Joseph Nye over macht: Soft power, hard power en smart power

Théo Corbucci en Pierre-William Fregonese (2021)

Met zijn nieuwe boek The Future of Power zet de Amerikaanse internationalist zijn onderzoek naar het begrip staatsmacht in de 21e eeuw voort. Hoe ziet Joseph Nye, nadat hij soft power en smart power definieerde, de toekomst van de macht?

In de internationale betrekkingen is er niets dat het succes van een theorie beter weergeeft dan de overname ervan door de politiek. In de 21ste eeuw hebben tot nog toe slechts twee voorbeelden dit bereikt: Samuel Huntington’s Clash of Civilizations en Joseph Nye’s Soft Power. Twee Amerikaanse theorieën, overgenomen door Amerikaanse regeringen. Twee theorieën die ook eerst in internationalistische kringen werden becommentarieerd, alvorens hun entrée te maken in de politieke wereld en in de media.

Soft power als antwoord op het declinisme

Joseph Nye, vice-minister van Buitenlandse Zaken onder Carter en vervolgens vice-minister van Defensie onder Bill Clinton, stelde het begrip soft power in 1990 voor in zijn boek Bound to Lead. Sindsdien heeft hij het concept verder verfijnd, met name in 2004 in Soft Power: The Means to Success in World Politics. Aanvankelijk was soft power, zoals Nye het opvatte, een reactie op de Britse historicus Paul Kennedy die in 1987 betoogde dat ondergang van de Verenigde Staten onvermijdelijk was. Voor Nye is Kennedy’s stelling onjuist, al was het maar om één conceptuele reden: aan het eind van de 20e eeuw is de macht gemuteerd. En macht kan vandaag niet op dezelfde manier worden geanalyseerd als in het jaar 1500, de datum die Robert Kennedy als uitgangspunt voor zijn denken heeft gekozen. Als we consequent zijn, kunnen we zeggen dat de Staat die de meeste pantserdivisies of kernkoppen kan inzetten, niet noodzakelijk de machtigste is. Vor Nye is er is dus geen achteruitgang, maar gewoon een paradigmaverschuiving.

Deze verschuiving in het begrip macht wordt mogelijk gemaakt door het begrip zelf van soft power. Soft power staat per definitie tegenover harde macht, dwingende kracht, meestal militair, maar ook economisch, waaronder het bezit van natuurlijke hulpbronnen. Soft power wordt niet gemeten in “wortels” en “stokken”, om een beeld te gebruiken dat de auteur dierbaar is. Strikt genomen is soft power het vermogen van een staat om van een andere staat te verkrijgen wat hij wil, zonder dat deze zich daar zelfs maar bewust van is (“Co-opt people rather than coerce them”).

Tijd om slim te worden ?

Geconfronteerd met de (vele) kritiek, met name op de concrete effectiviteit van soft power, maar ook op de evaluatie ervan, kiest Joseph Nye ervoor een nieuw concept te introduceren: smart power. Staatsmacht kan alleen zacht of hard zijn. Theoretisch kan men een staat niet als machtig bestempelen als die zijn soft power ontwikkeld heeft maar niet over de capaciteit beschikt zich, indien nodig, ook militair te verdedigen. Een dergelijke staat is hooguit invloedrijk, en nog binnen voor de hand liggende grenzen. Omgekeerd kan een staat met een aanzienlijke hard power militaire operaties doen slagen, bepaalde conflicten vermijden of zijn wil een tijdlang aan het internationale toneel opleggen, maar zal het moeilijk hebben om politiek munt te slaan uit deze “overwinningen”. Wat is dan nodig, volgens Nye? Logisch genoeg, een (slimme) mix van soft en hard power. Slimme macht, smart power.

Zijn laatste boek, The Future of Power, brengt Joseph Nye is geen revolutie in zijn analyse van het begrip macht. Men zou zelfs kunnen zeggen dat hij er genoegen mee neemt zijn stellingen te recapituleren en vooruit te blikken… In het eerste deel geeft hij uitvoerig zijn visie op macht in de internationale betrekkingen (hoofdstuk 1) en vervolgens probeert hij een onderscheid te maken tussen militaire macht (hoofdstuk 2), economische macht (hoofdstuk 3) en, uiteraard, soft power (hoofdstuk 4). Het tweede deel van het boek gaat over de toekomst van de macht (hoofdstuk 5), met name in het licht van de cyberevolutie (internet, cyberoorlog en cyberaanvallen door staten of vanuit de civiele samenleving, enz.) In zijn zesde hoofdstuk keert Joseph Nye opnieuw terug naar de kwestie van het Amerikaanse verval. Nye vindt niet dat hij daarover al alles gezegd of geschreven heeft en doet moeite om ons te overtuigen dat de ondergang van de Verenigde Staten verre van nakend is.

