Marcuse: van cultuurmarxisme tot omverwerping van de maatschappij

Klaus Kunze (2021)

O Heer, geef mij revolutionaire massa’s!

Tevreden burgers zijn de nachtmerrie van elke revolutionair. Ze hebben liever brood en spelen. Dertig jaar geleden voorzag de Hegeliaanse Reinhold Oberlercher, die zich van pionier van de Duitse Sozialistische Deutsche Studentenbund tot uiterst rechts had bekeerd, “Gau-opstanden”. Er is echter niets gebeurd. Al in 1929 dreef de Duitse bourgeoisie de nationaal-bolsjewiek Ernst Niekisch tot wanhoop. De burger was laf en klampte zich enkel vast aan zijn bezittingen. Besefte de bourgeoisie dan niet hoe zij uitgebuit werd door de overwinnaars van Versailles? Maar revolutionaire kracht zou nog bij de arbeider te vinden zijn1. Ook Niekisch was teleurgesteld. De nationale revolutie waarop hij had gehoopt is er niet gekomen.

Marcuse weet hoe het moet

Waarom gaan onderdrukte massa’s zich liever amuseren dan revolutionaire pamfletten uit te delen? De uitwijkeling Herbert Marcuse heeft lang over deze vraag nagedacht en kreeg een geniale ingeving: in geavanceerde industriële samenlevingen zou het productie-apparaat totalitair worden en een heerschappij tot over individuele behoeften en verlangens vestigen2. Zijn perpetuum mobile lijkt perfect: de mensen zijn tevreden omdat de kapitalisten net die consumptieverlangens vervullen die ze zelf eerder hebben gecreëerd.

“Totalitarisme is niet alleen een terroristische politieke gelijkschakeling van de maatschappij, maar ook een niet-terroristische economisch-technische gelijkschakeling, die zich in de manipulatie van behoeften door reeds lang gevestigde belangen doet gelden”3.

De revolutie is dus uitgebleven. De massa’s hadden eenvoudigweg hun weg nog niet gevonden “van het valse naar het ware bewustzijn”, van hun “onmiddellijke naar hun werkelijke belang”.4 Er waren echter “krachten en tendensen die hier doorheen konden breken en een maatschappij konden opblazen”.5 Het revolutionaire onderwerp was nog niet aanwezig.

Maar waar is het revolutionaire subject voor de “noodzakelijke politieke omwenteling?”6 De arbeidersklasse, tot grote spijt van Marcuse, voelde haar “onderdrukking” niet langer.  De consumptieterreur van de industrie vervulde al haar verlangens en werd de steunpijler van de dominante levensstijl”.7

“Wanneer de werkgever en zijn baas zich laven aan hetzelfde televisietoestel en dezelfde resorts bezoeken, wanneer de typiste zich even aantrekkelijk kleedt als de dochter van haar werkgever, wanneer de neger een Cadillac bezit, wanneer zij allen dezelfde krant lezen, dan wijst deze assimilatie niet op de verdwijning van klassen, maar op de mate waarin de onderworpen bevolking deelneemt aan de behoeften en bevredigingen die dienen om een status quo te handhaven.”8

Een ander “historisch subject” moest worden gecreëerd, want “de maatschappij zou rationeel en vrij zijn in de mate dat zij georganiseerd, in stand gehouden en gereproduceerd werd door een wezenlijk nieuw historisch subject”.9

Als het volk niet revolutionair genoeg is voor de revolutionair, dan creëert hij gewoon een nieuw volk: “O Heer, geef mij verdrukten!”.

En de Heer hoorde hem: “Onder de conservatieve basis van het volk schuilt echter een onderlaag van marginalen en mensen die buiten de wet staan: uitgebuite, vervolgde mensen van andere rassen en andere kleuren, de werklozen en de arbeidsongeschikten. Zij bestaan buiten het democratisch proces; hun leven heeft het meeste nood aan de onmiddellijke afschaffing van onduldbare omstandigheden en instellingen”.10

Deze ontevreden minderheid moet het systeem van de tevreden meerderheid opblazen, want “hun oppositie treft het systeem van buitenaf en wordt daarom niet door het systeem gepareerd; het is een elementaire kracht die de regels van het spel overtreedt en zo onthult dat het een gemanipuleerd spel is.”11

Minderheden naar het front!

De universitaire jongeren van de generatie van 1968 blekken een vruchtbare voedingsbodem voor dit discours. Communisten als Ernesto Laclau en Chantal Mouffe keerden zich af van het “traditionele discours van het marxisme”, dat zich had geconcentreerd op de klassenstrijd en de economische tegenstellingen van het kapitalisme.

