Geprek met Tomislav Sunic: “Het zal enige tijd vergen voordat onze ideeën vooruitgang boeken, maar we zijn op de goede weg”

Gesprek afgenomen door Andrej Sekulovic – Slovenië (2021)

Dr. Tomislav Sunić is auteur, docent en een van de meest prominente vertegenwoordigers van de nieuw-rechtse denkrichting. Hij werd in 1953 geboren in Zagreb, waar hij afstudeerde in Engels en Frans. Van 1983 tot 1992 verbleef hij als politiek vluchteling in de Verenigde Staten, waar hij een doctoraat in de politieke wetenschappen behaalde. Hij is de auteur van verschillende boeken, essays en andere artikelen in het Engels, Frans, Duits en Kroatisch. Wij spraken met hem over nieuw-rechts, de grote demografische omwenteling, culturele hegemonie, enz.

Vertel ons wanneer en onder welke omstandigheden uw belangstelling voor de ideeën van rechts tot stand kwam?

Ik ben geboren in een bepaald “klimaat”. Om precies te zijn, in het voormalige communistische Joegoslavië en in een katholiek en anticommunistisch gezin. Mijn vader was advocaat. Wat mijn belangstelling voor de zogenaamde rechtse ideeën betreft, dit was niet zomaar een tijdverdrijf, maar ik was vooral geïnteresseerd omdat ik van nature zeer nieuwsgierig ben. Daarom stelde ik al heel jong, toen ik nog maar zes of zeven jaar oud was, vragen en verwonderde ik mij, ook kritisch, over de politieke, sociologische en culturele omgeving waarin ik leefde. Dit was natuurlijk communistisch Joegoslavië in het begin van de jaren zestig, toen ik lagere school liep en later middelbare school liep in het communistische Zagreb. Ik vond het altijd leuk om ideeën te ontdekken die verschilden van de algemeen aanvaarde en gestandaardiseerde ideeën. In die tijd wist ik natuurlijk niet hoe ik het op een academische manier moest uitdrukken, want ik was nog erg jong.

Later, aan de filosofische faculteit in Zagreb, in het begin van de jaren zeventig, begon ik deze ideeën, die zeer kritisch stonden tegenover het toenmalige systeem, wat beter te verwoorden. Ik had misschien een voordeel en een voorrecht. Ik ben geboren in een bescheiden gezin. Mijn vader was advocaat, maar hij had veel problemen met de communistische autoriteiten in die tijd en zat zelfs twee keer in de gevangenis. Toch had ik het voorrecht om boeken in huis te hebben. We hadden geen televisie, maar we hadden veel boeken. Ik werd dus in mijn jeugd blootgesteld aan vreemde talen en aan Duitse, Engelse, Franse, Latijnse en een beetje Italiaanse literatuur. Ik was altijd geïnteresseerd in de andere kant van de medaille, bij wijze van spreken. Zoals ik al zei, heerste er thuis een anticommunistische sfeer, maar later ging ik ook naar de religieuze school en de kerk, niet zozeer uit liefde voor God of theologie en het christendom, maar om de eenvoudige reden dat in het communistische Joegoslavië van die tijd de kerk in Kroatië, en ik denk ook in Slovenië, een tegenwicht vormde tegen het communistische systeem, waar bepaalde dingen kritisch gezegd en geuit konden worden. Dit is nog een reden waarom ik toen mijn ideeën begon te formuleren.

Hoe heeft deze formulering van ideeën zich ontwikkeld tijdens uw studiejaren?

Ik moet toegeven dat toen ik Frans en Engels studeerde aan de universiteit, ik misschien geluk had, omdat ik in het gezelschap was van professoren die natuurlijk deel uitmaakten van het regime, maar die geen communisten waren, of die Joegoslavië niet erg steunden, ook al uitten zij dat niet openlijk. Vooral in de vakgroepen Romaanse studies van de jaren zeventig kon men zien dat deze geleerden vrij kritisch stonden tegenover het communisme en het titisme, onder wie wijlen professor Matvejevic. Hij beschouwde zichzelf waarschijnlijk als links en als Joegoslaaf, maar hij was zeer correct met mij en stond me zelfs toe literatuur te lezen die toen niet alleen in Joegoslavië maar ook in Frankrijk verboden was. In het bijzonder Louis Ferdinand Céline, een beroemd schrijver die ook antisemitische pamfletten schreef die tot op vandaag verboden zijn in Frankrijk, en ook Robert Brasilliach en de vele schrijvers en schrijfsters die zeer actief waren in Frankrijk tijdens de periode van de Duitse bezetting, van 1940 tot 1944. Ik heb dus altijd, niet uit sympathie voor een soort “fascisme”, maar uit intellectuele nieuwsgierigheid, de andere kant van de medaille willen kennen. Ik denk zelfs dat indien, laten we zeggen, de fascisten, de nationaal-socialisten of de NDH vandaag aan de macht zouden zijn, ik het daar net zo goed moeilijk mee zou hebben, omdat ik altijd geïnteresseerd ben geweest in de “andere kant van de medaille”. Ik denk dat het een positieve eigenschap van mij is, en ik denk dat het meer een kwestie van karakter is dan van politieke ideeën. Ik zou nog lang kunnen doorgaan over hoe ik, toen ik naar Amerika emigreerde, waar ik politiek asiel kreeg, mijn horizon verbreedde door middel van boeken, omdat ik toen een groot arsenaal aan rechtse schrijvers, filosofen en sociologen ontdekte die zelfs in West-Europa en de Verenigde Staten vrijwel vergeten en uitgesloten waren van de curricula. Ik ben op intellectueel vlak geleidelijk geëvolueerd en ik kan zeggen dat ik, terugkijkend, niet veel verschil zie, behalve dat ik mijn horizon blijf verruimen. Ik relativeer altijd, kijk kritisch naar mezelf en denk na over hoe mijn tegenstanders mij zien.

U bent ook de auteur van Contre la démocratie et l’égalité, een boek dat de nieuw-rechtse school als hoofdthema heeft. Kunt u ons meer vertellen over het boek zelf?

Allereerst moet ik vermelden dat het boek Contre la démocratie et l’égalité – La nouvelle droite européenne in het Nederlands, Spaans en ongeveer tien jaar geleden ook in het Kroatisch is vertaald onder de titel Europska nova desnica – korijeni, ideje i mislioci. Overigens was het eigenlijk mijn doctoraalscriptie, want ik ben op dit onderwerp gepromoveerd aan de Universiteit van Californië, met dit verschil dat het als scriptie een meer aanvaardbare, of, als ik het zo mag zeggen, meer “politiek correcte” titel had, namelijk The European New Right and the Crisis of Modern Politics, envervolgens The European New Right and the Crisis of Modern Political Society. Natuurlijk heb ik later wat marketing gedaan rond mijn doctoraalscriptie, die ik in 1988 verdedigde, en heb ik de titel om commerciële redenen een beetje veranderd. Ik koos voor een meer explosieve titel om de eenvoudige reden dat ik dacht, en ik had geen ongelijk, dat het boek niet alleen beter zou verkopen, maar vooral dat het ook meer aandacht zou krijgen. Ik kan zeggen dat mijn beslissing de juiste was. Het boek wordt vandaag de dag nog steeds relatief veel gelezen, en het wordt ook veel geciteerd. Ik ga in dit boek niet in op veel controverse; het is op een nuchtere en academische manier geschreven. Ik stel ook voor dat de studenten en uw lezers zich vertrouwd maken met het hoofdthema van dit boek.

Wat was de reactie van andere auteurs en vertegenwoordigers van Nieuw Rechts op uw boek?

Wat de titel zelf betreft, zei mijn goede collega Alain de Benoist, die mijn doctoraalscriptie, die hij zeer goed vond, later tegen mij, natuurlijk te goeder trouw: “Tomislav, wat de titel zelf betreft, die zal waarschijnlijk enkele negatieve reacties uitlokken, want wij zijn geen tegenstanders van de democratie, wij zijn alleen zeer kritisch ten aanzien van de liberale democratie”. Ik ben het daar uiteraard volledig mee eens . Hij was het ook eens met de inhoud van het boek en begreep waarom ik die titel had gekozen. Zoals ik al eerder zei, had het proefschrift een politiek correcte titel die aanvaardbaar was voor mijn collega’s bij wie ik in 1988 mijn proefschrift verdedigde. Vervolgens heb ik het boek in drie edities uitgegeven onder de titel Tegen democratie en gelijkheid. Alain de Benoist had bedenkingen bij de titel maar stond wel achter de inhoud van het boek, de inhoudsopgave en de bibliografie, waarvoor hij me ook gedeeltelijk heeft geholpen. Het boek is in zekere zin aan hem opgedragen, aangezien ik een onderwerp behandel waarover hij lang vóór mij, al aan het eind van de jaren zestig, had geschreven.

Kunt u onze lezers een idee geven van de belangrijkste beginselen en ideeën van Nieuw Rechts?

Wat is nieuw rechts? Ik leg het ook uit in het eerste hoofdstuk van het reeds genoemde boek. Dit kan een taalkundig pleonasme zijn, want ik weet niet zeker of het nodig is een “nieuw” of een “oud” rechts te vermelden. In feite kan ik kort zeggen dat het de ideeën zijn die Alain de Benoist, ikzelf en vele anderen, vertegenwoordigen en die ook in mijn boek worden beschreven. Voor alle duidelijkheid, dit is geen pamflet, het is een academisch boek met veel citaten. Alain de Benoist en GRECE (Groupement de recherche et d’études pour la civilisation européenne), wilden als het ware de conservatieve traditie doen herleven in de filosofie, de sociologie, de literatuur en andere gebieden van de menselijke kennis. Deze traditie is na de Tweede Wereldoorlog praktisch in vergetelheid was geraakt, of was om politieke redenen niet meer toegankelijk, omdat, zoals wij weten, na de Tweede Wereldoorlog een geheel nieuwe culturele hegemonie het licht zag.

Vertel ons meer over deze culturele hegemonie en waarom het belangrijk is?

Ik heb in het boek ook een hoofdstuk aan dit onderwerp gewijd, waarin ik uitleg waarom deze culturele hegemonie belangrijk is in de politieke strijd. Elke politieke partij of beweging, of het nu Trump is in de Verenigde Staten, Janša in Slovenië, of Plenković in Kroatië, moet een zekere culturele hegemonie vestigen voordat zij aan de macht kan komen, of zelfs voordat zij ook maar in staat is aan de macht te komen. Met andere woorden, elke politieke macht moet een bepaald aantal intellectuelen in haar rangen hebben en greep hebben op het dominante discours, of zij moet haar eigen ideeën beheersen en in staat zijn deze op te leggen, zoals de liberalen in West-Europa en de communisten in Oost-Europa in 1945 hebben gedaan. Een typisch voorbeeld, ongeacht zijn werk en de kwaliteit van zijn werk, van deze in 1945 gevestigde culturele hegemonie is Slavoj Žižek. Helaas kon men in deze culturele hegemonie alleen de linkerzijde horen, of liever de Freudo-Marxistische scholastiek, waartoe ook de French Theory behoorde. Maar de politieke filosofie die vroeger in Frankrijk en Duitsland vrij sterk was, zoals de strengen van de beroemde Duitse conservatieve revolutie onder de Weimar-republiek, is volledig in vergetelheid geraakt. Vandaag de dag hebben studenten dus geen idee wat er zich afspeelde in de conservatieve intellectuele scène en wie de belangrijkste leiders waren. Wat ik met mijn boeken wil doen, en ik moet ook Alain de Benoist op dit punt prijzen, is dit evenwicht in zekere zin herstellen en laten zien dat rechts, dat nu nieuw rechts wordt genoemd, ook zijn eigen intellectuele zware geschut heeft, dat zich langzaam aan het verspreiden is, zoals we kunnen zien in de Verenigde Staten, maar ook in Frankrijk, Duitsland en elders. Men mag echter niet vergeten dat de culturele hegemonie van de oude Freudo-marxisten, die natuurlijk van naam zijn veranderd en opereren in de vorm van verschillende onafhankelijke verenigingen die het graag over tolerantie hebben, of verschillende homoseksuele en alternatieve linkse groeperingen, nog steeds sterk is. Men kan moeilijk beweren dat deze groepen zich vandaag beroepen op Marx of Freud, omdat die niet meer populair zijn. Toch is het idee van een nieuw rechts nog lang niet ingeburgerd in de harten en zielen van de mensen en de jonge studenten in Europa, juist omdat deze hegemonie van het oude links, of van de antifascisten, of van de oude en nieuwe ”culturo’s”, zoals wij ze in Kroatië noemen, nog steeds vrij sterk is. Zij hebben machtige sponsors en financiers, dus het zal tijd kosten voordat onze ideeën doorbreken, maar we zijn op de goede weg.

In uw essays noemt u verschillende keren de titanen van het oude Griekenland en u bent ook de auteur van het korte verhaal Les Titans sont en ville. Waar staan de titanen nu echt voor?

Ik ben blij dat je me dat vraagt. Als mensen mij vragen wat mijn beroep is, zeg ik meestal dat ik politicologie en literatuur gestudeerd heb, maar ik kan er ook prat op gaan dat ik geen vakidioot ben. In het hoger onderwijs, vooral in de Verenigde Staten, waar we het hebben over “expertise”, of “bekwaamheid”, heeft het mij altijd gestoord dat er vooral vakiodioten rondlopen, waarbij grote wetenschappers en bekende deskundigen zich uitsluitend op hun onderwerp richten. Vandaag de dag zijn er in Europa en in de Verenigde Staten helaas geen denkers meer van het type dat ooit de Renaissance heeft gemaakt: we zien tientallen academici die alleen sterk zijn in hun vak, wat in mijn geval politieke sociologie of politieke filosofie is. Maar er is slechts een armzalig handjevol intellectuelen dat nog literatuur kent, of tenminste vertrouwd is met de klassieke literatuur, of het nu Homerus of Hesiodus is, of weet wat de Titanen, de figuren op de waterspuwers en de verschillende goden in de mythologie betekenen. Over titanen gesproken, we kunnen zeggen dat Prometheus een van de belangrijkste “legitieme” helden van onze literatuur is. We ontmoeten hem in Goethe’s Faust, maar natuurlijk vinden we hem vooral in de oude Griekse mythologie. Prometheus is vandaag, ik veronderstel zelfs voor de gewone burger, of hij nu Sloveen of Kroaat is, alsook voor de intellectueel, het symbool van een vrijdenkend mens die in staat is zich te verzetten tegen allerlei moderne mythen, zelfs als deze mythen vals of juist zijn, en die in staat is zijn leven te riskeren, zoals Prometheus, die 30 000 jaar lang vastgebonden zat aan een rots in de Kaukasus, waar de legendarische adelaar voortdurend aan zijn lever knaagde. Maar hij kon niet sterven, omdat de titanen, net als de goden, onsterfelijk zijn.

Vertel ons meer over je boek?

Dit alles inspireerde mij een beetje tot het schrijven van een kort verhaal, dat, ik zeg het met nadruk, geen politiek essay is. Het is een kort verhaal van ongeveer tachtig bladzijden, waarin ik een soort mythische stad weergeef, en ik had Vukovar in mijn onderbewustzijn, maar tegelijkertijd is het een projectie van Europese steden in het algemeen, of het nu Ljubljana, Kranj, Klagenfurt of Zagreb is, die laat zien hoe deze steden er over ongeveer twintig of dertig jaar uit zullen zien in dit grote conflict tussen de negatieve Saturnianen en de positieve Titanen. In zekere zin is het een allegorie, en ik was nogal geïnspireerd door de broer van Ernst Jünger, Friedrich Georg Jünger. Ik las veel van Ernst Jünger, maar helaas heb ik hem nooit ontmoet. Hij overleed in 1998 en is een van de belangrijkste figuren onder de grote schrijvers, romanschrijvers en novellisten van de Duitse literatuur. Wat minder bekend is, is dat zijn broer ook een goed schrijver was en veel over titanen heeft geschreven. Hij publiceerde een boek tijdens de oorlog, in 1944, Die Titanen, dat ik in het Duits heb en ook in Franse en Engelse vertaling, waarvan ik kan zeggen dat het erg goed is. Dit boek gaf me een impuls om een kort verhaal te schrijven over deze mythische stad, Titan Town. Nergens noem ik Vukovar in het bijzonder, maar in het algemeen zou het elke stad in West-Europa kunnen zijn, misschien zelfs in de Verenigde Staten, waar de mensen omringd zijn door deze beroemde Saturniërs die we nooit zien en niet eens weten wat hun lichaamsvorm, gezicht of morfologie is, maar we weten wel dat ze negatief zijn. Maar hier hebben we ook positieve titanen, van wie er één Held heet die met zijn vrouw Heroine, gewapend patrouilleert in deze geïsoleerde enclave, die eigenlijk op het randje van de dood ligt, omringd door Saturniërs. Ze zien de dood in de ogen, en opnieuw moet ik zeggen dat de stad Vukovar mij ook een beetje heeft geïnspireerd, maar ze vechten, ondanks de ongelijke strijd. Ze weten dat het beter is te vechten in de wetenschap dat je hebt gevochten dan op te geven, je over te geven, of collectieve zelfmoord te plegen. Ik heb het natuurlijk niet over Vukovar of Kroatië, maar ik heb het in ieder geval over Europese steden die in zekere zin ook vandaag worden belegerd, zij het indirect, niet door een directe of gewapende vijand, maar door wat we een stille migratie zouden kunnen noemen, die een humanitaire bijklank heeft. Ik denk hier in het bijzonder aan het liberale systeem van de Europese Unie en de deep state van de Verenigde Staten, die dit controleren door de komst van niet-Europeanen naar deze stad aan te moedigen, die wordt verdedigd door de laatsten van de titanen.

Werd u bij het schrijven van dit korte verhaal geïnspireerd door andere boeken dan het hierboven genoemde werk van Jünger, die u onze lezers zou kunnen aanbevelen?

Ik werd ook geïnspireerd door een boek van Jean Raspail dat ik lang geleden las, genaamd Le camp des saints. Ik kan zeggen dat de Engelse vertaling van dit boek ook erg goed is, ik heb het zelf gelezen in de jaren tachtig en vergeleken met het Franse origineel. Jean Raspail schreef deze briljante roman in 1973 over wat we vandaag zien in de Europese Unie, of beter gezegd in het Middellandse Zeegebied, over de voortdurende komst van niet-Europese migranten die de samenstelling van de bevolking veranderen. Het is misschien goed bedoeld, maar ik wil mijn morele oordeel nu niet vellen, uit angst van racisme beschuldigd te worden. Ik zou het daar ook over kunnen hebben, over deze omkering van woorden, maar feit is dat het om een omvolking gaat. Ik kan hier een andere Franse auteur noemen die dicht bij nieuw rechts staat, Renaud Camus. ik citeer Le Grand Remplacement  vaak, omdat het precies datgene behandelt waarover Alain de Benoist, Nieuw Rechts en een heleboel auteurs in die kringen indirect al schreven, namelijk wat zij dertig jaar geleden voorzagen, deze vervanging van de bevolking en de geleidelijke verdwijning van de Europeanen en van het culturele erfgoed van Europa. Mijn korte roman is misschien niet uitzonderlijk, en ik zou er misschien nog een paar dingen aan kunnen toevoegen, maar hij ligt me na aan het hart. Het is geschreven op die cultureel pessimistische manier, die ik mij eigen maak, en verwijst naar wat Camus en Raspail schreven, naar de stellingen van Friedrich-Georg Jünger, maar ook naar Spengler. Allen kunnen in zekere zin gerekend worden tot de voorlopers van Nieuw Rechts.

Vandaag worden wij Europeanen allemaal met soortgelijke problemen geconfronteerd, zoals massamigratie, globalisering, enz. Niettemin is er nog wrok en zijn er nog onopgeloste conflicten tussen sommige Europese naties die het gevolg zijn van conflicten in het verleden. Dit is ook het geval tussen Serviërs en Kroaten. Hoe ziet u dit en hebt u contacten met Servische rechtse groeperingen en identitairen?

Ik heb enkele contacten met de NAŠI organisatie uit Servië. Ik heb ook met hen deelgenomen aan een studiebijeenkomst over Romeinse baden in Slovenië, georganiseerd door de vereniging Svetilnik. Ivan Ivanović en zijn collega in deze organisatie hebben een zeer goede indruk op mij gemaakt. Ik hoor vaak van hen en correspondeer met hen, en ik was uitgenodigd naar Belgrado te komen om een lezing te geven over massa-immigratie en de grote demografische verandering, waaraan professor Kevin MacDonald uit de Verenigde Staten had kunnen deelnemen, evenals ikzelf, omdat we iets op iets grotere schaal wilden organiseren, maar dat ging helaas niet door vanwege de huidige sanitaire crisis. Ik heb dus wel contacten, maar die zijn lang niet wat ze zouden moeten zijn, om de eenvoudige reden dat dit ook een kernpunt is in dit thema. Er is nog steeds een zeker wantrouwen, ik zal niet zeggen “haat”, want dat is een te sterk woord, maar een zeker onbegrip tussen de Servische en Kroatische conservatieven. Ik moedig hen aan, samen met mijn Sloveense collega’s, dat wil zeggen samen met u, om op de een of andere manier deel te nemen aan deze gemeenschappelijke strijd, en samen te bekijken wat onze prioriteiten zijn, zonder onze nationale en culturele identiteit te verloochenen.

Wat is uw algemene oordeel over de huidige betrekkingen tussen Kroatië en Servië?

Het is moeilijk om daar nu over te spreken omdat Kroatië een specifiek land is en er veel misverstanden bestaan in zijn externe betrekkingen, of het nu gaat om de Republika Srpska, Bosnië-Herzegovina of Servië. Ik zou dan ook heel graag eens een speciale lezing over dit onderwerp houden. Ik moet zeggen dat ik, hoewel ik goede betrekkingen onderhoud met mensen uit zogenaamde “extreme” nationalistische en zelfs rechts-nationalistische kringen (leden van de zogenaamde rechtse ideologie en de “Kroatische Rechtspartij”, op. cit.), p bepaalde punten niet dezelfde mening heb als zij, of dat ik het niet eens ben met hun methodologie. Hun standpunt is correct over vele details betreffende het begin van de oorlog toen Joegoslavië uiteenviel, maar ik ben niet het soort persoon dat zo geobsedeerd is door zijn historisch bewustzijn dat hij alle contact met Serviërs volledig afsluit, of zij nu in Chicago, Banja Luka of Belgrado wonen. Ik denk dat het zeer slecht, schadelijk en schadelijk is om je nationale identiteit te bouwen op de uitsluiting, of liever op de demonisering en belediging van een ander volk. Ik noem dat een negatieve identiteit. Ik heb geen Servische tegenstanders nodig om mijn nationaal bewustzijn te ontwikkelen en een goede Kroaat te zijn. Helaas zijn er in Kroatië, en ik geloof ook in Slovenië en Servië, een aanzienlijk aantal mensen, velen van hen in de regering, die hun Servische of Kroatische identiteit opbouwen op haat, of op het demoniseren van de hele Servische natie of de hele Servische kwestie, enz. Let wel, dit is niet alleen hier het geval, maar helaas bestaat dit probleem ook elders in Europa, maar misschien niet in dezelfde mate, bijvoorbeeld bij Catalanen en Castilianen, of bij Hongaren en Roemenen.

Hoe belangrijk is het volgens u dat de volkeren van Europa samenwerken in deze strijd voor het behoud en het bestaan van Europa?

Dit zijn geen kleinigheden, maar belangrijke en fatale verschillen. Of men nu Ante Starčević leest of bepaalde Servische auteurs die Groot-Servië verheerlijken, men moet dit alles weten en in staat zijn deze mensen in een historische context te plaatsen. Maar op dit moment in de geschiedenis, en ik denk niet dat dit een pretentieuze uitspraak van mijn kant is, bevinden we ons echt op het laatste zuchtje van Europa. Het etnische, of beter gezegd raciale, profiel van Europa is radicaal veranderd. Het is niet meer het Europa van dertig jaar geleden of het Europa van zeventig jaar geleden. Vandaag de dag is het een heel ander profiel van mensen. We hebben het over zestig of zeventig miljoen mensen die in de Europese Unie wonen en niet van Europese afkomst zijn. Daarom moet nu een besluit worden genomen, of het nu gaat om de Baai van Piran of om delen van Slovenië rond Bregana of misschien rond Medjimur.

Ik heb het nu met name over mijn microomgeving, maar deze kan gemakkelijk worden getransponeerd naar Frankrijk of Duitsland. Er zijn 20 miljoen buitenlanders in Duitsland, waarvan 10 miljoen of meer van niet-Europese afkomst zijn. Dit zijn echt “conservatieve” cijfers, die in werkelijkheid veel hoger liggen, om nog maar te zwijgen van Frankrijk, waar de statistieken letterlijk van de ene dag op de andere veranderen. Als je kijkt naar Zweden, Duitsland, praktisch al die multiculturele steden, moet je je afvragen of je vandaag in het centrum van Parijs of Frankfurt loopt, of dat je in Timboektoe, Algerije, in een voorstad van Istanboel woont, of dat je nog in een Europese stad bent. Ik ben van mening dat wij ons volledig moeten bevrijden van het nationalisme van de eesrte helft van de 20ste eeuw dat ons zoveel schade heeft berokkend. Dit nationalisme heeft enorme schade berokkend aan Slovenen, Kroaten en Serviërs, maar ook aan Polen en Duitsers, om nog maar te zwijgen van een hele reeks andere nationaliteiten. Wij hebben een gemeenschappelijk doel, en ik zou willen zeggen dat ons fundamentele en voornaamste probleem het globalisme en kapitalisme is.

Vertel ons meer over dit verband tussen massamigratie en kapitalisme?

Het is gemakkelijk om de migranten die uit Bangladesh kwamen te denigreren. Het is te gemakkelijk om deze migranten aan te vallen, te gemakkelijk om de Algerijnen en Somaliërs belachelijk te maken door te zeggen dat zij zich niet wassen, dat zij lelijk zijn of dat zij potentiële terroristen zijn. Zelfs als dat al zou kloppen, moeten we ons afvragen wat de oorzaken van deze migratie zijn en wat de mogelijkheden zijn om deze te verhelpen of om Europa nieuw leven in te blazen. Dus waar zijn de oorzaken? Veel van mijn collega’s die voorstander zijn van de vrije markt en, laten we zeggen, van het kapitalisme, zijn ook goede anticommunisten, evenals ik, die er trots op ben anticommunist te zijn, en daarover kunnen we het een andere keer hebben. Alvorens bepaalde problemen te analyseren, moeten wij echter weten waar de diepere oorzaken liggen. Ik zal nu uw aandacht vestigen op een zekere paradox. Aan de ene kant zijn uw collega’s, net als u, terecht tegen migratie en omvolking. Zij verzetten zich tegen het feit dat een groot aantal misdadigers, zowel in de Weense en Oostenrijkse gevangenissen als in de Duitse, in feite meer dan 60%, van Afrikaanse of Aziatische afkomst is. Dit is allemaal waar. We moeten echter één feit goed begrijpen: je kunt massamigratie niet stoppen als je niet eerst een einde maakt aan het liberale beginsel van de vrije markt, oftewel het vrije verkeer van mensen en kapitaal.

Is het kapitalisme dan grotendeels verantwoordelijk voor massale migratie en bevolkingsvervanging? Hoe werkt het in de praktijk?