Naar het einde van de hegemonieën

En hij windt er geen doekjes om: het einde van de Amerikaanse hegemonie betekent niet de abrupte ondergang van deze grote mogendheid, die onder haar eigen gewicht zou bezwijken, of zelfs abrupt zou vallen. Het einde van de Amerikaanse hegemonie is eenvoudigweg het einde van het hegemoniale beginsel, ook al blijft het slecht gedefinieerd. Er zal geen Rome meer zijn, dat is een feit. Het verdwijnen van dit beginsel dat de internationale betrekkingen structureert, is het gevolg van de revitalisering van de internationale sfeer, die heeft geleid tot het ontstaan van nieuwe machtspolen die concurreren met de Verenigde Staten. Machtige staten beginnen nu hun stem te laten horen op het wereldtoneel, zoals Brazilië, Nigeria en Zuid-Korea, terwijl andere, zoals China, Japan en India, hun mars naar de macht voortzetten. Ondanks deze multipolariteit is de status bij uitstek van de Verenigde Staten niet in gevaar. Voor Joseph Nye is een achteruitgang op het schaakbord niet eens een mogelijkheid en de verschillende theorieën over de Amerikaanse ondergang zouden ons meer vertellen over de collectieve psychologie dan over de tastbare feiten die nog moeten komen. “Een vleugje pessimisme is nu eenmaal erg Amerikaans,” durft de auteur zelfs te ironiseren.

Zelfs China lijkt volgens hem niet in staat om de Verenigde Staten echt te verontrusten. Het Rijk van het Midden zal geen hegemoniale macht worden, zoals de immense rijken van de voorbije eeuwen. Volgens hem is de voornaamste reden hiervoor de interne Aziatische concurrentie, voornamelijk met Japan. Zo is “een verenigd Azië geen plausibele uitdager om de Verenigde Staten te onttronen”, zegt hij. Als de belangen van China en Japan elkaar uiteindelijk overlappen, zullen de twee intieme vijanden hun historische tegenstellingen niet kunnen overwinnen en zal China niet in staat zijn zijn macht ten volle op de Stille Oceaan te projecteren, zodat de Verenigde Staten manoeuvreerruimte overhouden. Dit denken houdt echter geen rekening met de onvrijwillige dimensie van een unie, bijvoorbeeld van culturele aard, door de beïnvloedingscycli die de geglobaliseerde cultuur mogelijk maakt. Ten slotte zal China moeten afrekenen met andere opkomende machten, zoals India. En al deze factoren zullen China, volgens Joseph Nye, niet in staat stellen een hegemoniale overgang in zijn voordeel te bewerkstelligen. Het zal de Verenigde Staten in de Stille Oceaan uitdagen, maar het zal geen echte oppositie op het internationale toneel zijn.

Energiestrategie in de 21e eeuw

Als het einde van de hegemoniale verschuivingen, en eenvoudigweg van de hegemonie, moet worden bevestigd als een nieuwe constante in de internationale betrekkingen, zal de 21ste eeuw de in termen van middelen en machtsvormen geen fundamentele verandering teweeg brengen. Het einde van de 20ste eeuw heeft reeds de pluraliteit van haar vormen aangetoond, zoals de aanzienlijke ontwikkeling van de soft power via de geglobaliseerde cultuur, en de hulpbronnen, met uitzondering van energiebronnen, zijn grotendeels bekend. Van nu af aan zal een grote mogendheid steeds meer als zodanig worden gedefinieerd door het goede gebruik, en niet alleen door het bezit, van haar middelen en invloedssferen. “Te veel macht, in termen van middelen, kan immers eerder een vloek dan een voordeel zijn, indien het leidt tot overmoed en onaangepaste strategieën voor de conversie van de macht vermogen”.

 Vandaar de noodzaak voor staten, met name de Verenigde Staten, om een echte machtsstrategie, of smart power, uit te stippelen. Een staat moet inderdaad niet kiezen voor één macht, maar voor macht in zijn geheel, in al zijn aspecten en met al zijn vectoren. Deze keuze om zijn macht te beheersen sluit niet uit dat een staat een beroep doet op andere naties. De tijd is gekomen voor samenwerking, zelfs coëxistentie, en niet langer voor solitaire invallen in de internationale sfeer. Zelfs de Verenigde Staten zullen niet langer in staat zijn hun macht ten volle uit te oefenen zonder de internationale en regionale organisaties te domineren, of zonder hun toevlucht te nemen tot bilaterale of multilaterale allianties. Zij moet een voorbeeld stellen door te zorgen voor de politieke articulatie van multipolariteit. Daartoe zullen de Verenigde Staten vooruitgang moeten boeken door de nationale samenhang te handhaven, ondanks de tegenslagen van de oorlog in Irak, en door de levensstandaard van hun bevolking te verbeteren, met name door de kindersterfte terug te dringen. Cohesie en levensstandaard worden door de auteur respectievelijk gezien als de garanten van een duurzame hard en soft power. Anderzijds kan immigratie, door verschillende waarnemers bestempeld als een Amerikaanse zwakte, voor de auteur een opportuniteit zijn omdat zij zowel een culturele mix als de verspreiding van de Amerikaanse droom onder de arme bevolkingsgroepen van de hele wereld mogelijk zou maken.

Daarentegen is China, ondanks zijn grote bevolking, niet fortuinlijk genoeg om meerdere culturen te hebben die elkaar wederzijds beïnvloeden om de culturele invloed te ondersteunen. De Amerikaanse soft power daarentegen heeft een hernieuwingspotentieel dat inherent is aan de immigratie van bevolkingsgroepen, terwijl “waarden een intrinsiek onderdeel zijn van het Amerikaanse buitenlands beleid” (p.218).

Deze waarden zullen onder meer dienen om “geglobaliseerde moslims” ervan te overtuigen de kant van de democratie te kiezen, in plaats van die van de islamitische staten. Evenzo moet de Amerikaanse economie, ondanks economische crises en vertragingen, zo niet een model blijven, dan toch stabiel blijven wat betreft haar productie, groei van het ondernemerschap en moet vooral de herverdeling van de rijkdom over het land verbeteren. Deze uitdagingen zullen ertoe leiden dat “de Verenigde Staten moeten herontdekken hoe zij een smart power kunnen zijn”.

De toekomst van macht volgens Joseph Nye

Joseph Nye’s boek, als het nieuwe elementen aanbrengt in de hedendaagse definitie van macht, laat ons ook een blik werpen op het standpunt van een Amerikaan – en niet zomaar een Amerikaan… – over de toekomst van de internationale betrekkingen. De auteur is zich ervan bewust dat “de eenentwintigste eeuw begint met een zeer ongelijke – evenwel voor de Verenigde Staten gunstige -verdeling van de middelen van de macht”. Hij staat echter kritisch tegenover het permanente verlangen naar controle van de Amerikaanse reus. Zeker, de strijdkrachten en de economie blijven een noodzaak voor de projectie van hard power, maar de tijd is rijp voor invloed. En deze invloed is, als zij gedeeltelijk cultureel is, ook politiek en multilateraal. Soft power vergt tijd om door te dringen, vooral wanneer zij raakt aan politieke waarden zoals democratie. Deze lange termijn is volgens Joseph Nye een garantie voor succes, in tegenstelling tot de dwingende pogingen door George Bush Junior, die niet begreep dat “nobele doelen verschrikkelijke gevolgen kunnen hebben”.

In dit streven naar democratisering en het delen van de Amerikaanse waarden zal de samenwerking tussen de staten een centrale rol spelen. Voor hem zijn de Verenigde Staten niet alleen een belangrijke speler, maar hebben zij bovenal een directe verantwoordelijkheid in de ontwikkeling van de wereld. Macht moet het namelijk mogelijk maken voor zijn belangen te strijden en tegelijk de grote uitdagingen van de 21ste eeuw aan te gaan die allen gemeen hebben, zoals  het onder controle houden van de politieke islam,  en de preventie van economische, gezondheids- en ecologische rampen. De Verenigde Staten zullen dus het hart van het internationale systeem blijven en, zo voegt Joseph Nye eraan toe, “de machtsverschuiving in de 21ste eeuw zien als het gevolg van een ondergang van de Verenigde Staten is onnauwkeurig en misleidend […] Amerika is niet in absoluut verval, en is voorbestemd om in de komende decennia machtiger te blijven dan welke andere staat ook”.

Hoe kunnen we dan de toekomst van de internationale betrekkingen volgens Joseph Nye samenvatten? De Verenigde Staten zullen niet in verval raken, China zal hen niet inhalen, andere landen zullen zich doen gelden op het wereldtoneel maar de uitdagingen en wisselvalligheden van de 21ste eeuw zullen de centrale status van de Verenigde Staten in de internationale samenwerking niet ondermijnen. Ligt, volgens de auteur, de toekomst van de macht dan niet al achter ons?

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2016/11/04/soft-power-hard-power-et-smart-power-le-pouvoir-selon-joseph-nye.html#more



Categorieën:Verenigde Staten

Tags: , , , , , ,