De gehoornde God van de Indo-Europeanen

Thomas Ferrier

De “gehoornde god” is wellicht een van meest complexe en minst bestudeerde godheid uit het proto-Indo-Europese pantheon. Toch is deze god niet onbelangrijk, ook al is zijn belang niet te vergelijken met dat van de god van het onweer. Hij strijdt vaak samen met deze maar ook tegen hem.  Zijn aanwezigheid is bij bijna alle Indo-Europese volkeren vastgesteld met als opmerkelijke uitzondering de Duitsers, hoewel het, zoals we zullen zien, mogelijk is het te traceren. De oorspronkelijke naam was waarschijnlijk *Pauson, “degene die leidt”. Afgebeeld met twee horens, kreeg hij toen bij sommige volkeren de bijnaam van “gehoornde” god.

Bij de Grieken was het equivalent van *Pauson de god Pan. Zijn naam, die niet “allen” betekent, zoals een populaire etymologie suggereerde, stamt rechtstreeks af van zijn Indo-Europese voorvader. Pan wordt terecht gehoornd afgebeeld met bokkenpoten. Hij was de god van de kuddes, die hij beschermde tegen wolven. Dit is een van zijn oudste rollen. Hij zou afkomstig zijn uit Arcadië, een heuvelachtige streek waar hij vereerd werd door de herders van de Peloponnesos. Het woord “paniek” is ook afgeleid van Pan, die het vermogen bezat om vijanden angst aan te jagen.

Pan was niet de zoon van eender welke godheid god. Hij was de zoon van Hermes, met wie hij ook overeenstemmingen vertoont. Zoals zo vaak bij de Grieken kan eenzelfde Indo-Europese god vele gedaanten aannemen. Zo werden Eos en Aphrodite of Helios en Apollo verward. De eerste droeg de oorspronkelijke naam, de tweede die van een epiklese die zelfstandig werd. Pan en Hermes zaten in dezelfde situatie. Hermes vertegenwoordigde grotendeels de rol die de Grieken aan zijn zoon zouden toebedelen. Hij was de god van de wegen en hij was ook een herder. Er wordt gezegd dat hij in zijn jonge jaren de kudde stal waarover Apollo moest waken. Hij was de god van de dieven en tegelijkertijd de god die beschermde tegen diefstal. Hij was ook de bewaker van de grenzen, vandaar zijn afbeelding in de vorm van een grenspaal, net als de Latijnse god Terminus. Hij was ook de god van de handel en de ruil, de beschermer van de kooplieden. Tenslotte was Hermes een psychopomp, een god die de zielen van de doden naar de Elysische velden of naar het duistere rijk van Hades.

In India is Pusan de tegenhanger van Pan. In tegenstelling tot Pan, had Pusan al zijn voorrechten behouden. Hij was een psychopompe god, die zielen naar Yama bracht. Hij beschermde de reizigers tegen rovers en wilde dieren. Deze god bood aan hen die hij waardeerde zijn bescherming en de rijkdom die gesymboliseerd werd door het bezit van kudden. Zijn wagen werd getrokken door geiten, weer een dier dat in verband wordt gebracht met de Griekse Pan.

De Latijnse god Faunus, die later niet voor niets met Pan werd geassocieerd, beperkte zich tot het beschermen van kudden tegen wolven, vandaar zijn bijnaam Lupercus (vermoedelijk “wolvendoder”), terwijl Mars juist de beschermer was van deze roofdieren. Zijn rol was dus van ondergeschikt belang. Terminus was de god van de wegen en Mercurius de Romeinse god van de handel. Mercurius was een neologisme, vertrekkende van de stam *Merk-.Faunus was ook de god van de wilde dieren, naast Silvanus, de god van de wouden.

De Litouwse god Pus(k)aitis tenslotte was de beschermgod van het land en de koning van de ondergrondse wezens, een gevallen avatar van een grote Indo-Europese godheid, maar die zijn rol als bewaker van de wegen en dus van de grenzen had behouden.


De andere Indo-Europese volkeren daarentegen behielden wel de functie van deze god, maar vergaten zijn naam. De Kelten noemden hem Cernunnos, de “gehoornde” god. Als zodanig was hij de god van de rijkdom der natuur, de meester van zowel wilde dieren als van het vee, de gids van de doden en een god met magische krachten. Hij had zijn heilige kunst aan de druïden onderwezen, vandaar dat hij in Gallië alomtegenwoordig was. Bij de Germanen was hij bekend onder de naam Herne. Afgebeeld met een gewei en niet met hoorns, was hij de belangrijkste god na Taranis en Lugus. In Bretagne en Ierland daarentegen ontbrak hij volledig. Zijn verering is aan deze kant van het Kanaal gebleven. Bij de Hettieten was de gehoornde god Kahruhas zijn strikte equivalent, maar onze kennis over hem is zeer beperkt.

