Extraterritorialiteit van het recht van de VS: wat moet Europa doen?

Christopher Coonen (2021)

Nu de de Biden-administratie haar regeringswerk in de Verenigde Staten aangevat heeft, keert een strategische kwestie terug naar het centrum van de trans-Atlantische betrekkingen: de extraterritorialiteit van het Amerikaanse recht en, de facto, de illegitimiteit ervan.

Ironisch genoeg begint dit verhaal in 1977, toen het Congres de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) aannam om de frauduleuze praktijken van bepaalde Amerikaanse bedrijven bij de gunning van internationale contracten of opdrachten te bestrijden en te bestraffen. Sindsdien is deze wet geëvolueerd zodat Verenigde Staten de mogelijkheid hebben normen vast te stellen die van toepassing zijn op niet-Amerikaanse natuurlijke personen of rechtspersonen op hun eigen grondgebied. Deze praktijk is in de loop der tijd verrijkt door de Helms-Burton en D’Amato-Kennedy- wetten en de International Traffic in Arms Regulations (ITAR).

Deze bieden de Amerikaanse autoriteiten, met name het Department of Justice (DOJ) en de Securities and Exchange Commission (SEC), de mogelijkheid sancties op te leggen aan ondernemingen die zich, ogenschijnlijk schuldig hebben gemaakt aan internationale corruptiedaden die verband kunnen houden met de rechtsmacht van de Verenigde Staten. Het kan gaan om een notering van de onderneming op de effectenbeurzen NYSE of NASDAQ, de transit van e-mailverkeer of gegevens via in de VS gevestigde servers, of zelfs een eenvoudige betaling in dollars of zelfs een heimelijke valuta-effecten bij een financiële transactie.

Iedereen weet nu dat extraterritorialiteit een juridisch, maar vooral een geopolitiek, diplomatiek en economisch instrument is dat zijn weerga niet kent en dat tot nu toe alleen de Amerikanen bezitten, die het gebruiken voor zuiver hegemoniale doeleinden inzetten, andere landen de toegang tot bepaalde markten te ontzeggen, waarbij het opleggen van extraterritorialiteit van Amerikaans recht  een formidabel concurrentievoordeel bljkt. De VS beschikken immers ook over een geducht wapen in de vorm van de dollar: op wereldschaal wordt de helft van alle handel in USD gevoerd, 85% van de valutahandel omvat de dollar, 75% van de 100-dollarbiljetten zijn in omloop buiten de Verenigde Staten, en de dollar is nog steeds goed voor 60% van de deviezenreserves van de centrale banken; opgemerkt zij dat de euro een sterke tweede plaats inneemt met 20% van deze reserves (bron: IMF). 

De Verenigde Staten besluiten unilateraal en volledig straffeloos om een andere staat of persoon te verbieden handel te drijven met een derde staat, zoals thans het geval is met Iran en zoals in 1996 het geval was met Cuba. Met de dreiging van torenhoge boetes en uitsluiting van de Amerikaanse markt. Dankzij deze wetten hebben de Verenigde Staten met ongeziene sancties verschillende Europese ondernemingen getroffen: Siemens, Technip, Alstom, Daimler en BNP Paribas met een recordboete van 8,9 miljard dollar in 2015. In 2018 moest Sanofi een boete van meer dan 20 miljoen dollar betalen in het kader van de FCPA. In de laatste zaak tot dusver werd Airbus veroordeeld tot het betalen van een boete van 3,6 miljard dollar in 2020.

Deze door de Verenigde Staten genomen maatregelen zijn uiteraard betwistbaar uit hoofde van het internationaal recht, omdat zij de jurisdictie van hun wetten uitbreiden tot elk ander land. Dit is in feite misbruik van een machtspositie, aangezien de omvang van de Amerikaanse markt Washington in staat stelt politieke en economische chantage uit te oefenen. Om terug te komen op het Iraanse voorbeeld: sancties hebben een directe invloed op de soevereiniteit van alle derde staten. Met inbegrip van supranationale entiteiten zoals de Europese Unie: die worden gedwongen sancties op te leggen waar zij zelf niet om vroegen en die meestal tegen hun belangen indruisen. De volledige terugtrekking van Total uit de gasvelden van Zuid-Par ten gunste van de Chinezen is hiervan het meest perfecte voorbeeld.

