Joe Biden en de toekomst van het Midden-Oosten

Daniele Perra

Verscheidene media hebben het begin van de ambtsperiode van Biden omschreven als de terugkeer van Amerika op het internationale toneel. In werkelijkheid lijkt de vermeende geopolitieke discontinuïteit tussen de twee regeringen (behoudens specifieke strategische uitzonderingen) vooral en journalistieke constructie te zijn.

Het begin van het Biden-tijdperk werd gekenmerkt door een aantal maatregelen op het gebied van het buitenlands beleid die hypothetisch in strijd waren met de laatste  met bombarie aangekondigde beslissingen van de Trump-administratie. Deze maatregelen hadden met name betrekking op de regio van het Nabije en Midden-Oosten. Een regio waar, althans in de afgelopen twintig jaar, zich de algemene perceptie heeft ontwikkeld van de Verenigde Staten als een “imperialistische” macht of als een “exportland van democratie en vrijheid” die het “Westen” en zijn “waarden” verdedigt tegen de Oosterse barbaarsheid.

Het zogenaamde isolationisme van Trump heeft extreem machtsvertoon (de moord op de Iraanse generaal Qassem Suleimaniya, het gebruik van de “moeder aller bommen” in Afghanistan) afgewisseld met eenzijdige diplomatieke acties (de terugtrekking uit het Iraanse nucleaire akkoord en het opleggen van nieuwe sancties aan Teheran en Damascus,  de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël en van de Israëlische soevereiniteit over de bezette Golanhoogte), en verklaringen over de geleidelijke terugtrekking van Amerikaanse militairen uit de regio, die eerder propagandistisch zijn dan dat ze van enige realpolitik getuigen. Dit zogenaamde isolationisme heeft duidelijk verwarring gezaaid onder de “westerse” media die van oppervlakkigheid hun waarmerk gemaakt hebben en die vergeten zijn hoe bronnenonderzoek aangepakt wordt. Sinds 2016 beweer ik dat de Trump-regering niets anders doet dan het ware gezicht van Amerika tonen, dat tot dusver verhuld bleef achter de humanitaire sluier van het dubbele mandaat van Democraat Barack Obama. Maar terwijl juist de volkeren van het Nabije en Midden-Oosten deze realiteit aan den lijve ondervonden hebben (de Caesar Act, die sancties aan Syrië oplegt, heeft bijvoorbeeld meer doden veroorzaakt dan terrorisme), heeft men in het Westen, mede dankzij medeplichtige informatie, er de voorkeur aan gegeven om enerzijds de isolationistische these te ondersteunen en anderzijds kritiek te leveren op de groteske en in wezen onschadelijke aspecten van de Trump-administratie, die nu tot het verleden behoort.

Biden in Bagdad

Nu zullen wij in dit verband niet ingaan op de details van de beweging van Noord-Amerikaanse troepen tussen Syrië en Irak of het verplaatsen van oorlogsbodems naar de Zuid-Chinese Zee. Deze operaties vinden reeds verscheidene jaren plaats onder volledig stilzwijgen van de Westerse media. Daarom is het onmogelijk om  zo kort na het aantreden van de nieuwe regering, een breuk met de vorige administratie  vast te stellen. Of hoe moeten we anders duiden dat, onmiddellijke na de aankondiging van de terugtrekking uit Syrië door Donald J. Trump, verschillende colonnes Amerikaanse pantservoertuigen via Irak Syrië binnenreden om de oliebronnen te “beveiligen”. In feite heeft de bovengenoemde terugtrekking nooit plaatsgevonden en naar alle waarschijnlijkheid zal de nieuwe regering de Noord-Amerikaanse posities op de oostelijke oever van de rivier de Eufraat alleen maar versterken om ook een eventuele wederopbouw van het land door de exploitatie van zijn hulpbronnen te verhinderen.

Ook de hernieuwing van het hulpprogramma voor Palestina dat door de vorige huurder van het Witte Huis was geschrapt, wordt gezien als een breuk met het beleid van Trump. De waarheid is wellicht iets ingewikkelder. Yara Hawari, onderzoeker bij het Palestijnse onderzoekscentrum Al-Shabaka, verklaarde dat het op zijn zachtst gezegd optimistisch is te hopen op een verandering in het Noord-Amerikaanse beleid ten aanzien van de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Het extremistische standpunt van de regering Trump zou, nogmaals, niets anders zijn dan het traditionele Amerikaanse standpunt zonder humanitaire hypocrisie. In feite hebben de twee belangrijkste Noord-Amerikaanse politieke kampen nooit nagelaten Israël onvoorwaardelijk te steunen. Joe Biden heeft in zijn tijd zelf de gelegenheid gehad erop te wijzen dat de Amerikaanse hulp aan Israël de beste investering was voor het buitenlands beleid van Washington en dat als er geen Joodse staat was, de Verenigde Staten er een hadden moeten oprichten om hun eigen belangen in de regio te waarborgen. Vice-president Kamala Harris en de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, “havik” Antony Blinken, zijn min of meer dezelfde mening toegedaan. Deze laatste, die reeds een groot voorstander was van de agressie tegen Syrië tijdens het Obama-tijdperk, garandeerde ook dat de regering-Biden in de voetsporen zou treden van haar voorgangers, zowel wat betreft de wens om de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem te handhaven (deze optie werd in het Clinton-tijdperk bedacht en door Trump gerealiseerd) als wat betreft de zogenaamde “Abrahamitische” akkoorden. Deze zijn inderdaad van fundamenteel belang voor de Amerikaanse geopolitieke strategie die gericht is op het creëren van blokken tussen het Oosten (Rusland, Iran en China in het bijzonder) en Europa. Ook het Driezeeëninitiatief in het oostelijk deel van het Europa maakt deel uit van deze strategie.

Bijgevolg is het moeilijk de terugkeer naar “business as usual” tussen Washington en de Palestijnse instellingen (die onder meer grotendeels corrupt en omkoopbaar zijn wanneer zij niet rechtstreeks gegijzeld worden door de monarchieën van de Golfstaten) als positief te bestempelen. Mogelijk kan dit voor een minderheid van de Palestijnse bevolking verlichting brengen, maar globaal gezien zal er niets veranderen aan een beleid dat geld toezegt aan de Palestijnen in ruil voor verdere eenzijdige politieke concessies die er altijd op gericht zijn de zionistische aanspraken te bevoordelen boven de Palestijnse. Dat geldt ook voor de nucleaire overeenkomst met Iran. Theoretici op het gebied van de internationale betrekkingen, zoals de “realist” John Mearsheimer, hebben herhaald dat de Verenigde Staten een hypothetische terugkeer naar de overeenkomst of op zijn minst een nieuwe benadering van Teheran moeten proberen. Het spreekt vanzelf dat ook in dit geval de economische concessies die Iran door het akkoord werden gegarandeerd, zowel bedoeld waren om de ontwikkeling van Teherans nucleaire en raketafweercapaciteit te verhinderen, als om een westerse penetratie in het land te verzekeren die (althans op lange termijn) de Islamitische Republiek moest ondermijnen. Het is niet verwonderlijk dat reeds vóór de ondertekening van dit akkoord een Israëlisch strategisch onderzoekscentrum een plan heeft opgesteld voor de interne destabilisatie van Iran, waarbij etnische en religieuze minderhedentegen elkaar worden uitgespeeld: met andere woorden, een soort Yinon-plan toegepast op de Islamitische Republiek, met de veelzeggende titel “Hoe kan men Iran pijn doen zonder luchtaanvallen te moeten uitvoeren”.

Inlichtingen volgens Joe Biden

Afgezien van het feit dat de voorwaarden van de overeenkomst al tijdens de laatste maanden van de Obama-administratie geschonden werden, is de aangekondigde toenaderingspoging tot Iran niet onbelangrijk. Zo zouden de Verenigde Staten de handen vrij hebben om hun inspanningen te concentreren op de belangrijkste vijanden: Rusland (het mediacircus rond de zaak-Navalny is veelzeggend) en China met zijn Euraziatische samenwerkingsprojecten die voortdurend moeten worden gesaboteerd. En, ten tweede, om een grotere focus van de inlichtingendiensten op de interne dynamiek van de Verenigde Staten, een dynamiek die nogal turbulent is geworden. Deze toenaderingspoging kan derhalve slechts geleidelijk geschieden. Een belangrijk signaal kwam in de vorm van een gedeeltelijke vermindering van de sanctieregeling die Trump in de laatste dagen van zijn het presidentschap aan de Jemenitische strijdkrachten van Ansarullah (die dicht bij Teheran staan) oplegde, en met de belofte om de logistieke steun aan de Saoedische agressie tegen Jemen zelf op te schorten en de wapenverkoop aan de monarchieën van de Golf te verminderen (nog een erfenis van de vorige regeringen Obama en Trump). Het moet gezegd worden dat het voor Iran moeilijk is (en terecht) om, ongeacht de druk, een overeenkomst te aanvaarden met een tegenpartij die grotendeels onbetrouwbaar is gebleken, zonder echte garanties voor een volledige opheffing van het sanctieregime tegen het land. Het zou dan ook geenszins verbazen indien ook de nieuwe regering de hybride oorlogsvoering tegen de Islamitische Republiek consequent verder zou voeren, zij het minder openlijk en met minder tromgeroffel dan onder Trump.

Geconfronteerd met een tamelijk onstabiele binnenlandse situatie hebben veel Noord-Amerikaanse theoretici en strategen de nadruk gelegd op de noodzaak van interne wederopbouw door middel van het enige ideologische cement van de Amerikaanse samenleving:  “manifest destiny”, de uitzonderlijkheid van de VS, de morele superioriteit over andere naties van de wereld. Maar om dit gevoel te doen herleven, heeft men een vijand nodig (die zelf gecreëerd kan worden). Deze vijand is en blijft (wat de regering Trump betreft) China: de enige mogendheid die werkelijk in staat is een bedreiging en een alternatief te vormen voor het decadente Noord-Amerika. Zelfs onder de Democraten groeit de groep van degenen die, vanuit een anti-Chinees perspectief, Rusland zijn gaan beschouwen als een potentiële strategische “bondgenoot”, uiteraard indien Poetin en zijn gevolg op korte termijn plaats zouden ruimen voor een vrij grote westerse “vijfde colonne” bestaande uit oligarchen en politici van diverse liberale oriëntaties (een oplossing die op korte termijn onwaarschijnlijk blijft).

Aangezien de verenigde Staten zich geen rechtstreekse militaire confrontatie met China kunnen veroorloven, valt nog af te wachten voor welke oplossing zal worden gekozen om de geopolitieke projectie van China in te dammen en te vermijden. Een van de fundamentele kenmerken van het infrastructuurproject Nieuwe Zijderoute is de Chinees-Pakistaanse corridor. De betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Pakistan zijn de laatste jaren snel verslechterd, mede door een aanzienlijke Amerikaanse deelname aan de technologische en militaire opbouw in India, dat reeds in Obama’s tijd als een “belangrijke defensiepartner” werd beschouwd. Toen hij nog kandidaat was in de Democratische voorverkiezing van 2007 stelde Joseph Biden al dat Pakistan de gevaarlijkste staat ter wereld is. Toch zou het, in het licht van de poging tot ontspanning met Iran, helemaal niet verbazen dat juist in een regio die het cruciale knooppunt blijft tussen de noord-zuid- en de oost-westas van het Euraziatische continent, een proxy-conflict wordt voorbereid.

Vertaling rv

Oorspronkelijke tekst: http://euro-synergies.hautetfort.com/archive/2021/02/01/joe-biden-et-l-avenir-du-moyen-orient-6294622.html



Categorieën:Geopolitiek

Tags: , , , , , , , ,