorlogsstoker was, bekeerd het anti-imperialisme. Kortom, het Amerikaanse volk zou dat jaar niet kiezen tussen Democraten en Republikeinen, maar tussen Amerika als experiment of als lotsbestemming of, om Bryan te parafraseren, tussen Amerika als democratie of als plutocratie.

Bryan’s toespraak

Bryan zal het onmogelijke proberen: de ogen te openen van een publiek dat bedwelmd is door het Cuba-effect en euforisch bij het idee dat de Verenigde Staten op het punt staan een bicontinentale macht te worden, door uit te leggen dat de gewone burger geen dollar zal verdienen aan deze verworvenheden, maar dat anderen zwaar zullen lijden onder dit militarisme.

Bryans gedachtegoed werd prachtig verwoord in een toespraak in Indianapolis op 8 augustus 1900, die de geschiedenis is ingegaan als Imperialisme: Vlag van een Imperium. Het Imperialisme, dat op een zodanige wijze is getranscribeerd dat het aan het nageslacht kan worden overgedragen, vormt een mijlpaal in de politiek-culturele geschiedenis van de Verenigde Staten van het begin van de 20e eeuw en de pijler van de Noordamerikaanse anti-imperialistische beweging.

De toespraak opent met een lange beschuldiging aan het adres van de Republikeinse Partij, die er door Bryan van wordt beschuldigd de longa manus te zijn van plutocratische kringen onder de controle van “aanbidders van Mammon” die louter geïnteresseerd zijn in geld en onverschillig staan tegenover de noden van de gewone man. Volgens Bryan maakten de Republikeinen van politiek een middel en van rijkdom een doel, wat resulteerde in wetgeving die “geld tot meester maakte en mensen tot lijfeigenen”.

De door McKinley gesteunde oorlogen dragen niet bij tot het welzijn van het Amerikaanse volk, want zij dienen de verrijking van enkelen, evenmin als de kolonisatie van de Filippijnen het nationale belang dient. Volgens Bryan moeten de Filippino’s worden bevrijd, niet onderworpen, en hebben de Republikeinen niet het recht de oorlog op frauduleuze wijze te vullen met religieuze boventonen om in de gunst te komen van de meer naïeve gelovigen.

Want “veroveringsoorlogen laten een erfenis na van eeuwige haat”, een gevoel dat in strijd is met het goddelijke plan voor de mensen, wier harten “door God zelf met een liefde voor de vrijheid” werden vervuld en die niet werden geschapen om slaaf te zijn “van een vreemde meester”. De christelijke kiezers hadden, in het licht van het valse messianisme van McKinley, eraan herinnerd moeten worden dat “liefde, en niet geweld, het wapen van de Nazarener was; dat hij het hart van de mens bereikte door zich op te offeren voor zijn medemens, niet door hem uit te buiten”.

Maar agressie- en veroveringsoorlogen zouden volgens Bryan ook om een andere reden schadelijk zijn: de corruptie van de mensen die ze steunen en van de natie in haar geheel. Kortom, de Verenigde Staten, die gewend waren zich te mengen in de buitenlandse aangelegenheden van anderen, onder het mom van de strijd tegen het imperialisme om op hun beurt het imperialisme te bestendigen, liepen het gevaar een verderfelijke verslaving aan oorlogszucht te ontwikkelen en een “militair establishment” te creëren.

De Democratische kandidaat verwees uitvoerig naar de gedachte van Abraham Lincoln, die hij verschillende malen aanhaalde, en probeerde de menigte uit te leggen dat “de veiligheid van deze natie niet ligt in haar marine, haar leger of haar vestingen, maar in die geest die vrijheid waardeert als het erfgoed van mensen overal, in alle landen” en dat deze geest zou worden gedood “door het planten van de zaden van despotisme aan de poorten van de V.S.”

Bryan verwierp echter niet de stelling van Jefferson over de plicht van de Verenigde Staten om vrijheid over de hele wereld te verspreiden, want hij was diep overtuigd van het unieke karakter van de “onmisbare natie”, maar hij maakte niet de Republikeinse fout door “expansie met imperialisme” te verwarren, d.w.z. de verspreiding van waarden met de annexatie van hele gebieden.

Tenslotte hadden de Amerikanen zich niet moeten laten verleiden door de fascinatie van de grootsheid, want “het imperialisme zal winstgevend zijn voor de wapenfabrikanten, het zal winstgevend zijn voor de reders die soldaten levend naar de Filippijnen brengen en ze dood weer thuisbrengen, het zal winstgevend zijn voor de grote zakenlieden, en het zal winstgevend zijn voor de officieren wier salarissen hier zullen worden vastgesteld en daar betaald, maar voor de boer, de arbeider, en de grote meerderheid van hen die op andere terreinen werkzaam zijn, zal het uitgaven zonder economische opbrengst en risico’s zonder beloning met zich meebrengen”.

De nasleep van het debat

Bryans beroep op het gezond verstand van de Amerikanen zal in dovemansoren vallen. Zijn (tweede) kandidatuur voor het presidentschap liep uit op een eclatante mislukking: 6 370 932 stemmen (45,52%), het equivalent van 155 kiesmannen en 17 staten, een veel lager resultaat dan in 1896, toen Bryan 6 510 807 stemmen (47,7%) en in totaal 176 kiesmannen en 22 staten had gekregen.

De uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1900: in het rood is de uitslag in het voordeel van McKinley; in het blauw is de uitslag in het voordeel van Bryan.

McKinley’s nadruk op de voordelen van het imperialisme deed zijn aantal stemmen (van 7 112 138 tot 7 228 864), zijn aantal kiesmannen (van 271 tot 292), en zijn zeggenschap over de staten (van 23 tot 28) toenemen in vergelijking met de verkiezing van vier jaar eerder. Op 6 september 1901 werd hij neergeschoten door een anarchistische terrorist, Leon Czolgosz, en overleed na acht dagen in het ziekenhuis.

McKinley’s scepter werd overgenomen door de toenmalige vice-president, Theodore Roosevelt, een vertegenwoordiger van de meer interventionistische vleugel van de Republikeinse Partij, wiens gespierde buitenlandse politiek omgedoopt zou worden tot “big stick diplomacy”. Net als McKinley kreeg ook hij bijval van het publiek en wordt hij nog steeds beschouwd als een van de populairste presidenten in de geschiedenis van de V.S.

Bryan’s lot was heel anders: vergeten door de kiezers, niet zichtbaar in de reguliere pers, en zich distantiërend van de politiek na Woodrow Wilson’s beslissing om de Eerste Wereldoorlog in te gaan, bracht hij de laatste jaren van zijn leven door met het spreken over geloof in kerken en universiteiten, waarbij hij een soort obsessie ontwikkelde voor het debat tussen Darwinisme en creationisme.

Vandaag, honderdeenentwintig jaar na die bitter betwiste verkiezingen, kunnen we in alle eerlijkheid toegeven dat de geschiedenis heeft bewezen dat degenen die McKinley gelijk wilden geven ongelijk hadden: Anno Domini 1900 was de keuze niet tussen Democraten en Republikeinen, maar tussen democratie en plutocratie, vrede en oorlog, vrijheid en imperialisme. Dat jaar zou de stembus een imperium baren.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://it.insideover.com/



Categorieën:Verenigde Staten

Tags: , , , , ,