De Slavische godenwereld draaide vooral rond Perun, meester van het onweer en oorlogsgod, en Volos, god van de kudden. Hoewel Volos niet voorkomt in het officiële pantheon van Kiev dat door Vladimir in 980 werd opgericht, bleef zijn rol in de gedaante van de heilige Basilius (Vlasios) bestaan toen de Roes zich tot het christendom bekeerde. Hij was met name de god die vereerd werd op de markten, een centrale plaats in het publieke leven, vandaar dat het Rode Plein in Moskou tot op de dag van vandaag aan Basilius is gewijd. Volos was niet alleen de god van de kuddes. Hij was de god van de doden, die hij naar Nav leidde, het rijk van de doden. De Slavische traditie lijkt ook wel een hellegod, Viy, te kennen. Hij bracht rijkdom en voorspoed, en vruchtbaarheid aan de vrouwen. Als god van de magie was hij de god van de Slavische priesters, de Volkhvy, ook al waren zij belast met het eren van alle goden. Perun en Volos stonden vaak tegenover elkaar, waarbij de god van de donder niet aarzelde hem neer te slaan omdat Volos niet per se een goedaardige god was, en de traditie beschuldigde hem ervan de kudde van Perun te hebben gestolen. Sommige verwarringen maken van hem een avatar van Zmiya, de boze slang die de hemelse wateren tegenhield, in de Slavische wereld een draak die door de bijl van Perun werd verslagen, net zoals Jǫrmungandr door Thor werd gedood in de Scandinavische mythologie.

In de Germaanse wereld komt geen enkele god echt overeen met de Indo-Europese *Pauson. De Germaans-Scandinavische wereld draaide niet rond het houden van vee, en over de handel waakte Odin. Wotan-Odhinn, de grote Germaanse god, had inderdaad functies overgenomen van Tiu-Tyr (als god van de hemel en koning van de goden), Donar-Thor (als god van de oorlog). Er was zeker een Hermod, wiens naam dicht bij die van Hermes ligt, die was enkel de boodschapper van de goden. Maar het is ongetwijfeld Freyr, aan wie het everzwijn gewijd was, die van alle bekende Germaanse goden nog het dichtst bij  *Pauson lijkt te staan. Freyr is de tweelingbroer van Freyja, de godin van de liefde, en belichaamt de vruchtbaarheid in al haar vormen. Freyr is echter ook begaan met magie. Toch staat hij niet bekend als een psychopomp, niet bijzonder toegewijd aan de handel, noch aan het beschermen van kudden. Wotan-Odhinn was ook hier ongetwijfeld de gids van de doden, hetzij in Helheimr, voor gewone mensen, hetzij in Valhöll, voor helden die in de strijd waren gesneuveld. Het proto-Germaanse *pauson is wellicht verdwenen en zijn functies door de andere goden overgenomen.


*Pauson was dus een veelzijdige god. Als een god van de wegen, een “gids”-god, wat zijn naam schijnt te betekenen, begunstigde hij alle vormen van reizen, wegen maar ook grenzen en handel. Hij was ook de god van de wilde dieren en kudden, die hij door de groene weiden leidde. Hij leidde zelfs dode zielen naar de onderwereld en bracht de boodschappen van de goden over aan de mensheid, hoewel deze rol van boodschapper gedeeld werd met de regenbooggodin *Wiris (Litouws Vaivora, Grieks Iris). Hij was een god die de paden van de menselijke gedachte beheerste. De Grieken maakten van Hermes dus een scheppende god en zelfs de god van de theoretische intelligentie naast Athena en Hephaestos. Zij schreven hem de uitvinding van het schrift en zelfs muziek toe. Het is logisch dat hij een magiër is, in staat tot alle trucs en plannen, waaronder het inbreken bij Typhon om de goddelijke enkels van Zeus terug te vinden of Ares te bevrijden die gevangen zat in een vat dat bewaakt werd door twee reuzen. In de gedaante van de Romeinse Mercurius, hand in hand met Mars, belichaamt hij uiteindelijk de macht die door de handel wordt gegenereerd, een bron van vrede en welvaart voor de stad evenzeer als voor de legioenen aan haar grenzen.

Hij was zo belangrijk dat de christenen zijn dood aankondigden, “de grote Pan is dood”, om aan te geven dat de tijd van het heidendom voorbij was. Maar de verering van Pan bleek moeilijk uit te wissen: de christenen maakten hem tot hun gehoornde duivel met bokkenpoten. Hij behield dus zijn rol als god van de doden, maar enkel voor de zondaars.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: http://thomasferrier.hautetfort.com



Categorieën:Mythologie

Tags: , , ,