Servië en Bulgarije bouwen de nieuwe energiehub van de Balkan

Andrea Muratore (2021)

De uitbreiding van de kaart van gaspijpleidingen en de bijbehorende infrastructuur oproepen, waarmee Servië en Bulgarije een plaats voor zichzelf willen veroveren in de energie-stratego in Oost-Europa, krijgt weinig aandacht. Belgrado en Sofia doen er alles aan om onmisbare knooppunten te worden voor de “blauwe goud”-routes en zich strategisch te positioneren in de nieuwe geopolitiek van gaspijpleidingen die vorm geeft aan de routes en het evenwicht tussen Oost-Europa, het Middellandse-Zeegebied en de Kaukasusregio.

Sinds december is de aanleg van de Balkan Stream-pijpleiding voltooid, de Europese aanvulling op de Turkse Stream-infrastructuur waarmee Ankara en Rusland een nieuwe toegangsroute voor gas naar de Europese markt hebben gecreëerd. In officiële documenten wordt de pijpleiding, waarvan de naam is voorgesteld door de Bulgaarse premier Boyko Borisov, omschreven als “de uitbreiding van de aardgastransportinfrastructuur van het bedrijf Bulgartransgaz, die parallel loopt aan de hoofdpijpleiding vanuit het noorden naar de grens tussen Bulgarije en Servië”: een noodzakelijke premisse voor de door Viktor Orban gewenste uitbreiding van de route naar Hongarije.

De keuze van de in deze analyse genoemde landen is in overeenstemming met de constructie van regionale hubs die interacties met een verschillende van leveranciers mogelijk moeten maken. De visie van Borisov en de Servische president Aleksandar Vučić om van beide landen een strategisch regionaal knooppunt voor de gasdistributie te maken, kan dan ook niet beperkt blijven tot een Russisch-Turkse verbinding, maar moet ook andere opties omvatten. Dit alles om onder meer de laatste hand te leggen aan een project voor de uitbreiding van de binnenlandse vraag, en dus de garantie van een goedkope gasvoorziening voor de bevolking van beide landen. Bulgarije moet tegelijkertijd rekening houden met de Europese energiestrategie, die een toenemende afhankelijkheid van Moskou niet gunstig gezind is.

Daarom onderzoeken Sofia en Belgrado op geïntegreerd niveau andere opties, waaronder de door Brussel “gezegende” interconnector Bulgarije-Servië (BSI), waarvan de bouwwerf onlangs werd bezocht door de Bulgaarse minister van Energie Temenuzhka Petkova en de Servische vice-premier en minister van Energie Zorana Mihajlovic, en dat de aanleg beoogt van een 120 km lange “verbinding” tussen de Bulgaarse terminals in Dimitrovgrad en de Servische terminals in Nis om de poorten van Europa ook te openen voor Azerbeidzjaans gas uit het gebied rond de Kaspische Zee en voor vloeibaar aardgas dat in Griekenland is opgeslagen. Het in Sofia gevestigde Bulgartranzgas heeft aangekondigd dat het in mei van start gaat en tot 2022 doorgaat met het project voor de bouw van de hub, die zal eindigen in de voormalige Romeinse hoofdstad, de grootste stad in Oost-Servië, en die nieuwe evenwichten in de Europese energieroutes zal vormen.

Deze fase zal de deur openen voor een overlapping tussen de routes die Russisch gas naar het Europa brengen en de routes die hengelen naar Azerisch gas, dat via de Tap-pijpleiding via Italië naar het westen wordt gebracht. Hieraan zal vloeibaar aardgas worden toegevoegd, waarvan Griekenland een Euro-mediterraan knooppunt wil worden met het project van de opslag- en hervergassingsterminal (FSRU) van Alexandroupolis, die voor 20% in handen is van de Bulgaarse onderneming en een opslagcapaciteit van 170 000 kubieke meter kan bieden. Terwijl de IBS een stroom van 1,8 miljard kubieke meter mogelijk zal maken en tevens de mogelijkheid zal bieden een subregionale markt te openen door de omgekeerde stroom tussen Servië en Bulgarije open te stellen.

Het IBS-project geeft een Europees perspectief aan de Servisch-Bulgaarse strategie, bevordert de dialoog tussen Belgrado en Brussel en belooft ontwikkeling en groei in de energiesector te brengen in twee landen met een kwetsbare en door een pandemie geteisterde economie. Het is een bewijs van het feit dat de grootste toegevoegde waarde op de energiemarkten tegenwoordig op het gebied van infrastructuur wordt bereikt. Bij de noodzakelijke investering van 85,5 miljoen euro zal ook de Europese Investeringsbank worden betrokken, die een voortrekkersrol speelt bij de financiering van projecten met een groot multiplicatoreffect en een hoge toegevoegde waarde.

De gevolgen voor de Europese energiezekerheid kunnen aanzienlijk zijn, evenals voor de nieuwe geopolitieke perceptie van het Balkangebied, waarin Servië en Bulgarije referentiepunten kunnen worden op deze strategische markt. Het openen van nieuwe verbindingen die de gebieden van Oost-Europa tot de Kaspische Zee, via de Zwarte Zee, kunnen integreren tot een geheel dat verenigd is door de convergentie van energie- en economische belangen. Tussen Oost en West, tussen grote spelers als de EU, Rusland en Turkije, zoeken kleine en middelgrote regionale spelers hun eigen ruimte. De Balkan leeft en is dus niet slechts een voorwerp van een grote historische dynamiek. Dat bevestigt ook de dynamiek van Roemenië op het gebied van energie van waterstof. Servië en Bulgarije varen een pragmatisme en opportunistische koers die bevestigt dat zij begrijpen wat er op het spel staat.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://it.insideover.com/



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , , , ,