Goethe en de ondergang van de Europese cultuur

Nicolas Bonnal (2021)

Dat we in een periode van cultureel verval zitten, staat buiten kijf. Vergelijk het begin van de twintigste eeuw eens met het begin van deze eeuw.

Goethe werd geconfronteerd met de neergang van de literatuur: het lijkt erop dat dit genie ondergang van de literatuur na 1815 voorzag. Hij is niet de enige: Chateaubriand in de bewonderenswaardige slot van zijn Mémoires, Tocqueville, Musset elk op hun manier, en Edgar Poe die de heerschappij van het gepeupel (the mob) aankondigt in zijn Some Words with a Mummy.

In de monumentale Gespräche mit Goethe, opgetekend door diens vriend Eckermann, heeft Goethe het over nefaste invloed op lange termijn van Shakespeare’s genie. Domineerde Shakespeare inderdaad niet bijna de hele Engelse literatuur?

“Na het avondmaal bleef ik alleen achter met Goethe. Wij spraken over Engelse literatuur, over de grootsheid van Shakespeare, en over de benarde toestand van alle Engelse toneelschrijvers die na deze gigant kwamen. Geen schrijver met talent, zei Goethe,  kon om Shakespeare heen. Wie theaterstukken schreef moest Shakespeare’s werk wel bestuderen. Maar dat moest onafwendbaar leiden tot het besef dat Shakespeare de menselijke aard uitgeput had, in elke denkbare richting, in al haar diepten, in al haar verhevenheid, en dat hij hem, zijn nakomeling, helemaal niets meer te doen had gelaten. En waar zou de schrijver wiens ziel de onmetelijke en ontoegankelijke schoonheden van zijn voorganger had begrepen, nog de moed vandaan halen om de pen op te nemen?”

Shakespeare wierp zijn immense schaduw evenwel niet tot in Duitsland. Het was een kans voor Goethe en voor de fijne reeks Germaanse genieën geboren in de tijd van Napoleon (die Goethe als lezer en criticus bewonderde, hij sprak er vaak over met zijn gast):

“Vijftig jaar geleden, was ik in mijn dierbaar Duitsland meer op mijn gemak, mijn voorgangers brachten mij niet in verlegenheid; zij waren niet in staat indruk op mij te maken en mij tegen te houden. Daarom gaf ik weldra de Duitse literatuur op, hield op met haar te bestuderen en wijdde mij geheel aan het leven zelf en aan de schepping. Zo ontwikkelde ik mij geleidelijk op natuurlijke wijze en werd in staat tot werken die ik van tijd tot tijd met succes publiceerde. In deze parallelle voortgang van mijn leven en ontwikkeling was mijn idee van volmaaktheid nooit groter dan wat ik toen kon bereiken.”

En om uit te leggen waarom Duitsland in die tijd zoveel genieën kende: “Maar als ik in Engeland was geboren en als jongeman die voor het eerst de ogen opende, overweldigd geweest zou zijn door deze verscheidenheid aan meesterwerken, zou hun kracht mij hebben verpletterd en zou ik niet hebben geweten wat te doen. Ik zou elke lichtheid en moed hebben verloren, en ik het niet verder gebracht hebben dan eindeloos gepieker over een , lange aarzelingen, om een nieuwe weg te vinden.”

Dit is misschien een van de redenen voor de lange vitaliteit van de Franse literatuur, die Borges fascineerde: Frankrijk heeft nooit een genie gehad dat alle anderen overschaduwde. Geen Dante, geen Shakespeare, geen… Goethe. Want het Duitse verval is duidelijk na hem en de wonderbaarlijke romantische generatie (Hölderlin, Novalis, Schlegel, enz.) die ook de grootste filosofen heeft voortgebracht zoals Hegel en Schopenhauer. De negentiende is een lange literaire lijdensweg waarover Nietzsche in al zijn werk niet ophoudt te klagen, met beschuldigingen aan het adres van Bismarck, de Duitse eenheid, de pers, het nationalisme – en niet te vergeten het ontstaan van een zeer domme industriële samenleving. Het is waar dat het Duitse genie herboren wordt ten tijde van de oorlog, zowel literair (Mann, Hesse, enz.) als filosofisch (Heidegger, Spengler). Het zal een prachtige zwanenzang worden die overal in Europa te vinden zal zijn, vooral in Oostenrijk (het niet te onderkennen belang van de Joodse genieën). Nooit eerder hebben we zo geschitterd als aan het begin van de twintigste eeuw. En nooit zijn we zo doods geweest als nu.

Laten we teruggaan naar Goethe, het is nog steeds februari 1824:

“Vandaag, voor het avondmaal, nodigde Goethe mij uit voor een rit met de koets. Toen ik zijn kamer binnenkwam, leek hij zeer opgewekt.

Ik heb een zeer aangenaam bezoek gehad,” zei hij blijmoedig, “Een jongeman die mij hoopvol stemt, Meyer uit Westfalen, was voor u bij mij. Hij schrijf gedichten en ik denk dat we veel van hem kunnen verwachten. Hij is net achttien geworden en verrassend volwassen. Ik ben heel blij,” lachte Goethe, “dat ik vandaag geen achttien ben.”

Goethe verklaar de teloorgang van de Europese literatuur verklaart in een wereld waar enkel de literaire kwantiteit nog van tel is:

“Toen ik achttien was, was Duitsland ook achttien, en konden we iets doen; nu zijn onze eisen ongelooflijk, en we kunnen geen kant meer uit. Alleen Duitsland heeft in alle genres zo’n hoge vlucht genomen, dat onze blik nog nauwelijks alles kan overschouwen, en wij moeten daarnaast nog Grieks, Romeins, Engels en Frans zijn! En stuurt men ons nog naar het oosten. Waanzin! Hoe kan een jongeman hier niet van in de war raken? Om Meyer te troosten liet ik hem mijn kolossale beeld van het hoofd van Juno zien, als een symbool dat geruststelt bij de gedachte dat hij bij de Grieken kan blijven en toch vrede kan vinden. Hij is een praktisch ingestelde jongeman! Als hij voorzichtig is en zich niet laat afleiden, kan hij iets bereiken. Maar ik dank de hemel, zoals ik al zei, dat ik niet meer jong ben in zo’n gevorderde eeuw. Ik zou niet hier blijven.”

En de schrijver van Werther eindigt met op sublieme noot:

“En zelfs als ik naar Amerika zou willen vluchten, zou ik nog te laat zijn, want ook daar heeft de literatuur al een schitterende niveau bereikt.”

Ja, de Amerikaanse grootsheid was maar van korte duur (Hawthorne, Poe, Thoreau, Emerson, enz.). Daarna komen de bestsellers van het industriële tijdperk.

De bedenkingen van Goethe kunnen we aanvullen met een opmerkelijk essay van Tolstoj (die Shakespeare grondig verachtte) over het verval van de kunst, waarin wordt uiteengezet hoe de het onderwijs, de universiteit, de leraren, de kranten, critici, festivals, kortom alles erin geslaagd was tegen het einde van de negentiende eeuw het literaire genie van de kaart te vegen. In zijn prachtige essay over de geschiedenis zegt Nietzsche trouwens hetzelfde.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: «Là-bas aussi il fait déjà trop jour»: Goethe et le déclin de la culture européenne : Euro-Synergies (hautetfort.com)



Categorieën:Geen categorie

Tags: , , ,