Hulde aan Jean Haudry, voorbode van de Indo-Europese traditie

Frédéric Andreu-Véricely (2021)

Een hulde of eerbetoon is een verering van de ziel, of het is niets. Wat ik hier neerpen is des te spiritueler omdat ik professor Haudry slechts twee of drie keer heb ontmoet. Ik herinner me in het bijzonder een wandeltocht in het zuiden van Frankrijk, georganiseerd door de vereniging Terre et Peuple. Tijdens een wandeling over de paden van het Provençaalse hinterland waren wij, de jongeren die aan de tocht deelnamen, een en al oor als de professor over de Indo-Europeanen sprak. Een droog en dor landschap omringde ons, in tegenstelling tot het woud van de boeken waarin ik vaak verdwaalde!


Gedichten en romans zijn de mijlpalen langs mijn eerder literaire dan wetenschappelijke parcours. In die jaren nam de Indiase Samkhya – een van de prachtigste Indo-Europese werken – het grootste deel van mijn vrije tijd in beslag. Ik stuurde de professor enkele vragen en ben hem nog altijd dankbaar voor de tijd die hij uittrok om ze te beantwoorden. Zijn brief was zelfs beslissend voor de verderzetting van mijn onderzoek.  Het moet gezegd worden dat hij een onverwachte uitweg bood voor een oude en hardnekkige vraag, namelijk de oorsprong van de drie traditionele kleuren – wit, rood en zwart – die in Samkhya voorkomen.

 Professor Haudry was in zijn antwoord even hoffelijk als hij nauwgezet was in zijn taalkundige betoog.


Kortom, het antwoord van professor Haudry heeft mij aangezet tot een nieuwe fase in mijn onderzoeksproject. In het onontwarbare labyrint van oude teksten en archeologische rapporten, had ik nu eindelijk een rode draad. In India is er een overvloed aan overeenkomsten; ze allemaal nagaan is een werk van lange adem. Sommige Upanishads integreren de drie kleuren in meer of minder esoterische opvattingen over heilig vuur, water en voedsel; sommige yogascholen maken onderscheid tussen wit karma, goede daden, rood en zwart. Maar de toepassing op de guna’s van Samkhya leek mij het meest solide.

In Europa is de symboliek van kleuren beperkt tot sociale structuren. Wit codificeert de priesterlijke functie; rood de krijgersfunctie en zwart alle andere activiteiten die noch religieus noch met de krijgsfunctie te maken hebben.


Volgens Jean Haudry vinden deze kleuren hun oorsprong in de drie hemels van de Indo-Europeanen. Merkwaardige opvatting, die een revolutie van de gebruikelijke richtpunten vereist. Deze is pas mogelijk op de noordelijke breedtegraden, gekenmerkt door lange winternachten. De hemel daar wordt gezien als “draaiend” en niet als een statische ether. Wit komt overeen met de grote dag van het jaar die volgt op de lange kosmische nacht (de zwarte hemel); de derde hemel komt overeen met de reeks aurora’s die met een “rode hemel” worden geïdentificeerd.

De vergelijking tussen de hemelen en de guna’s is gerechtvaardigd op grond van de kleuren en het aantal. Op deze noordelijke breedtegraden schrijft de kosmische realiteit een binaire, zelfs een drievuldige verdeling van de wereld voor. Een lange dag volgt op een lange nacht.


Wij weten dat Georges Dumézil het bestaan van drie functies in de sociale structuur heeft vastgesteld, maar had hij deze kosmische realiteit voor ogen? Ik weet het niet. Zijn geschriften, waarin hij alleszins niet eenduidig alludeerde op mijn hyperboreale kosmogonie en heel weinig op kleuren, stuurden mij weer naar de Samkhya van India!

Het moet gezegd worden dat dit Indiase systeem, dat de systematische opsomming van de samenstellende elementen van het universum beoogt (dit is de eigenlijke betekenis van het woord Samkhya), niet aan de scherpzinnigheid van de meester kon ontsnappen. Naarmate de tijd verstreek, bleef ik nadenken over Samkhya en bepaalde mythen uit de traditie. Ik waagde het zelfs een vergelijking te maken tussen Samkhya en de Odysseus van Homerus! Deze ongebruikelijke en mogelijk onuitgegeven vergelijking stelde me in staat enkele verontrustende parallellen te ontdekken. In de Odysseus weeft koningin Penelope een lijkwade in de jammerende verwachting van Odysseus, die ten strijde is getrokken. Ik zag hierin een allegorie op de prakriti van de Samkhya, omdat Penelope een lijkwade weeft terwijl ze wacht op Odysseus, net zoals de Mula-Prakriti de substantie van de wereld voortbrengt; de ongemanifesteerde moedergodin maakt alle fysieke en psychische manifestaties mogelijk die ons omringen. Samkhya is een resolutiesysteem en de Manifestatie impliceert een “toeschouwer” genaamd Purusha teneinde zich bewust te worden van zichzelf.


