Volgens Claude Lévi-Strauss is het geen misdaad je eigen identiteit te verdedigen

Nicolas Faure (2017)

Claude Lévi-Strauss is een vermaard antropoloog en etnoloog die in 2009 op 100-jarige leeftijd overleed. Dit intellectuele monument wordt door iedereen gerespecteerd maar deze briljante geleerde formuleerde een aantal standpunten die tegen het eenheidsdenken en politieke correctheid ingaan. Maar sinds de politiek correcte kaste ontdekte heeft dat Lévi-Strauss in de bescherming van de identiteit een noodzaak zag, is ook hij het doelwit van hun aanvallen.

Jürgen Spanuth, zijn Noord-Europese Atlantis en de zeevolkeren

In 1971 gaf Claude Lévi-Strauss een lezing met de titel Ras en Cultuur voor de UNESCO.

Zijn conclusie was onbetwistbaar: de bescherming van de identiteitskenmerken van een cultuur vereist een minimale afsluiting voor culturen van buitenaf.
Volgens de etnoloog kan de bescherming van de eigen identiteit niet worden gelijkgesteld met racisme of vreemdelingenhaat; het is een menselijke constante om de eigen identiteit te willen doorgeven aan de nakomelingen.

Claude Lévi-Strauss is hier zeer duidelijk over.

“De geleidelijke samensmelting van bevolkingsgroepen die tot dan toe gescheiden waren door geografische afstand en door taal- en cultuurbarrières, betekende het einde van een wereld die honderden millennia lang de wereld van de mensen was geweest, toen zij in kleine groepen leefden die permanent van elkaar gescheiden waren en zich elk op een andere manier ontwikkelden, zowel biologisch als cultureel. De omwentelingen die zijn ontketend door de zich uitbreidende industriële beschaving en de toegenomen snelheid van vervoer en communicatie hebben deze barrières afgebroken. Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden die zij boden voor de ontwikkeling van nieuwe genetische combinaties en culturele ervaringen, opgedroogd.

De strijd tegen elke vorm van discriminatie, ondanks de dringende praktische noodzaak ervan en de hoge morele doelen die ermee worden nagestreefd, maakt deel uit van dezelfde beweging die de mensheid naar een mondiale beschaving voert, waarbij die oude particularismen worden vernietigd, die de esthetische en geestelijke waarden hebben geschapen die het leven waardevol maken en die wij kostbaar verzamelen in bibliotheken en musea omdat wij ons steeds minder in staat voelen dergelijke werken voort te brengen.

Ondertussen worden wij in slaap gewiegd met de droom dat gelijkheid en broederschap eens zullen heersen onder de mensen zonder dat hun verscheidenheid in het gedrang komt. Maar als de mensheid zich niet wil neerleggen bij de rol van steriele consument van de unieke waarden die zij in het verleden geschapen hebben, enkel nog in staat bastaardwerken, vulgaire en kinderachtige uitvindingen voort te brengen, zal zij opnieuw moeten leren dat alle ware schepping een zekere doofheid impliceert voor de lokroep van andere waarden. Die doofheid mag tot een weigering en zelfs negatie van die andere waarden leiden. Want men kan niet tegelijkertijd opgaan in fascinatie voor de andere, zich met hem of haar vereenzelvigen, en zich tegelijkertijd anders voordoen.

De volledig geslaagde, integrale communicatie met de ander, veroordeelt in een min of meer korte tijd, de originaliteit van zijn en mijn schepping. De grote creatieve tijdperken waren die waarin de communicatie voldoende was geworden om elkaar als verre partners te stimuleren, zonder echter frequent en snel genoeg te zijn om de onontbeerlijke hindernissen tussen individuen en tussen groepen te verminderen tot het punt waarop te gemakkelijke uitwisselingen hun verscheidenheid uitvlakken en bedreigt. »

Claude Lévi-Strauss ziet in grenzen een noodzaak om verschillen te ontwikkelen.

“Een cultuur bestaat uit een veelheid van kenmerken, waarvan sommige in verschillende mate gemeenschappelijk zijn met naburige of verre culturen, terwijl andere min of meer duidelijk verschillend zijn. Deze eigenschappen zijn in evenwicht binnen een systeem dat in elk geval levensvatbaar moet zijn, anders zal het geleidelijk worden geëlimineerd door andere systemen die meer kans hebben om zich te verspreiden of voort te planten.

Geconfronteerd met beschuldigingen van racisme, houdt Claude Lévi-Strauss voet bij stuk. Op de vraag zijn  ‘verontrustende’ standpunten te rechtvaardigen, veroordeelt Lévi-Strauss zelfs het bagatelliseren van beschuldigingen van racisme en xenofobie.

“Ik protesteer tegen het taalmisbruik waardoor racisme steeds meer wordt verward met normale, zelfs legitieme en in ieder geval onvermijdelijke houdingen.

Racisme is een doctrine die beweert in de intellectuele en morele kenmerken die aan een groep individuen worden toegeschreven, het noodzakelijke gevolg te zien van een gemeenschappelijke genetische erfenis. De houding van individuen of groepen wier loyaliteit aan bepaalde waarden hen geheel of gedeeltelijk ongevoelig maakt voor andere waarden, kan niet onder dezelfde noemer worden gebracht of automatisch worden toegeschreven aan hetzelfde vooroordeel.
Er is niets fouts aan een voorkeur voor één manier van leven en denken boven alle andere, en aan het zich weinig aangetrokken voelen tot de een of andere, op zichzelf ongetwijfeld respectabele levenswijze, die te ver afstaat van de levenswijze waaraan men van oudsher gehecht is. Deze relatieve oncommuniceerbaarheid kan zelfs de prijs zijn die moet worden betaald om de waardesystemen van elke geestelijke familie of gemeenschap in stand te houden en om in hun eigen middelen bronnen te vinden die nodig zijn voor hun vernieuwing.

Als er, zoals ik elders heb geschreven, tussen de menselijke samenlevingen een zeker optimum aan verscheidenheid bestaat, waarboven zij niet kunnen gaan, maar waaronder zij evenmin veilig kunnen afdalen, dan moet worden erkend dat deze verscheidenheid voor een groot deel voortvloeit uit de wens van elke cultuur zich te verzetten tegen de haar omringende culturen, zich van hen te onderscheiden, in één woord zichzelf te zijn: zij negeren elkaar niet, zij lenen zich bij gelegenheid van elkaar, maar om niet ten onder te gaan, moet er tussen hen in andere opzichten een zekere ongevoeligheid blijven bestaan. »

Enkele decennia geleden hield een intellectueel van het kaliber van Claude Lévi-Strauss er dus een discours op na dat niet zeker zou worden afgewezen door hen die in een tijd van massa-immigratie opkomen voor de verdediging van hun identiteit.

Maar terwijl een groeiend aantal linkse intellectuelen (Onfray, Finkielkraut, enz.) – zij het zeer voorzichtig – steeds meer het belang van het identiteitsvraagstuk inziet blijft links voor het overgrote deel ongevoelig voor het identiteitsbesef.

Vertaling: rv

Oorspronkelijke tekst: Pour Claude Lévi-Strauss, défendre son identité n’est pas un crime – Nicolas Faure



Categorieën:Identiteit

Tags: , , ,