Een briljant idee: de politieke tegenstander criminaliseren

Philippe-Joseph Salazar (2021)

Gevangenschap en gedwongen ballingschap, dat een gevangenis door verbanning naar desolate landen tussen onbeschaafde mensen is, scherpt de geest en geeft ideeën. Plato, gevangen in Sicilië, bedenkt een ideale stad, de Republiek. Ovidius schreef zijn mooiste gedichten aan de afschuwelijke, door kannibalen bevolkte kust van de Zwarte Ze,. Zelfs Hugo, weliswaar miljonair, raast vanuit Guernsey. Maar dichter bij ons, en dichter bij de politiek, want hij was waarschijnlijk de origineelste, de erudietste en de meest met de publieke zaak verbonden theoreticus van het politieke recht sinds Grotius in de 17e eeuw: Carl Schmitt (1888-1985). Een lid van de Nazi-partij en een academische hoogwaardigheidsbekleder, zoals Martin Heidegger. Deze laatste werd na de oorlog door de Franse bezetters met vriendelijkheid bejegend. Schmitt had pech enviel in handen van de Amrikanen in Berlijn.

Carl Schmitt wordt door de zegevierende Amerikanen na de “invasie” van Normandië (invasion in het Engels, niet onze pijnloze “landing”) opgesloten en ondervraagd door een Duitse pedagogieprofessor die hij met enige ironie Meester noemt. Vanwaar deze keuze?

De Amerikanen zijn gewiekste technici, die zelfs op het gebied van ideeën geloven in Fordisme, in de  lopende band. Dus, dacht de militaire regering, aangezien Schmitt professor is, moeten we een andere professor vragen die de hefboom van het mechanisme in handen heeft en de werking van de machine begrijpt: onderwijs. Want de Herr Professor in kwestie, die belast is met de ondervraging, heeft een empirische classificatie van menselijke types ontwikkeld, het soort etikettering dat de militaire en inlichtingendiensten zeer behaagt, omdat het hen in staat stelt verslagen te maken die intelligent klinken. Ook pedagogieprofessoren weten zich vaak door alle crisissen heen te slaan, omdat zij niets onderwijzen en dus alles weten, en dus altijd ideeën hebben over hoe alles onderwezen moet worden zonder te weten wat kennis is. Maar juist de leraar in kwestie, die dus ondanks zijn empirische theorieën niets weet, stelt Schmitt deze vraag: “Wie bent u? “

Men kan zich voorstellen dat Schmitt’s blij was met zo’n vraag. Hij schrijft: “Wel, ik kan hem een röntgenfoto geven, zodat ik doorzichtig word.” Het is duidelijk dat de professor van onderwijs een door de Yankees verstrekte vragenlijst toepaste, die begint met een basisvraag, zoals in een rechtszaak of bij het monteren van een machine: geef uw identiteit of wat is het eerste stuk? Stelt u zich het Revolutionaire Tribunaal voor, het Neurenberg van de Revolutie, dat aan Condorcet (†1794) vraagt: “Wie bent u? “Dit is het soort detail waar men zich in het Amerikaanse leger niet druk om maakt. Schmitt antwoordt: “Wie bent u?”. De ondervrager gaat prompt over naar de volgende vraag en Schmitt schrijft onderstaande zinnen neer.

Van Neurenberg tot #metoo

Want dit is het begin een opmerkelijke tekst, buiten gesmokkeld dankzij een jonge Amerikaanse militaire arts uit Boston. Geneeskunde is nog steeds een zeldzaam beroep waar “professor”, bijna een adellijke titel is. Daarbij komt nog het prestige dat de Duitse universiteit sinds de 19de eeuw geniet bij het geschoolde Amerikaanse patriciaat. De eerbied van de jonge arts voor Herr Professor Dr. Schmitt is duidelijk. Het document, quasi op toiletpapier geschreven, draagt een Latijnse titel:  Ex Captivitate Salus, Verlossing uit de gevangenis.

In dit document staat een opvallend idee, een diep politiek idee, in die zin dat het een kadermechanisme is voor de politieke terreur die vandaag de dag hoogtij viert. Ik vertaal vrijelijk deze zin, geschreven in een kerker, met een stukje potlood: “De wederzijdse contaminatie van het juridische en het politieke is een vergif. Zij verscherpt conflicten tot het uiterste door de middelen en methoden van het recht om te zetten in vernietigingsmiddelen en -methoden. De rechters zetelen dan als vijanden. Revolutionaire rechtbanken en volkstribunalen worden niet opgericht om de terreur te doven, maar om haar doeltreffender te maken. Openbare smaad en beschuldigingen, verklaringen dat die-en-die de vijand is van het volk, van de staat of van de mensheid, zijn niet bedoeld om tegenstanders de juridische status van vijand te geven in de zin van een oorlogvoerende partij. Integendeel, het doel van deze acties is hem dit recht te ontzeggen. Het resultaat is zijn radicale rechteloosheid in de naam van de wet. De haat wordt zo absoluut dat zelfs het oude en heilige onderscheid tussen een vijand en een misdadiger oplost in een paroxisme van zelfingenomen arrogantie. Twijfelen wordt verraad. Aandacht schenken aan de argumenten van de tegenstander wordt perfide. Een debat openen is overgaan naar de vijand. “

Moeten we hier een tekening bij maken en 1945 transponeren naar 2021?

Een andere manier om naar Black Lives Matter, #MeToo, maar ook naar het aanvankelijke radicalisme van bijvoorbeeld La France Insoumise te kijken, is de analyse van Schmitt op hierop toe te passen. Deze bewegingen verwarren willens en wetens tegenstander en misdadiger zodanig dat de rechtsstaat voor hen de daad bij het woord voegt, en de wet zich vervolgens met een politieke praktijk bemoeit, door het verbieden of beperken van het recht op vrije meningsuiting. De politieke tegenstander wordt, wettelijk, een crimineel. Rechters moeten de wet handhaven en fungeren daarom als vijanden van degenen die om een bepaalde reden geen kiesrecht hebben. Wat is die reden? Het is eenvoudigweg de openbare bewering van de groep die de macht in handen heeft, dat haar eigen standpunt moreel is en dat van de tegenstander immoreel. Moraliteit wordt het prerogatief van een groep (in het Engels heet dat moral overhang). Maar het actieterrein in kwestie is niet de moraal (die uiteindelijk een religieuze opvatting is) maar de politiek (die geen religieuze opvatting is).

Drie eenvoudige manieren om van politieke tegenstanders af te komen

Schmitt identificeert drie criteria voor de nauwere definitie van wat moreel is in de politiek, waarmee een groep zijn morele suprematie laat gelden over zijn tegenstanders, die van vijanden in misdadigers worden veranderd: het volk, de Staat en de Mensheid. Kortom, hoe men zijn tegenstanders terroriseert in een democratie.

Indien de groep die zich het voorrecht van de moraal toe-eigent doeltreffend wil zijn, moet zij, gelijktijdig of afwisselend, op drie niveaus spelen om datgene wat de grondslag van de democratie vormt, het vrije openbare debat tussen burgers, uit te schakelen.

Het volk erbij betrekken

De groep in die de morele suprematie nastreeft, moet verkondigen dat zijn tegenstander immoreel is, en daarom schadelijk voor de democratie, omdat zijn standpunt, zoals aangevoerd, “het volk” aanvalt. Maar het is nutteloos, en zelfs contraproduktief, om “volk” te definiëren. De retorische truc bestaat er net in om de tegenstander die zich wil verdedigen, de fout te laten begaan om te willen definiëren: “Voor ons is het volk dit of dat”. Zo kan de groep die de morele suprematie nastreeft onmiddellijk antwoorden:

“Zie je, ze verdelen ons, het zijn racisten, sektariërs.” Omdat de tegenstander argumenteert, verdeelt hij en is hij slecht.

De Staat erbij betrekken

De groep die in een positie van morele suprematie zit, kan terugvallen op de structuur van de Staat, kortom, overgaan van de quasi-mystieke niet-definitie van “het volk” naar een symbolische over-definitie: de Staat. En hij verkondigt: “Jullie vallen de Republiek aan.” Het effect is magisch, want wie durft in Frankrijk te roepen “Weg met de Republiek”, vooral op het gebied van politieke rivaliteit tussen erkende partijen of fracties? Niemand. Plotseling wordt de Staat het symbool van de moraal. Het is de buste van Marianne, het is de vlag, het is de Marseillaise, het is het nat ionale voetbalelftal, het zijn de “caring heroes”, kortom, een uitgebreid symbolisch apparaat dat de Staat belichaamt. Wie durft te beweren dat de instellingen van de “Republiek” uit de jaren zestig dateren en het resultaat zijn van politiek gekonkel, kortom dat de staat een verzinsel is, wordt beschuldigd van opruiing. En zelfs radicaal links verschuilt zich achter deze mystiek. De tegenstanders hebben bij voorbaat verloren, in de mate dat zij zelf de symboliek als iets vanzelfsprekends beschouwen.

De Mensheid erbij betrekken

De groep, die moraliseert en vanuit haar moraliserende overhang een oordeel velt over de “smeerlappen” (de term is van Sartre), kan haar toevlucht nemen tot het argument van de Menselijkheid. Als het hanteren van de clichés van het volk en de Staat (of de Republiek) niet werkt, dat wil zeggen, als de moraliserende groep er niet in slaagt de politieke terreur aan te wakkeren en tegenstanders voor de rechter te brengen wegens overtreding van wetten die de vrijheid van meningsuiting beperken (geslacht, ras, groep), dan gaat het naar het volgende niveau: de Menselijkheid. Op dit niveau kan de hypocriete terreur gebruik maken van het gehele arsenaal van het internationale recht, dat in de praktijk ineffectief en willekeurig is (oorlogen, moordpartijen, dictaturen die zitting hebben in de VN-assemblées) als dat het in de juridische praktijk indringend en hoogdravend is: de tegenstander wordt behandeld als een vijand van de mensheid, die ondefinieerbaar blijft omdat elke poging om de definitie te beargumenteren onmiddellijk wordt gepresenteerd als een erkenning van datgene waarvan de tegenstander wordt beschuldigd: onmenselijkheid.

Drie retorische instrumenten voor één reis, naar de gevangenschap. De tegenstander wordt de gevangene van deze drie moraliserende mechanismen die in werking worden gesteld door de groep die de politiek heeft omgevormd tot een vrome moraal. Of hij belandt effectief in de gevangenis. Van tegenstander is hij een vijand geworden en van vijand een misdadiger. De opposant verhuist van een plaats in het openbaar debat naar een situatie waar hij geïntimideerd wordt en belandt in een juridische bankvijs.

Wat vandaag de realiteit is in onze democratieën, werd in 1945 vanuit een Amerikaanse cel zeer nauwkeurig beschreven door een voormalig lid van Hitler’s partij.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://www.polemia.com/mon-opposant-est-un-criminel-une-idee-politique-qui-marche-fort/



Categorieën:Politiek

Tags: , , , , , ,