Wie analogiën zoekt, vindt in de Odysseus een rijke bron.  Odysseus lijkt op Purusha: hoe langer hij rondreist en allerlei avonturen beleeft, hoe groter de heimwee.


Hij verlaat Calypso en andere liefhebbende wezens, zoveel stappen in het bevrijdingsproces, zoveel valse identificaties van de Geest met de Materie. De slachting onder de pretendenten lijkt een test de tweede functie. Bij gebrek aan de overige twee functies van de triade, is het echter onmogelijk om het schema van Dumézil te verifiëren!

Meer dan de talloze Indo-Europese mythes die onderhevig zijn aan tegenstrijdige interpretaties, leek Samkhya mij dicht bij de archaïsche opvatting van een kosmos als beeld van de waarheid waaraan Jean Haudry veel onderzoek gewijd heeft.


Samkhya wordt gezien als een systeem waarvan de sleutel niets anders is dan de waarneming zelf. Ik heb de indruk gekregen dat deze opvatting de overhand had gedurende de eerste periode voor er een priesterkaste was (période pré-sacerdotale), en dat zij later overschaduwd werd door een wereldbeschouwing onder invloed van dominante kasten uit latere tijden.


Een zogenaamd primitieve gemeenschap, zoals men die nog in sommige afgelegen delen van de wereld aantreft, heeft geen geestelijke kaste en de stamhoofden, waar zij bestaan, roterend. Het zijn geen kasten. Een religieuze kaste wijzigt de primitieve godsdienst altijd in haar voordeel en wel om een eenvoudige reden: deze kaste moet zich opwerpen als een onmisbare bemiddelaar tussen de godheid en het volk.


Op een of ander moment hebben alle volkeren deze ontregeling van de eerste magisch-religieuze functie en de daaruit voortvloeiende sociale anomalieën meegemaakt. Het conflict tussen farao Achnaton en de priesters van Amon is een emblematisch voorbeeld. In de geschiedenis kennen we slechts één zelfbenoemde “internationale clerus”, diegene die de ene ware God uitvond.

Kortom, oude mythen en legenden kwamen op mij over als een soort cryptische allegorie van het zelfbevrijdende, pre-klerikale proces van de wereld. Zij zijn de levende bron van de traditie. De rationaliteit van Samkhya is niet in strijd is met zijn archaïsche aard. Het tegendeel is waar: etnologen hebben aangetoond dat primitieve stammen een uiterst rationele voorstelling van de wereld hebben, waarbij wiskundige verhoudingen en filosofische voorstellingen niet ongewoon zijn. In tegenstelling tot de mythe van de goede wilde, produceren de “primitieven” wetenschappelijke modellen, maar zonder erin te geloven, in tegenstelling tot onze ontwikkelde samenlevingen.

Vervolgens heb ik gepoogd mijn vergelijkingen uit te breiden tot andere mythen en mythische thema’s in het Indo-Europese corpus. Het thema van het labyrint leek mij geladen met een andere allegorie van een wereld als beeld van de waarheid. De inspiratie is ook kosmisch: Theseus, winnaar van de Minotaurus, kan in zijn zoektocht de zon, en Ariadne de godin van de dageraad verpersoonlijken.


Ik stelde daarom voor om in het labyrint een symbolisch gebeuren te zien van de “doortocht van de winterduisternis”, het thema door Jean Haudry gereconstrueerd. Toen ik Homerus weer opende, bleek mij dat de stad Troje kon worden gezien als een symbolisch labyrint, en de schone Helena als de dageraad die wacht om bevrijd te worden…

In de Samkhya-visie of de cryptische versie daarvan, behield ik mij voor dat het universum door de Indo-Europeanen wordt waargenomen als een beeld van de waarheid. De kosmische cycli onthullen het dynamische mechanisme van de wereld dat in de guna’s is gevonden. Ik heb het idee laten varen dat het Ur-Volk de wereld opvatte als een soort kosmische Samkhya waarvan de sleutel tot oplossing niets anders is dan waarneming.


Oude mythen en legenden kwamen mij voor als een soort cryptische allegorie van dit beeld van de waarheid uit de eerste pre-klerikale periode. Zij zijn de levende bron van de zogenaamde “heroïsche” traditie. Ook al is deze heroïsche traditie thans in onze moderne samenlevingen stevig ingedommeld, toch is het opmerkelijk er sporen van terug te vinden in de verfilming van saga’s, zoals de Lord of the Rings!

De gelijkenissen die ik waarnam tussen mythen en systemen, succesvol of niet, hadden slechts één doel: de wereldbeschouwing van Indo-Europeanen reconstrueren. Zonder rekening te houden met de circumpolaire omgeving zou mijn werk indertijd louter giswerk zijn gebleven.


Gekenmerkt door de lange kosmische nacht, verklaart het noordelijke habitat veel: archaïsche kalenders, riten en feesten. In zuidelijker streken, in Rome of Athene, waar de riten niet langer deze realiteit weerspiegelden, werden zij omwille van de traditie nog steeds in acht genomen.


Ik heb wel bedenkingen geformuleerd bij de hypothese van Jean Haudry, van een septentrionale oorsprong van de Indo-Europeanen.  Oorsprong impliceert niet noodzakelijk een equivalent in de historische werkelijkheid. Is het noordpoolgebied de bakermat van het Ur-Volk of de bakermat van de mythe? Ik neig meer naar die laatste stelling.


Voor mij staat niet de feitelijke plaats van de oorsprong centraal (die overigens niet door de archeologie wordt bevestigd), maar de plaats waar de traditie deze oorsprong identificeert.


Van alle volkeren die ik heb kunnen bezoeken, beschouwt geen enkel de plaats waar het woont als de plaats van zijn oorsprong. Het paradijs is altijd nostalgisch, het komt van een ingebeelde plek die een metafoor is voor het spirituele elders. Ik denk dat de Indo-Europeanen geen uitzondering vormen. Het toeval wil echter dat de traditie gefascineerd is door het Noorden en dat de prinsessen in onze sprookjes vaak blond zijn. Moeten wij deze feiten, die herhaaldelijk voorkomen en talrijk zijn, ontkennen of er integendeel een religieuze bewijsvoering in zien? Ook zonder archeologisch bewijs, denk ik dat de vraag beantwoord is.


De Weltanschauung van de Indo-Europeanen houdt van het Noorden en dat is het belangrijkste. De kosmogonie van een grote kosmische nacht gevolgd door een dag is een van de ontbrekende stukjes van de puzzel. Wat de religie van de Indo-Europeanen betreft, ben ik nooit opgehouden de mythen in twijfel te trekken waarvan de dynamische visie van Samkhya mij een soort “ontcijfering” leek te geven.

De Samkhya van meester Kapila blijft inderdaad het enige mij bekende Indo-Europese systeem, waarin rechtstreekse waarneming de sleutel tot oplossing is. Er is geen geestelijkheid, geen priesterkaste voor nodig. Het boeddhisme is hiervan volgens mij het historische verlengstuk. Het Westen kent geen vergelijkbaar systeem, behalve een soort cryptische Samkhya in de Odysseus.


Waarom ook niet? Er wordt beweerd dat de Bibliotheek van Alexandrië vol stond met studies en commentaren over de Ilias en de Odysseus!

Ondanks mijn vergelijkingen ben ik er nooit in geslaagd de aard te achterhalen van de tussen Odysseus en het Samkhya-systeem. Is het gemeenschappelijke oorsprong of gaat het om antropologische constanten die we overal kunnen waarnemen?


Het idee van een gemeenschappelijke traditie neigt naar de eerste oplossing; de theorie van de monomythe, van Jospeh Campbell, naar de tweede.


Als de drie kleuren in Homerus konden worden waargenomen zoals in Samkhya, zou dat alles veranderen! Maar met speculeren komen we ook niet verder.


Wat valt er nog meer te zeggen over dit breedwaaierend onderzoeksterrein, behalve dat ik soms de indruk had aan een lange oversteek  begonnen te zijn. De vergelijker ziet aan de horizon van zijn geest eilanden die vaak niet meer dan luchtspiegelingen zijn! Gelukkig stellen de herauten van de traditie, Benveniste met de theorie van de vier cirkels; Dumézil met de drie functies, en Haudry met de circumpolaire oorsprong, ons vandaag in staat de essentie van de traditie te reconstrueren. Ongetwijfeld kunnen we dromen van de ontdekking van andere aspecten van de traditie? Zal een filoloog op een dag aantonen dat het verbuigingssysteem van de Indo-Europese taal in verband staat met de circumpolaire kosmogonie?

De levendige discussies met Jean Haudry en de ontdekking van zijn werk La religion cosmique des Indo-européens wierpen een nieuw licht op mijn onderzoek. Het wereldbeeld dat zo is ontstaan, zou ik als volgt willen samenvatten: “Het wereldbeeld van de Indo-Europeanen is dat van gecodeerd systeem, waarvan de oplossing in niets anders ligt dan in de waarneming zelf. De wereld wordt gezien als een beeld van de waarheid. De mundus indoeuropeanus is inderdaad geconstrueerd om overeen te stemmen met de vragende vormen van het individu. Het naadloze weefsel dat de vijf zintuigen met de wereld weven, veronderstelt een vooraf vastgestelde harmonische relatie, waarvan Samkhya ons de sleutel geeft. Maar Samkhya is ook en bovenal een pad van bevrijding. Deze visie aangaan zonder een bevrijdend doel is zinloos. Daartoe moet het cogito (ik denk)van de moderne mens plaats maken voor video (ik zie, ik neem waar) van de traditionele mens.

 
Video versus Cogito of Video, ergo cogito, zijn formules die ik vaak hanteer in mijn teksten.


In zijn artikel over het heidendom schrijft Alain de Benoist: “Voor mij is het zicht het belangrijkste zintuig”. Het is in die zin dat mijn motto moet worden begrepen. De Indo-Europese religie is een religie van het zien en daarom is de term veda, waarmee in India de vier boeken der kennis worden aangeduid, gebaseerd op de stam vid-, die naast weten ook zien betekent.


Het primaat van het zien is niet universeel. Het jodendom bijvoorbeeld is opgebouwd rond een heel ander tropisme, waarbij het horen boven het zien staat.

Wat de moderne mens betreft, zou ik zeggen dat hij wel hoort maar niet luistert, dat hij naar de wereld kijkt maar haar niet ziet. Zijn wereld is lichamelijk vertroebeld door de techno-wetenschap en geestelijk door aftandse ideologieën. Zijn kosmos lijkt niet meer op dit beeld der waarheid van de oude Indo-Europeanen maar op een geestelijke woestijn. Het is onze taak ons de sporen te onderzoeken die de verdwenen goden hebben achtergelaten. Dat kunnen we enkel aan de hand van de traditie.

Mijn extra muros studie over Samkhya heeft uiteindelijk vooral beleefd sarcasme uitgelokt. Ik denk dat de parallel die ik probeerde te trekken tussen Samkhya en de Odysseus te barok was. De verwijzingen naar de La religion cosmique des Indo-Européens  van Jean Haudry , die overal in mijn studie voorkomen, hebben ook niet bepaald in mijn voordeel gewerkt. Ik heb mijn zaak dan nog verergerd door het verslag van mijn fietsreis op te dragen aan Jean Haudry. Deze Vélodyssée en terres nordiques werd in een uitzending van TV Libertés voorgesteld.

Enige tijd voor mijn onderzoek naar de Indo-Europeanen werd het  des Etudes Indo-européennes opgedoekt. Het gebrek aan een instituut met zijn gespecialiseerde bibliotheek, bemoeilijkt het onderzoek. Ik weet niet precies wat voor ideologische schermutselingen aan deze beslissing voorafgingen, maar het resultaat is betreurenswaardig.

Tegenstanders verweten het door  Jean Haudry in Lyon opgerichte instituut een gebrek aan wetenschappelijke nauwkeurigheid maar dat is weinig geloofwaardig. Wellicht hebben de politieke opvattingen van Haudry een rol gespeeld. Persoonlijk kan het mij weinig schelen of de iemand rechts of links is of hij een communist of een fascist is, een moslim, een jood of een christen. Emile Benveniste, een van de grote onderzoekers van de Indo-Europese traditie, was trouwens joods.

Ik ben getroffen door het sectarisme van mijn tijd. De Franse universitaire microkosmos ontsnapt er niet aan, integendeel. En veel profs verwarren het overbrengen van kennis met politieke propaganda. Dit is niet het geval met Jean Haudry, die wetenschap en politiek keurig van elkaar gescheiden houdt.


Wanneer Jean Haudry in het openbaar standpunten inneemt tegen de globalisering en de massa-immigratie, heb ik daar geen probleem mee, want een professor is ook iemand die – in de oorspronkelijke betekenis van het woord – de dingen zonder omhaal zegt.

Wanneer hij ons verzekert dat het euroglobalisme geen toekomst heeft, bedoelt Haudry dat de ongebreidelde vooruitgangswaanzin op een dag plaats zal maken voor traditie, dat de mensenrechtenideologie op een dag plaats zal maken voor het recht van alle volkeren om naast elkaar te leven.

Als de traditie achter ons ligt, ligt zij ook voor ons. We kunnen zelfs dromen van een alliantie tussen de meest archaïsche traditie en de meest futuristische techno-wetenschap. Deze versmelting zou een nieuwe esthetiek opleveren, een verhouding tot de wereld die zowel nieuw als archaïsch is, en die we reeds in een aantal SF-werken terugvinden.

Het archeofuturisme heeft trouwens al een profeet met Guillaume Faye. De werken van Jean Haudry zijn een vruchtbare bron voor een archeofuturistische wereldbeschouwing.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: Euro-Synergies : Rechercher – hommage à Jean Haudry (hautetfort.com)



Categorieën:Traditie

Tags: , , , , ,