De Europese Unie en de gehele liberale doctrine, van Adam Smith tot Hayek en al die liberale theoretici van vandaag, zijn gebaseerd op het beginsel dat er vrij verkeer van kapitaal en personen moet zijn. Dat is per slot van rekening een van de grondbeginselen van de Europese Unie. Dus, om terug te komen op de paradox, en om het een beetje eenvoudig te illustreren, ik heb een goede collega, een goede katholiek en anticommunist, een groot analist, die zich voortdurend uitspreekt tegen migranten, maar die ook een groot verdediger is van de vrije markt… Het is gewoon niet consistent. Als ik een kleine allegorie mag gebruiken: voor een handelaar, of hij nu Schmitt, Kovac, Maréchal of Kovacevic heet, en waar ter wereld hij zich ook bevindt, of hij nu katholiek of joods, Kroatisch of Sloveens is, het belangrijkste is dat hij zijn waren verkoopt. Daarom is het openen van de grenzen in zijn belang. Je kunt hem niet beletten er misbruik van te maken. Er zijn Kroatische werkgevers die hun winkels en restaurants in Zadar hebben, om u daar een voorbeeld van te geven, en zij hebben grote kruisen in die restaurants hangen. Zij zijn ultra-katholiek en geven soms op een enigszins groteske manier blijk van hun “Kroatisch-zijn”, terwijl zij goedkope arbeidskrachten uit Bosnië-Herzegovina en Kosovo inhuren, om de eenvoudige reden dat voor hen winst vóór de nationale gedachte gaat. Ik wil mijn tijd niet verspillen met zulke mensen. Ik wil mijn tijd niet verdoen met deze nep-Kroaten, -Serviërs of -identitairen.. Dus ik herhaal, we kunnen migratie niet stoppen als we niet eerst het kapitalisme analyseren. De belangrijkste “werkgevers” van deze migranten zijn immers juist de grote kapitalistische bedrijven, die er belang bij hebben nu en in de toekomst goedkope arbeidskrachten te krijgen, terwijl zij de maandlonen en inkomens van de autochtone blanke bevolking verlagen.

U hebt zelf zowel in het communistische, multi-etnische Joegoslavië als in de multiraciale Verenigde Staten gewoond. Wat is uw ervaring met multicultuur?

Ik hoef niet uit te leggen wat deze massale migratie voor ons kan betekenen. Ik heb lang genoeg in het multiculturele Joegoslavië gewoond om het einde te zien van die broederschap en eenheid waarover wij het vandaag hebben in de Verenigde Staten, waar ik met mijn gezin in Los Angeles woonde. Daar moest je gewapend zijn, en er waren toen geen mobiele telefoons, maar nu moet je twee mobiele telefoons hebben en een goede, krachtige auto. Toen ik daar woonde, was ik constant in een soort angst en spanning, want ’s nachts hoor je bijna constant geweerschoten in het multiculturele Los Angeles. Ik denk niet dat ik overdrijf, want u kunt ook op televisie het bewijs zien van wat er vandaag gebeurt, niet alleen in Los Angeles, maar in Seattle en in elke grote stad en nu ook in kleine steden in de hele Verenigde Staten. Ik wil hier geen slecht oordeel vellen over Afro-Amerikanen, Aziaten, of zelfs blanke anti-fascisten, wie dat ook mogen zijn. We moeten altijd eerst zoeken naar de oorzaken van dit alles, we moeten hun manier van denken begrijpen. Ook in Europa is er nog veel te doen, vooral met de huidige COVID-crisis en de enorme demografische veranderingen. Ik kan niet voorspellen of er oorlogen komen of niet, want een man kan een oorlog verliezen zonder een enkel schot te lossen.

Hoe ziet u de moderne consumptiemaatschappij die door de liberale ideologie is geschapen?

Wat mij persoonlijk stoort is die enigszins decadente toon die ik bespeur, zelfs bij mijzelf en mijn collega’s, die gewend zijn aan een zekere dictatuur van welvaart en aan die voortdurende vooruitgang, aan het altijd willen, zoals de Amerikanen zeggen, “more, more, more”. Wij zijn een te luxueuze en te rijke maatschappij, wij zijn niet meer gewend aan wat het verhaal van Prometheus ons leert, namelijk dat alles zijn prijs heeft. Zoals Alain de Benoist zei, in het liberalisme, of beter gezegd in het globalisme dat wij nu meemaken, heeft niets nog waarde, maar heeft alles een prijs. En we zullen deze prijs in de komende jaren moeten betalen en de kans op bloedvergieten is groot.

Vertaling (vanuit het Frans, dat zelf een vertaling vanuit het Sloveens was): rv

Oorspronkelijke tekst: https://tradicijaprotitiraniji.org/2021/03/11/ en euro-synergies.hautetfort.com



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , , , , , ,

1 reply

  1. Nederlandstalige uitgave van in dit artikel genoemd boek:

    ‘Nieuw Rechts: Voor een andere politieke cultuur.’ Uitgeverij iD, 2014, ISBN: 978-9-491-43600-0. Dit boek bevat tevens het ‘Manifest voor Europees herstel en vernieuwing.’

    Like