Maar nu, zo stellen zij, moet het begrip klassenstrijd herschreven worden, en daarom stellen zij de vraag: “In hoeverre is het noodzakelijk het begrip klassenstrijd aan te passen om met nieuwe politieke thema’s – vrouwen, nationale, etnische en seksuele minderheden, antinucleaire en groepen die zich bezig houden met kritiek op de instellingen – met een duidelijk antikapitalistisch karakter, maar waarvan de identiteit niet is gefocust op bepaalde klassenbelangen, te kunnen omgaan.”12

Laclau en Mouffe hebben de mosterd rechtstreeks bij Marcuse gehaald. Zij vervingen de “onderdrukte arbeidersklasse” van Marx door “onderdrukte minderheden”. Diverse minderheden namen de lege plaats in van hen die bevrijd moesten worden. De marxistische belofte van verlossing geldt nog steeds, alleen zijn er nieuwe bestemmelingen: “Deze maatschappij is inderdaad kapitalistisch, maar dat is niet haar enige en doorslaggevende kenmerk; zij is ook seksistisch en patriarchaal, om niet te zeggen racistisch.”13

Marcuse beschouwde het nieuwe minderheidsdenken in zijn kern van bij het begin op als een bom onder ons maatschappij. In een democratie worden normen, instellingen en spelregels bepaald door de meerderheid. Marcuse verwierp dit, net zoals het zijn navolgers volkomen vreemd is. Zij schijnen alleen maar “rechten” en “gelijkheid” te eisen om ooit als “minderheden” ontdekt te worden. In feite gaat het om een paradigma-verschuiving. Onze meerderheidsmaatschappij met haar democratische instellingen moet volgens deze theorieën opgeblazen worden.

Met een revolutionaire bomgordel naar de zenders

De meesterbreinen bemannen nu met overheidsgeld gesubsidieerde zenders. Daar zit bijvoorbeeld een Simone Miller en die met het gedachtegoed van Marcuse speelt. Op 7.6.2020 gaf zij een interview dat te beluisteren en te lezen is op Deutschlandfunk. Ze sprak met ene “Paul B. Preciado.” Dat is hoe Beatriz Preciado zichzelf nu noemt. Ze wordt door de DLF voorgesteld als een “filosoof”.

Het gaat haar om niets minder dan de oerdroom van alle communisten sinds Karl Marx: de afschaffing van het “kapitalisme”: “De feministen hebben voor zichzelf gevochten, de homoseksuelen hebben voor zichzelf gevochten. En deze strijd is altijd die van afzonderlijke belangengroepen geweest. Er is geen alliantie geweest. Die oude strijd onderstreepte de identiteitspolitiek, maar vielen de fundamenten van het kapitalisme niet aan.”

In plaats daarvan, zo zei hij, moet er nu een “soma-politieke alliantie” tot stand komen, die niet op gemeenschappelijke identiteiten maar op een gemeenschappelijke doelstelling is gebaseerd: “Dat wil zeggen, dat de onteigende lichamen, al deze groepen die uitgesloten zijn geweest van de samenleving, zich nu verenigen en proberen het patriarchaal-kapitalistische systeem te bestrijden.”14

Daarom, zo verspreidt Miller in Deutschlandfunk onder de kop “Solidariteit in plaats van Identiteit”, moet men verder gaan dan de vroegere identiteitspolitiek, d.w.z. de vele, schattige kleine minderheden verenigen in een beweging om de grondslagen van het kapitalisme aan te vallen. Wat daar in 2020 op DLF werd gepropageerd, was reeds bij Marcuse te lezen.

De nieuwe heersers zullen natuurlijk geen personen zijn die als homo, buitenlander of andere minderheden alleen maar geïnstrumentaliseerd worden. Zij zullen worden geregeerd door linkse intellectuelen die zich dichter bij hun waanidee van een paradijs op aarde voelen dan ooit tevoren. Zij wanen zich de enige aangewezen vertolkers van hun strijdbare slogans van de gelijkheid van alle mensen. Zij zullen ons dan vertellen hoe deze gelijkheid binnenkort tot stand zal komen. Als een nieuwe ideologische priesterkaste zouden zij zelf uiteraard nog steeds gelijker zijn dan de anderen.

We hebben het allemaal al eens gehad. Achter hun mumbo-jumbo over minderheden en hun holle frasen over gelijkheid schuilt dezelfde machtswellust die in de 20ste eeuw, onder rode vlaggen en fanfares, wereldwijd 100 miljoen levens had geëist.”15

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: Revolution – leicht gemacht – Klaus Kunze

Voetnoten

1 Ernst Niekisch, Gedanken über deutsche Politik, 1929

2-11 Herbert Marcuse, De eendimensionale mens, 1967

12-13 Laclau / Mouffe, Socialist Strategy: Where next, in: Marxism today, Januar 1981, geciteerd uit Douglas Murray, Wahnsinn der Massen, 2019

14 Simone Miller, „Wir erleben gerade eine Revolution“ Paul B. Preciado in gesprek met Simone Miller, Deutschlandfunk 7.6.2020.

15 Stéphane Courtois, Le livre noir du communisme, 1997



Categorieën:Metapolitiek

Tags: , , , ,