Daartoe en als reactie op de herinvoering van de VS-sancties tegen Iran heeft de Europese Unie een mechanisme van betaling door compensatie opgezet dat bekend staat als “INSTEX”. Deze financiële regeling zou transacties van elke band met het monetaire systeem van de VS isoleren zodat geen enkele transactie aan VS-sancties wordt blootgesteld. In theorie zou het Europese bedrijven uiteindelijk in staat kunnen stellen vrij handel te drijven met Iran. In de praktijk lijkt het vandaag echter weinig invloed te hebben, aangezien het slechts zeer sporadisch en enkel voor ruilhandel werd gebruikt. Om hun rol in de internationale handel te behouden, hebben Europese bedrijven er tot dusver de voorkeur aan gegeven de Amerikaanse sancties na te leven. En zij vrezen ook een gebrek aan belangstelling van Amerikaanse of buitenlandse investeerders, die wel eens goed vertegenwoordigd kunnen zijn in hun aandeelhoudersbasis.

Europese wetten daarentegen verbieden Amerikaanse ondernemingen alleen fusies en overnames aan te gaan die een directe impact hebben op de Europese markt en de Europese concurrentie. Dit was het geval in 2001 tussen General Electric en Honeywell. Wanneer vonnissen worden geveld, worden zij op dezelfde wijze geveld als tegen Europese ondernemingen, zonder gedifferentieerde behandeling. En ze voorzien niet in sancties. Het effect ervan is derhalve beperkt, evenredig en in overeenstemming met het internationale recht.

Ook op dit gebied moet Europa ophouden met zich te laten sollen, moet het niet langer de vazal van de Verenigde Staten zijn en moet het een grote sprong voorwaarts maken. Het heeft verschillende opties om dat te doen.

Europa kan een gelijkwaardig juridisch arsenaal opzetten – een Europese FOCA – waarmee Amerikaanse rechtspersonen of natuurlijke personen kunnen worden bestraft en Europese bedrijven en personen kunnen worden beschermd tegen extraterritoriale boetes of sancties aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.

Zij moet ten volle gebruik maken van de DPMR, die de gegevens van Europese rechtspersonen of natuurlijke personen beschermt en zo de extraterritorialiteit van de Amerikaanse wetten omzeilt, en de door het Congres aangenomen Cloud Acts I en II dwarsbomen: deze geven Amerikaanse bedrijven toegang tot gegevens van Europese gebruikers, met name in de digitale sector. Gezien de overweldigende marktaandelen van de GAFAM’s, en het toenemende belang van gegevens die onder de VS-wetgeving vallen, is het dwarsbomen hiervan noodzakelijk en zou dat van gezond verstand getuigen.

Tenslotte moeten Europa en de Europese ondernemingen druk uitoefenen via hun handelstransacties door te eisen dat contracten in euro’s worden afgerekend in plaats van in dollars.

Het is dus niet langer een kwestie van “kunnen doen”, maar van willen en moeten, kortom van een plicht. Europa moet zich wapenen en zijn soevereiniteit tonen, en de officiële verklaring van de 46e President van de Verenigde Staten om opnieuw een multilateraal en evenwichtig buitenlands beleid met zijn transatlantische bondgenoten te voeren, zeer letterlijk op te nemen. Als Biden het ernstig meent en het niet om holle frasen en intentieverklaringen gaat, dan kunnen wij ons met recht en rede beroepen op wederkerigheid als het eerste teken van respect. 

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://geopragma.fr



Categorieën:Europese Unie, Geopolitiek

Tags: , , , ,