Europa, GAFAM en de onmacht van reguleringsdrang

Charles Thibout (2021)

Europa blijft schitteren door afwezigheid in het lijstje van openbare en particuliere machten die uit de derde technologische revolutie zijn voortgekomen. Aangezien zij de Europese Unie op dat niveau weinig te bieden heeft, tracht ze een van moderne rollen van de overheid nieuw leven in te blazen: regulering. De twee richtlijnen die de Europese Commissie bekendmaakte – de DSA (Digital Services Act) en de DMA (Digital Market Act) – zijn bedoeld om de digitale markt te reguleren en de misbruiken van de grote techbedrijven aan banden te leggen. Zijn deze teksten een voorbode van de opkomst van de Europese Unie als digitale regelgevende macht?

Zodra het gaat om de grote transnationale digitale ondernemingen, met name die van Amerikaanse (GAFAM) en Chinese (BATHX) oorsprong, zit Europa, d.w.z. hier de instellingen van de EU en haar lidstaten, verstrikt in een web van tegenstrijdigheden. Toch zijn de verklaringen van de Europese leiders (bijna) eensluidend: deze ondernemingen zouden de endogene groei van de EU afremmen en haar “soevereiniteit”, of althans haar onafhankelijkheid, ondermijnen.

Digitale soevereiniteit door digitale regelgeving

Om deze situatie te verhelpen wordt gehamerd op één, magisch sleutelwoord: regulering, d.w.z. de omkadering door min of meer bindende normatieve instrumenten van een markt die geacht wordt tekort te schieten. Zo heeft de Europese Commissie, via de Digital Market Act (DMA) en de Digital Services Act (DSA), haar bereidheid getoond om de macht van deze ondernemingen tegen te gaan door hun machtspositie aan te vallen (dit is de quasi-idiosyncratische bekommernis om een vrije en onvervalste concurrentie die de “Brusselse machine” dierbaar is). Afgezien van de markt heeft de Commissie ook belangstelling voor de openbare ruimte die wordt gevormd door deze platforms, die weliswaar een belangrijke rol hebben gespeeld bij de democratisering van de informatie en de toegang tot informatie, ondanks alle reële en verontrustende problemen die zij op andere vlakken hebben veroorzaakt.

Innovatiedeficit

Zijn de door de Commissie overwogen maatregelen nuttig, noodzakelijk of zelfs doeltreffend? Laten we allereerst erkennen dat zij ambitieus zijn en contrasteren met bepaalde standpunten uit het verleden. Ambitieus, zolang het gaat over de verplichtingen inzake interoperabiliteit van platforms en de overdraagbaarheid van met name professionele gebruikersgegevens, die in hun huidige vorm in de DMA worden geregistreerd. Dit alles wekt interesse. Het is echter niet zeker dat hiermee het probleem van het innovatiedeficit van de Europese ondernemingen en de slechte technologische prestaties van het continent is opgelost. Het valt ook te betwijfelen of de controle- en sanctieprocedures waarin de twee teksten voorzien, ooit zullen worden voltooid, gezien de technische en geopolitieke moeilijkheden waarop zij zullen stoten.

De DSA is over het geheel genomen redelijker en evenwichtiger dan sommige van de wetgevingsavonturen die wij in het verleden hebben meegemaakt – en die bepaalde nationale meerderheden met verve blijven propageren. Laten we vooral niet vergeten dat in artikel 14 over kennisgevings- en actiemechanismen geen precieze termijnen voor de verwerking van waarschuwingen worden genoemd: dit is een welkome keuze van de Commissie. Anders zouden we, gezien het aantal kennisgevingen dat bij de ondernemingen binnenkomt en de korte tijd die beschikbaar is om deze te verwerken, onvermijdelijk in de richting gaan van a priori censuurprocedures door de platforms, wat een ernstig probleem zou vormen voor de vrijheid van meningsuiting en de democratie.

Censuur

Voor de vrijheid van meningsuiting, aangezien deze bedrijven gedwongen zouden zijn de facto censuur uit te oefenen, hetgeen volstrekt willekeurig en ongetwijfeld onevenredig is, in die zin dat zij geen andere keuze zouden hebben dan inhoud die gemeld werd als zijnde in strijd met de wet, te verwijderen – of zelfs de account van een gebruiker op te schorten – gewoon omdat zij geen tijd hebben om aan de wetgeving te voldoen. Gelukkig wordt deze tijdslimiet niet vermeld. Dit betekent echter niet dat al deze risico’s zijn uitgesloten, want ondanks alles krijgen deze platforms een bevoegdheid die van oudsher toekomt aan de rechterlijke macht, die, laten wij dat niet vergeten, de hoeder is van de individuele vrijheden en derhalve een van de pijlers van de democratie. Deze privatisering, het onttrekken van de rechtspleging aan de lidstaten en de censuurbevoegdheid zijn echter het enige waarop het juridische bouwwerk van de DSA is gebaseerd: het lijkt bijgevolg noodzakelijk zorgvuldig na te denken over de veranderingen die dit voor onze instellingen zou betekenen.

Op een schijnbaar paradoxale wijze zien de lidstaten hun bevoegdheid om de grondrechten van de burgers aan te tasten toenemen, doordat hun bewakings- en controlebevoegdheden verankerd worden. In artikel 7 van de DSA is zeker bepaald dat “voor dienstverleners die als tussenpersoon optreden geen algemene verplichting geldt om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die op illegale activiteiten duiden”. Zoals Marc Rees voor NextINpact echter terecht opmerkt, zal veel afhangen van de wijze waarop de nationale overheden de term “wijdverspreide monitoring” interpreteren. Temeer daar in overweging 28 op zeer technocratische wijze duidelijk wordt gemaakt dat het verbod van algemeen toezicht “geen betrekking heeft op de toezichtverplichtingen die in een concreet geval van toepassing zijn, en met name niet in de weg staat aan verbodsbepalingen die de lidstaten op grond van de nationale wetgeving uitvaardigen”. De EU blijft een intergouvernementele organisatie; regeringen weten nog steeds hoe zij hun voorwaarden moeten opleggen wanneer hun belangen op het spel staan.

Een geopolitieke uitdaging voor de Verenigde Staten

Meer in het algemeen en enigszins contra-intuïtief, lijkt de ambitie van deze teksten buitensporig. Zij lijken zich volledig te onttrekken aan een centraal element van de context: de druk die de Amerikaanse macht uitoefent op het Europese besluitvormingsproces – getuige de pathetische episode van de trans-Atlantische crisis rond de stationering van 5G-apparatuur van Huawei. Met andere woorden, het is onwaarschijnlijk dat Washington deze bepalingen zal verwelkomen die, althans in beginsel, neerkomen op een ondermijning van de economische ontwikkeling, de technologisch-wetenschappelijke superioriteit en het vermogen van de Verenigde Staten om zich op de rest van de wereld te projecteren.

De grote Amerikaanse technologiebedrijven vormen een onontkoombare machtshefboom voor de Verenigde Staten, die brutaal zou kunnen reageren op elke poging om deze bedrijven te dwarsbomen. Tegelijkertijd openen de algemene en vooral technologische opkomst van China en de soms tegenstrijdige strategieën van Amerikaanse bedrijven met de nationale belangen van hun thuisland een historische kans voor de Europeanen om hun betrekkingen met de Verenigde Staten opnieuw in evenwicht te brengen en misschien hun autonomie terug te winnen.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://chronik.fr



Categorieën:Europese Unie

Tags: , , , , ,