Wat is een autochtoon Europeaan?

Antonin Campina (2021)

Volgens de Van Dale is een autochtoon een oorspronkelijke bewoner van een land die van oorspronkelijke bewoners afstamt. Deze definitie heeft het voordeel dat zij de grondslag van de inheemsheid correct weergeeft: de versmelting van afstamming en plaats. Het woord land is hier echter niet nauwkeurig genoeg en kan tot verwarring leiden.

Wat is een land? Het is gemakkelijk te begrijpen dat het om een grondgebied gaat, maar over welk grondgebied hebben we het? Een dorp en zijn omgeving, een provincie, een staat, een continent? Is een Franc-Comtois die in de Dauphiné woont een autochtoon? We zullen ongetwijfeld zeggen dat hij uit Frankrijk komt. Maar klopt dat, indien de voorouderlijke afstamming van deze Franc-Comtois geworteld is in een provincie die vóór 1678 niet Frans was? En dan, heeft Frankrijk zelf, met zijn wisselende grenzen, altijd bestaan? En als Frankrijk een recente creatie is, hoe kan een geslacht dat zijn oorsprong in de nevelen der tijden heeft, er dan wortel schieten? Conventionele grenzen en inheemsheid evolueren niet in hetzelfde tijdsbestek. In het algemeen zijn de door de mens getrokken grenzen (administratieve, politieke, provinciale, nationale, staatsgrenzen…) te willekeurig, verschuivend, vergankelijk, verward en recent om autochtoon te zijn om er echt van afhankelijk te zijn. Een Elzasser, bijvoorbeeld, is een autochtoon in het Romeinse Rijk in 212, een autochtoon van het Oostenrijkse Koninkrijk in de 6de eeuw, een autochtoon van Frankrijk vanaf 1648, een autochtoon van het Duitse Rijk in 1871, een autochtoon van Frankrijk in 1919, van Duitsland in 1940, en opnieuw van Frankrijk in 1945! In welk land zal hij autochtoon zijn  over een eeuw of twee komen? Her klopt dus iets niet.

Om deze moeilijkheid te overwinnen, moeten wij het begrip land vervangen door het begrip voorvaderlijk vaderland. Land is het product van de wisselvalligheden van de geschiedenis. Het voorouderlijk land daarentegen is het gebied waar de voorouders woonden, ongeacht de historische wedervaren die de naam van dit gebied veranderen, die het splitsen, of die het laten samensmelten met andere gebieden. Het doet er niet toe dat variabele staatsgrenzen het land waar de voorouders woonden toevallig opsplitsen: het voorouderlijk land bestaat op zichzelf als een ondeelbaar geheel, onafhankelijk van de menselijke wil. Bijgevolg kan, als wij de grenzen die door de geschiedenis zijn vastgesteld buiten beschouwing laten en als wij rekening houden met de grote intra-Europese migraties (die altijd min of meer hebben bestaan), het voorouderlijk vaderland van elke Europeaan, in levende herinnering, alleen maar Europa zijn. Europa is het gemeenschappelijk erfgoed van alle etnische Europeanen. En deze zijn, alvorens toevallig de geschiedenis van de inheemse volkeren van Frankrijk, Duitsland of Rusland te zijn, van nature inheemse Europeanen. Daarom stellen wij de volgende definitie voor: “Een autochtoon is een persoon die door afstamming afkomstig is van de voorouderlijke landen die hij of zij bewoont”.

Betekent dit dat er vandaag geen verschil is tussen de Europese volkeren? Natuurlijk niet. Wij wijzen er alleen maar op dat het Europese continent voor alle Europese volkeren hun voorouderlijke vaderland is, hun gemeenschappelijk vaderland (vaderland: van het Latijnse patria: “land van de voorvaderen”). Dit is des te noodzakelijker omdat de buitengrenzen van de Europese landen onder de klappen van de globalisering nauwelijks nog die naam waard zijn en de binnengrenzen (met name etnische) de volkeren van Europa verdelen. Zich inheems noemen in “landen” die geen echte “landen” meer zijn, en dat ook niet altijd geweest zijn, verzwakt ongetwijfeld het begrip inheems. Integendeel, het is veel nauwkeuriger en solider om zich een autochtone Europeaan te noemen van zo’n land (Frankrijk, Italië, enz.): het begrip inheemsheid is gebaseerd op het Europese voorouderlijke land (het Europese continent), het land dat altijd deel heeft uitgemaakt van het Europese volk dat het sinds onheuglijke tijden bewoonde.

Uit het bovenstaande kunnen we opmaken dat de uitdrukking “Inwoners van Frankrijk” aanvechtbaar is, ook al gebruiken we die soms gemakshalve. Om precies te zijn zou men moeten zeggen: “Inheemse Europeanen van Frankrijk” (d.w.z. “Inheemse Europeanen die wonen in de 551.500 km2 die het grondgebied dat tijdelijk Frankrijk wordt genoemd”). Vanuit dit gezichtspunt is een Spanjaard die in Frankrijk woont evenzeer een “inheemse Europeaan van Frankrijk” als een “inheemse Fransman” (net zoals een Fransman in Spanje een “inheemse Europeaan van Spanje” is). Opgelet: dit betekent niet dat een Spanjaard Frans!

Op dezelfde manier lijkt verkiezen wij de uitdrukking “Fransen van Europese afkomst” te vervangen door de uitdrukking “autochtone Fransen van Europese afkomst”. Dat sluit beter aan bij de historische realiteit en veegt het argument dat de Fransen “op een bepaald moment allemaal afstammen van immigranten” (Herve Le Bras) van tafel. Deze bewering is juist, zolang de immigrant wordt gedefinieerd in relatie tot de huidige grenzen, die per definitie tijdelijk en toevallig zijn. Vanuit dit arbitraire gezichtspunt zou een jonge schoorsteenveger uit Savoye als “immigrant” worden aangemerkt indien Savoye in 1860 niet aan Frankrijk was gehecht. Omgekeerd zouden Walen die aan het eind van de 19e eeuw in Frankrijk kwamen werken, niet als “immigranten” worden beschouwd als België na 1815 deel van Frankrijk was gebleven. Dit heeft natuurlijk allemaal geen zin. Het gaat niet om het juridisch-administratieve lidmaatschap op een bepaald moment, maar om het afstammings- en identiteitslidmaatschap. Over een “bepaalde tijdshorizon” (de laatste 50 jaar) zijn de “immigranten” allemaal, of slechts zeer weinig, autochtone Europeanen, telgen van het Europese Volk, met dezelfde Europese identiteitsachtergrond als de Fransen, en het is daarom dat “samenleven” mogelijk is geweest. Autochtonie te laten rusten op een onbetwistbaar “land” (het Europese continent) en op een onbetwistbare voorouderlijke weg (de Europese afstamming) zou eerlijker zijn en zou bij voorbaat de drogredenen weerleggen die de Grote Omvolking willen rechtvaardigen. Bovendien zou het de Europeanen verenigen die voor dezelfde omvolking staan en hun in eenzelfde beweging een echt vaderland teruggeven, zij het een dat moet worden herwonnen.

De natiestaten zijn smeltkroes geworden waarin de wereld wordt gegoten. De vaderlanden van weleer (“Frankrijk”, “Duitsland”, “Verenigd Koninkrijk”…) maken nu deel uit van de oude wereld. Het Europese autochtone karakter belooft nu al een krachtig en onontkoombaar referentiepunt van onze identiteit te worden. Als uitdrukking van het bestaansrecht van de Europese volkeren en tegelijkertijd als fundament waarop de Europese volkeren hun verscheidenheid kunnen beleven, sticht de Europese inheemsheid een nieuw vaderland en onthult zij een volk dat tot dusver door de omwentelingen van de geschiedenis verborgen was gebleven: het Grote Europese Volk.

Want als alle Europese inheemse volkeren hetzelfde “land van de vaderen” hebben geërfd, dan zijn zij allen broeders.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: http://www.autochtonisme.com



Categorieën:Identiteit

Tags: , , ,