Amerikaanse sancties tegen Iran vergroten de invloed van China in Centraal-Azië

Paul Antonopoulos (2021)

Sancties zijn een geducht wapen geworden dat Washington inzet om de druk op China te handhaven en Iran onder de knoet te houden. De Verenigde Staten, die zowel Iran als China haten, voeren een oorlog op twee fronten met sancties en economische druk. Hoewel dit twee afzonderlijke kwesties lijken te zijn, treffen de sancties tegen Iran ook Peking, zijn voornaamste handelspartner.

Er is echter ook een grote tegenstrijdigheid in het sanctiebeleid van Washington tegen Iran, vooral met betrekking tot Centraal-Azië.

Teheran is onderworpen aan een Amerikaans sanctieregime dat sinds het succes van de Iraanse revolutie in 1979 gestaag is toegenomen. De komst van Donald Trump in het Witte Huis in 2016 betekende een duidelijke intensivering van de sancties tegen Iran en een nieuwe handelsoorlog tegen China. Met de uitstap van Washington uit het Iraanse nucleaire akkoord in 2018 wilden de Verenigde Staten de export van de Islamitische Republiek volledig onmogelijk maken. Belangrijker nog is dat Washington andere landen wilde verbieden Iraanse energie in te voeren. Hoewel de sancties duidelijk gericht zijn tegen de Islamitische Republiek, maken zij ook deel uit van een bredere handelsoorlog tegen China, de grootste economische rivaal van de Verenigde Staten.

Onder voormalig president Barack Obama werden sancties gezien als een uitstekende oplossing om een vijandig land te dwingen te onderhandelen of zijn leiders zonder militair geweld te vervangen – maar het voorbeeld van Syrië, Venezuela en Rusland toont aan dat dit volledig mislukt is. In het geval van Iran hoopte men dat de sancties twee vijanden tegelijk zouden treffen, Teheran en Peking. Gehoopt werd dat de sancties Iran naar de onderhandelingstafel zouden brengen en tegelijkertijd de levering van Iraanse aardolie aan China zouden belemmeren.

Het is dus niet alleen de verrijking van uranium door Iran die Washington in het vizier heeft. China is de belangrijkste handelspartner van Iran geworden: dat frustreert Washington enorm, hun pogingen om de heersende mollahs omver te werpen hebben tot nu toe niets uitgehaald.

In juli 2020 hebben Iran en China een strategische samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor een periode van 25 jaar. In ruil daarvoor ontvangt China gas en olie van Iran tegen verlaagde prijzen – in feite 30% goedkoper dan de marktprijs. China ermee ingestemd om naar schatting tussen 280 en 400 miljard dollar aan buitenlandse directe investeringen te injecteren in de Iraanse olie-, gas- en petrochemische industrie als onderdeel van het 25-jarige samenwerkingsprogramma. Peking en Teheran hebben, ondanks hun politieke verschillen (China wordt geleid door een communistische regering en Iran is een islamitische theocratie), het gemeenschappelijke doel zich te verzetten tegen het Amerikaanse unilateralisme.

China gebruikt Iran als een hefboom om in de regio invloed te verwerven, en Iran gebruikt China om zijn economische moeilijkheden op te lossen. De terugtrekking van de VS uit de nucleaire overeenkomst heeft die toenadering echter aangemoedigd en versterkt, iets wat Trump en zijn beleidsmakers niet hadden voorzien. Het 25-jarige samenwerkingsprogramma is een samenwerking op alle niveaus en een politieke heroriëntatie. Deze samenwerking stelt Teheran in staat de Amerikaanse sancties tot op zekere hoogte te omzeilen.

Door dit 25-jarige samenwerkingsprogramma is Iran een strategische toegangspoort geworden voor het Belt and Road-initiatief, dat West-China en Centraal-Azië met Turkije en de Europese markten verbindt. De Chinees-Iraanse samenwerking wordt echter belemmerd door sancties, aangezien transacties worden geblokkeerd. Met het oog op de ambities van Peking moeten de VS-sancties tegen Iran ook de Chinese economische expansiedrang in te dammen.

In Iran is alleen de haven van Chabahar vrijgesteld van de Amerikaanse sancties. De wederopbouw van Afghanistan is een doelstelling van Washington en de haven van Chabahar, waarin India heeft geïnvesteerd, speelt een belangrijke rol in deze onderneming. De haven van Chabahar is belangrijker voor het Amerikaanse beleid in Afghanistan omdat de Indiërs er investeren, in tegenstelling tot de haven van Gwadar in Pakistan, waarin de Chinezen investeren. De havens van Chabahar en Gwadar, die minder dan 200 km van elkaar verwijderd liggen, wedijveren om de belangrijkste haven te worden die Centraal-Azië bedient.

En hier is de tegenstrijdigheid.

Het werkelijke doel van de niet-uitvoering van de sancties tegen de haven van Chabahar, is India toegang te verschaffen tot Afghanistan en aldus tot Centraal-Azië, ten einde te voorkomen dat China, en misschien zelfs Rusland, meer invloed krijgen in deze door land ingesloten regio. Dit bewijst eens te meer dat de Amerikanen hypocriet zijn als het erom gaat China uit te dagen, aangezien zij bereid zijn de al tientallen jaren durende sancties en druk op Iran opzij te zetten als ze daarmee Peking kunnen verzwakken. Dit ondanks het feit dat de verscherpte sancties tegen Iran ook tegen China gericht zijn.

Door sancties op te leggen en te trachten Iran te isoleren, heeft Washington in feite Iran aan China overgeleverd en China’s gewicht en invloed in Centraal-Azië vergroot. Iran grenst namelijk aan Afghanistan en Turkmenistan, landen die vervolgens doorlopen tot Tadzjikistan en Oezbekistan, en tenslotte Kazachstan. De beleidsmakers van de VS hebben dit feit ofwel genegeerd ofwel grove misrekeningen gemaakt. Hoewel India via de haven van Chabahar toegang kan krijgen tot Centraal-Azië, zal het niet kunnen concurreren met de economische dominantie van China in Iran, die voor een deel het gevolg is van de Amerikaanse sancties.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: https://www.breizh-info.com/2021/02/19/159260/les-sanctions-americaines-contre-liran-ont-permis-a-la-chine-detre-plus-influente-en-asie-centrale/



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , , , , ,